7.1 Inleiding
Schenden van een gedragsnorm
Een onrechtmatige daad valt vrijwel altijd te ‘vertalen’ naar het, door handelen of
nalaten, schenden van een gedragsnorm die in onze maatschappij geldt. Bij een
onrechtmatige daad is de schending van een niet-overeengekomen gedragsnorm
de oorzaak van de aansprakelijkheid.
Samenloop wanprestatie en onrechtmatige daad
Er is in veel gevallen alleen sprake van een vordering uit onrechtmatige daad als
er tussen de betrokken partijen geen overeenkomst is. Er kan soms wel sprake
zijn van een samenloop tussen wanprestatie en onrechtmatige daad: wanneer de
handeling van een persoon zowel als schending van een overeengekomen én als
schending van een maatschappelijke gedragsnorm kan worden beschouwd.
Geschreven en ongeschreven normen
Een voorbeeld van een geschreven gedragsnorm is het verbod op vernieling.
Onopzettelijke vernieling is niet strafbaar. Je hebt niet de in het maatschappelijk
verkeer vereiste zorgvuldigheid in acht genomen. Daarmee schendt je een
ongeschreven gedragsnorm en ben je uit onrechtmatige daad aansprakelijk voor
de ontstane schade.
Grenzen aan de schadevergoeding
Van burgers wordt in het maatschappelijk verkeer verwacht dat zij zorgvuldigheid
betrachten en niet door onvoorzichtigheid, slordigheid of roekeloosheid schade
bij andere burgers veroorzaken. Doen zij dat niet, dan kunnen zij aansprakelijk
zijn voor de ontstane schade. Niet alle door een onrechtmatige daad
veroorzaakte schade komt op grond van ons rechtsstelsel voor vergoeding in
aanmerking. Sommige schade, ook al wordt die door anderen veroorzaakt,
behoort tot het risico dat we nu eenmaal allemaal lopen in het leven.
Terminologie
Bij het ontstaan van een verbintenis tot schadevergoeding uit onrechtmatige
daad hebben we altijd te maken met een partij die de andere partij schade heeft
berokkend. De schadeveroorzakende partij wordt de laedens genoemd, de
schadelijdende partij de gelaedeerde.
Recht halen
Een verbintenis tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad ontstaat
rechtstreeks uit de wet. Je zult wel als gelaedeerde de laedens moeten
aanspreken op de schade die hij heeft veroorzaakt. De regels van artikel 6:74 e.v.
BW zijn van toepassing wanneer een laedens een verbintenis uit onrechtmatige
daad niet goed nakomt. Artikel 6:83 sub b BW bepaalt dat een laedens in verzuim
is wanner hij een verbintenis uit onrechtmatige daad niet terstond nakomt. De
gelaedeerde is de schuldeiser bij de verbintenis tot schadevergoeding, de
laedens de schuldenaar. Schuldeiser en schuldenaar moeten zich naar elkaar, op
1