WERKGROEP 7: OUDERS EN KINDEREN III
Onderwerpen:
Kinderbescherming
Procespositie van de minderjarige
Jurisprudentie:
EHRM 17 december 2002, NJ 2004, 632, m.nt. van J. de Boer
HR 5 december 2014, NJ 2015, 57, m.nt. van S.F.M. Wortmann
HR 29 mei 2015, NJ 2015, 293, m.nt. van S.F.M. Wortmann
Literatuur:
Familierecht, hoofdstuk 15.
Blackboard:
- Werkproces benoeming bijzondere curator o.g.v. artikel
1:250 BW;
- M. de Jong-de Kruijf, ‘Minderjarige jihadreizigers: nut en
noodzaak van plaatsing in gesloten jeugdzorg’, AA 2014,
pp. 727-731;
- J. Huijer, ‘Herziening kinderbeschermingsmaatregelen: naar
een nieuwe ondertoezichtstelling’, FJR 2015, nr. 8;
Een ondertoezichtstelling is dat kinderen thuisblijven, ouders
worden begeleid waarna ze weer zelfstandig kinderen kunnen
verzorgen, art 1:255 BW. Er worden drie vereisten genoemd:
1. Ernstige bedreiging
2. Zorg, noodzakelijk in verband met wegnemen van bedreiging,
wordt niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
(Acceptatievereiste: wordt al snel door rechter aangenomen
vaak zelfs als ouders meewerken)
3. Verwachting dat in redelijke termijn weer zelfstandig verder
kan
ZIE HC SHEETS!
Voorlopige ondertoezichtstelling art 1:257 BW:
(Ersnstig vermoeden dat) aan art 1:255 is voldaan
Er is spoed: ‘ernstig en acute bedreiging’
Noodzakelijk om zo een bedreiging weg te nemen
Duur is 3 maanden
Verschil is dat je niet hoeft te wachten op de normale procedure bij
de rechter maar binnen een dag kunt instellen zodat een
jeugdbeschermer meteen in actie kan komen voor een kind. In die
drie maanden dat de ondertoezichtstelling duurt kan de
, gecertificeerde instelling afgaan of de raad bekijken of er een
ondertoezichtstelling van een jaar moet worden ingesteld.
Uithuisplaatsing 1:265b BW
In het belang van verzorging en opvoeding van minderjarige
of gevaar geestelijk/lichamelijk -> zie artikel
Ingeroepen door... en ook door raad
Kan ook met spoed, (lid 3?)
Beëindiging van gezag 1:266 BW
Als jeugdbeschermer ziet dat de ouder niet binnen een
aanvaardbare termijn voor het kind de zorg en opvoeding niet op
zich kan nemen, kan hij overgaan tot beëindiging van het gezag bij
de rechter (=meest verstrekkende maatregel van
kinderbescherming).
Minderjarige in ontwikkeling ernstig bedreigd
Ouder kan niet in staat om te voorzien in behoorlijke
opvoeding
Voorlopige voogdij: een deel van het gezag wordt overgenomen
van de ouder(s). Ouder kan het gezag terugkrijgen na 3 maanden
Te splitsen in twee grondslagen
1) 1:241 BW eisen:
- Als minderjarige niet onder gezag staat of gezag niet goed
uitgeoefend wordt
2) 1:268 BW eisen:
- Voldaan aan 266
- Ernstige en acute situatie wegnemen
- Sub b: medische ingrepen
Art 1:241 (voorlopige voogdij) is de voorloper van artikelen 1:352R
jo 1:352Q
Art 1:268 (voorlopige voogdij) is een voorloper van het wegnemen
van gezag 1:266 (dit hoeft niet altijd voor elkaar te gaan)
Bij beëindiging gezag krijg je het als ouder moeilijk terug.
Bij uithuisplaatsing behouden de ouders het gezag, bij voogdij
verliezen ze een deel.
Voorlopige voogdij (deel van het gezag van de ouder(s) wordt overgenomen), splitsen
op 2 gondslagen:
- 1:241: als minderjarige niet onder gzag staat of gezag niet wordt uitgeoefend.
Gevolg artikel is dat meestal gezag weer terugkomt bij de ouder?
