1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 bladzijde 3
Hoofdstuk 2 bladzijde 5
Hoofdstuk 3 bladzijde 6
Hoofdstuk 4 bladzijde 8
Hoofdstuk 5 bladzijde 9
Hoofdstuk 6 bladzijde 11
Hoofdstuk 7 bladzijde 14
Hoofdstuk 8 bladzijde 16
Hoofdstuk 9 bladzijde 19
2
, De maatschappelijke context van sociaal werk
1.1 De missie van het maatschappelijk werk is te bevorderen dat mensen in onze samenleving tot
hun recht komen als mens en als burger. Het sociaal werk richt zich daarbij op participatie,
autonomie en zelfredzaamheid. Sociaal werkers stimuleren actief burgerschap, leggen verbinden
tussen vrijwilligers, mantelzorgers en organisaties, vormen de spil tussen formele en informele
netwerken en schakelen hulp in wanneer zij dit nodig vinden.
Het werk van de sociaal werker speelt zich af op drie niveaus:
1. De direct leefomgeving
2. Het netwerk
- formeel: netwerk van professionele hulp- en dienstverleners
- informeel: familie, vrienden, buren of verenigingen
3. De gemeenschap
Mensen functioneren dagelijks in deze drie sociale contexten en deze sociale contexten hebben
vervolgens ook invloed op het functioneren van mensen.
De drie kerntaken van de sociaal werker zijn:
1. Het bevorderen van het sociale functioneren van mensen en hun sociale context
2. Het versterken van organisatorische banden waarbinnen het sociaal werk plaatsvindt
3. Het bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep
Sociale professionals richten zich erop dat mensen in hun sociale context relaties kunnen aangaan en
onderhouden. Hiertoe moet een sociaal werker zelf ook open staan voor contacten, maar vooral
kunnen signaleren waar de behoeften liggen van mensen. Door goed te luisteren naar het verhaal
achter het verhaal, kan de sociaal werker sneller signaleren en ingrijpen wanneer dat nodig is.
Sociaal werkers moeten:
1. Benaderen en benaderbaar zijn
2. Onderzoekend zijn
3. Goed kunnen coördineren, organiseren en mensen samenbrengen om tot een oplossing te
komen
4. Ondernemend zijn
1.2 Het sociale domein bestaat grofweg uit:
1. De volksgezondheid
2. Welzijn
3. Sport
4. Werkgelegenheid
5. Sociale zaken
6. Onderwijs
3
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 bladzijde 3
Hoofdstuk 2 bladzijde 5
Hoofdstuk 3 bladzijde 6
Hoofdstuk 4 bladzijde 8
Hoofdstuk 5 bladzijde 9
Hoofdstuk 6 bladzijde 11
Hoofdstuk 7 bladzijde 14
Hoofdstuk 8 bladzijde 16
Hoofdstuk 9 bladzijde 19
2
, De maatschappelijke context van sociaal werk
1.1 De missie van het maatschappelijk werk is te bevorderen dat mensen in onze samenleving tot
hun recht komen als mens en als burger. Het sociaal werk richt zich daarbij op participatie,
autonomie en zelfredzaamheid. Sociaal werkers stimuleren actief burgerschap, leggen verbinden
tussen vrijwilligers, mantelzorgers en organisaties, vormen de spil tussen formele en informele
netwerken en schakelen hulp in wanneer zij dit nodig vinden.
Het werk van de sociaal werker speelt zich af op drie niveaus:
1. De direct leefomgeving
2. Het netwerk
- formeel: netwerk van professionele hulp- en dienstverleners
- informeel: familie, vrienden, buren of verenigingen
3. De gemeenschap
Mensen functioneren dagelijks in deze drie sociale contexten en deze sociale contexten hebben
vervolgens ook invloed op het functioneren van mensen.
De drie kerntaken van de sociaal werker zijn:
1. Het bevorderen van het sociale functioneren van mensen en hun sociale context
2. Het versterken van organisatorische banden waarbinnen het sociaal werk plaatsvindt
3. Het bevorderen van de eigen professionaliteit en de ontwikkeling van het beroep
Sociale professionals richten zich erop dat mensen in hun sociale context relaties kunnen aangaan en
onderhouden. Hiertoe moet een sociaal werker zelf ook open staan voor contacten, maar vooral
kunnen signaleren waar de behoeften liggen van mensen. Door goed te luisteren naar het verhaal
achter het verhaal, kan de sociaal werker sneller signaleren en ingrijpen wanneer dat nodig is.
Sociaal werkers moeten:
1. Benaderen en benaderbaar zijn
2. Onderzoekend zijn
3. Goed kunnen coördineren, organiseren en mensen samenbrengen om tot een oplossing te
komen
4. Ondernemend zijn
1.2 Het sociale domein bestaat grofweg uit:
1. De volksgezondheid
2. Welzijn
3. Sport
4. Werkgelegenheid
5. Sociale zaken
6. Onderwijs
3