Dysfagie na een CVA:
beroerde verpleging?
Lisanne Boer, HBO Verpleegkunde, 2e jaar
Lisanne Boer, 509514, Examinator: Henk Poppen
7-4-2014
, 1.Inleiding
Cerebrovasculair accident (CVA) is de medische term voor een beroerte. De CVA staat op de 3e
plaats van doodsoorzaken in de westerse wereld, alleen overtroffen door coronaire hartziekten en
kanker, en is de meest voorkomende oorzaak van blijvende invaliditeit op oudere leeftijd. (Lodder,
1992). Wereldwijd zijn er 15 miljoen mensen per jaar die een beroerte krijgen.
De incidentie van CVA in Nederland ligt op de 41.000 mensen per jaar. (De Nederlandse CVA-
vereniging, 2013) De prevalentie van het aantal mensen dat gediagnosticeerd was met een CVA lag
op 1 januari 2007 naar schatting op 191.000 (exclusief TIA). Dat is 11,9 per 1.000 mannen en 11,5 per
1.000 vrouwen. (Nationaal Kompas Volksgezondheid, 2013). Ongeveer 80% van de beroertes zijn
een herseninfarct en 20% is een hersenbloeding. (Hartstichting, 2013).
Veruit de belangrijkste risicofactor voor het optreden van een beroerte is leeftijd. Andere belangrijke
risicofactoren zijn: een verhoogde bloeddruk, een gestoorde glucosetolerantie, roken en overmatig
alcoholgebruik. Ook het eerder hebben doorgemaakt van een TIA, een beroerte, coronaire hartziekte
en het hebben van een vernauwing in de halsslagader zijn belangrijke risicofactoren voor een
(nieuwe) beroerte. Daarnaast spelen ook genetische factoren een rol, deze komen als enige oorzaak
echter niet veel voor. Van de totale sterfte aan beroerte is ongeveer een derde toe te schrijven aan
een verhoogde bloeddruk en ongeveer 15% aan roken. Een belangrijk deel van de preventie van
beroerte bestaat uit preventie van hoge bloeddruk. Dit is gericht op het voorkómen van een hoge
bloeddruk en om het verlagen van een hoge bloeddruk als deze ontstaan is. (RIVM, 2014).
Na een CVA is de kans op het doormaken van een herseninfarct met restverschijnselen verhoogd.
Een snelle start van medicamenteuze secundaire preventie leidt tot een verlaging van het recidief
risico. Daarnaast leidt het zo snel mogelijk opstarten van revalidatie tot verbetering van de prognose.
Naast diagnostiek en behandeling ligt tijdens opname op de stroke unit het accent op het voorkomen
van complicaties, zoals trombose en verslikpneumonie, de tertiaire preventie. (NHG-standaard
Beroerte, 2014).
De kosten van zorg voor beroerte werden in 2007 geschat op 700 miljoen euro voor mannen en 937
miljoen euro voor vrouwen (samen in de top tien van duurste ziekten). In totaal bedroegen de kosten
voor zorg voor mensen met beroerte 2,2% van de totale kosten voor gezondheidszorg in Nederland.
De acute opname in het ziekenhuis wordt vergoedt door de zorgverzekeraar.(HAN, 2013). De
geriatrische revalidatiezorg wordt via de Zorgverzekeringswet betaald. Revalidatiezorg wordt vergoed
door de zorgverzekeraar, hiervoor is wel een indicatiestelling van een revalidatiearts nodig.
Tijdens de revalidatiebehandeling kan blijken dat voorzieningen, aanpassingen en/of hulpmiddelen
nodig zijn. Dit wordt meestal vergoed door de ziektekostenverzekering of, in het kader van de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), door de gemeente. (Alles over revalidatie, z.d.)
Een gevolg van een beroerte waar we nu dieper op ingaan is een stoornis in het slikken (dysfagie). Uit
internationale literatuur blijkt dat het percentage slikklachten na een beroerte geschat wordt tussen de
22% en 65%. Het inadequaat kauwen en slikken van voedsel en/of het aspireren van speeksel, vocht