Onderwerpen:
Kinderbescherming
Procespositie van de minderjarige
Jurisprudentie:
EHRM 17 december 2002, NJ 2004, 632, m.nt. van J. de Boer
HR 5 december 2014, NJ 2015, 57, m.nt. van S.F.M. Wortmann
HR 29 mei 2015, NJ 2015, 293, m.nt. van S.F.M. Wortmann
Literatuur:
Familierecht, hoofdstuk 15.
Blackboard:
- Werkproces benoeming bijzondere curator o.g.v. artikel
1:250 BW;
- M. de Jong-de Kruijf, ‘Minderjarige jihadreizigers: nut en
noodzaak van plaatsing in gesloten jeugdzorg’, AA 2014,
pp. 727-731;
- J. Huijer, ‘Herziening kinderbeschermingsmaatregelen: naar
een nieuwe ondertoezichtstelling’, FJR 2015, nr. 8;
Een ondertoezichtstelling is dat kinderen thuisblijven, ouders
worden begeleid waarna ze weer zelfstandig kinderen kunnen
verzorgen, art 1:255 BW. Er worden drie vereisten genoemd:
1. Ernstige bedreiging
2. Zorg, noodzakelijk in verband met wegnemen van bedreiging,
wordt niet of onvoldoende wordt geaccepteerd.
(Acceptatievereiste: wordt al snel door rechter aangenomen
vaak zelfs als ouders meewerken)
3. Verwachting dat in redelijke termijn weer zelfstandig verder
kan
ZIE HC SHEETS!
Voorlopige ondertoezichtstelling art 1:257 BW:
(Ersnstig vermoeden dat) aan art 1:255 is voldaan
Er is spoed: ‘ernstig en acute bedreiging’
Noodzakelijk om zo een bedreiging weg te nemen
Duur is 3 maanden
Verschil is dat je niet hoeft te wachten op de normale procedure bij
de rechter maar binnen een dag kunt instellen zodat een
jeugdbeschermer meteen in actie kan komen voor een kind. In die
drie maanden dat de ondertoezichtstelling duurt kan de
, gecertificeerde instelling afgaan of de raad bekijken of er een
ondertoezichtstelling van een jaar moet worden ingesteld.
Uithuisplaatsing 1:265b BW
In het belang van verzorging en opvoeding van minderjarige
of gevaar geestelijk/lichamelijk -> zie artikel
Ingeroepen door... en ook door raad
Kan ook met spoed, (lid 3?)
Beëindiging van gezag 1:266 BW
Als jeugdbeschermer ziet dat de ouder niet binnen een
aanvaardbare termijn voor het kind de zorg en opvoeding niet op
zich kan nemen, kan hij overgaan tot beëindiging van het gezag bij
de rechter (=meest verstrekkende maatregel van
kinderbescherming).
Minderjarige in ontwikkeling ernstig bedreigd
Ouder kan niet in staat om te voorzien in behoorlijke
opvoeding
Voorlopige voogdij: een deel van het gezag wordt overgenomen
van de ouder(s). Ouder kan het gezag terugkrijgen na 3 maanden
Te splitsen in twee grondslagen
1) 1:241 BW eisen:
- Als minderjarige niet onder gezag staat of gezag niet goed
uitgeoefend wordt
2) 1:268 BW eisen:
- Voldaan aan 266
- Ernstige en acute situatie wegnemen
- Sub b: medische ingrepen
Art 1:241 (voorlopige voogdij) is de voorloper van artikelen 1:352R
jo 1:352Q
Art 1:268 (voorlopige voogdij) is een voorloper van het wegnemen
van gezag 1:266 (dit hoeft niet altijd voor elkaar te gaan)
Bij beëindiging gezag krijg je het als ouder moeilijk terug.
Bij uithuisplaatsing behouden de ouders het gezag, bij voogdij
verliezen ze een deel.
Voorlopige voogdij (deel van het gezag van de ouder(s) wordt overgenomen), splitsen
op 2 gondslagen:
- 1:241: als minderjarige niet onder gzag staat of gezag niet wordt uitgeoefend.
Gevolg artikel is dat meestal gezag weer terugkomt bij de ouder?