motivation and engagement in reading
Auteurs: Guthrie en Cox (2001)
Over: Motivatie, beleving, betrokkenheidsperspectief
Artikel: Classroom Conditions for Motivation and Enagement in
Reading
Voorwaarden in de klas voor leesmotivatie en leesbetrokkenheid
Samenvatting
Het artikel beschrijft de bevindingen van Guthrie en Cox m.b.t.
leesbetrokkenheid. Vanuit een enkel klaslokaal is uiteindelijk verder onderzoek
gedaan naar een model waarin een situatie wordt geschetst om tot volledige
betrokken lezers te komen. De vragen die tijdens dit onderzoek centraal stonden
waren de volgende:
1. Hoe kunnen we leesbetrokkenheid op de lange termijn vergroten binnen een
klas?
2. Is onze benadering voor het vergroten van de leesbetrokkenheid meer
effectief dan andere traditionele leesinstructies?
3. Wat zijn de kritieke, belangrijke kenmerken van een klaslokaal dat lange
termijn leesbetrokkenheid stimuleert?
Instructies voor lange termijn leesbetrokkenheid
De auteurs van dit artikel hebben allereerst verschillende aannames gedaan
tijdens dit onderzoek:
- Leesbegrip is belangrijk voor leerlingen in de hogere groepen (grade 3 – 5).
Deze leerlingen hebben leesbegrip nodig om hun boeken te begrijpen, om
teksten te interpreteren en om hun competenties aan te tonen tijdens
beoordelingen.
- Betrokken lezers zijn lezers die hoog presteren. Onder een betrokken lezer
wordt een leerling verstaan met intrinsieke motivatie om kennis op te doen
d.m.v. lezen en die er plezier in beleeft. Daarnaast zijn betrokken lezers ook
strategische lezers. Ze gebruiken strategieën als zelfcontrole en vergelijken
om een tekst te begrijpen. Daarnaast zijn betrokken lezers, lezers die veel en
gevarieerd lezen. Ze lezen vaak en gaan op ontdekkingstocht naar nieuwe
tekst.
Het onderzoek is gestart om lange termijn betrokkenheid te vergroten in één klas
met 28 leerlingen (diverse achtergronden, lage inkomens). Er werd nog niet
gebruik gemaakt van een formeel model, maar er werd getracht om blijvende
leesbetrokkenheid te vergroten in één klas. Het onderzoeksteam doorliep de
volgende stappen:
- Identificeren van de leer- en kennisdoelen gedurende de eerste periode van
het schooljaar
- Invoegen van een praktijkgerichte activiteit waaraan alle leerlingen konden
deelnemen (doel: vergroten van de motivatie, leerlingen nieuwsgierig maken
1
, Master Kennis Toets TAAL/LEZEN ARTIKEL 7 (Classroom conditions for
motivation and engagement in reading
en uiteindelijk toegang bieden tot boeken waarin de informatie gevonden kan
worden, verschillende niveaus boeken)
De onderzoekers kwamen er achter dat de leerlingen gebaat waren bij directe
strategie-instructie om informatieboeken succesvol te kunnen lezen. Allereerst
hielp de leerkracht de leerlingen om de kwaliteit van de informatieboeken in te
kunnen schatten. De leerkracht gaf directe instructie door de hoofdlijnen van
paragrafen met de klas te bespreken. De leerkracht leerde de leerlingen te
samenvatten door dit voor te doen (lokaliseren van hoofdonderwerpen en
ondersteunende informatie). De leerlingen leerden deze strategieën makkelijk.
Doordat de leerlingen begonnen waren met een praktijkgerichte activiteit,
hadden ze ook (persoonlijke) vragen over het onderwerp. Juist daarom leerden ze
extra veel van deze informatieboeken. In het onderzoek besteedden de leerlingen
60 minuten per dag aan het onderwerp. Uiteindelijk hebben ze de gevonden
informatie weer op een creatieve manier teruggekoppeld aan de hele klas en
heeft de hele klas veel kennis op gedaan over dit onderwerp. De hiervoor
beschreven cyclus duurde 5 weken. Na afloop van deze 5 weken, waarin
praktijkinformatie en informatie uit boeken samen is onderzocht, werd er
gedurende 5 weken voornamelijk gelezen. Ze lazen niet alleen informatieboeken
maar ook andere literatuur. Wanneer de leerlingen deze literatuur lazen, leerden
ze deze informatie op een gelijke manier ordenen als de literatuur uit de
informatieboeken.
In het onderzoek zijn vervolgens de resultaten van deze klas vergeleken met de
andere klas. Leerlingen die in de “conceptueel- georiënteerde leesinstructie
(CORI)” klas zaten lazen meer boeken en meer divers. Ze waren meer
nieuwsgierig, betrokken, hadden een voorkeur voor uitdagende boeken en
boekenuitwisseling.
De klas waarmee het vergeleken is, waren meer gemotiveerd door de te behalen
cijfers. Leerlingen in de CORI-klas scoorden duidelijk beter op het begrijpen van
informatieve boeken, het interpreteren van teksten en het zoeken van informatie
in diverse boeken.
De leerlingen waren duidelijk meer betrokken in lezen geworden gedurende de
10 weken.
Vier fasen van lesgeven voor lange termijn leesbetrokkenheid
Uit het onderzoek blijken vier fasen van lesgeven naar voren te komen:
1. Observeren en personaliseren
De leerkracht voorziet de leerlingen van een kans om een fenomeen te
observeren en op een persoonlijke manier hier over te leren > m.b.v.
praktijkgerichte activiteit (leuk en intrinsiek motiverend). Gedurende de
praktijkgerichte opdracht krijgen de leerlingen steeds meer (persoonlijke)
vragen > motiveren de leesactiviteiten
2. Onderzoek en terugvinden
De leerkracht biedt de leerlingen d mogelijkheid om informatie op te
zoeken om zo tot een antwoord op hun vragen te komen. Verschillende
soorten informatieboeken worden aangeboden. De leerlingen passen
zoekstrategieën toe.
3. Begrijpen en integreren
De leerkracht biedt directe instructie aan op het begrijpen van teksten en
het integreren van informatie uit diverse bronnen. De leerkracht leert de
leerlingen om informatie op te zoeken, samen te vatten, controleren of het
begrepen is. De leerkracht laat leerlingen diverse onderdelen van een
2