H1 CHEMISCH REKENEN SCHEIKUNDE 4 VWO.
§1.1 Atoombouw en periodiek systeem
Volgens atoommodel bestaat een atoom uit positief geladen atoomkern met in
elektronenschillen daaromheen bewegende, negatief geladen elektronen. In elke schil past
een specifiek aantal elektronen: van binnen naar buiten telkens meer.
- Atoomkern: positief geladen protonen, daartussen ongeladen neutronen; hebben
positieve lading, bepalen massa atoom, maar hebben geen invloed op
eigenschappen. Massa neutron = massa proton. Massa elektron verwaarloosbaar in
vergelijking met massa proton/neutron. Worden allemaal uitgedrukt in de atomaire
massa-eenheid, u (unit) -> 1,00 u = 1,66 x 10–27 kg.
Tussen atoomkern/elektronen zit lege ruimte. Grootte atoom > elektronenwolk.
Atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen > atoom = elektrisch neutraal.
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen.
Aantal protonen in atoomkern bepaalt tot welk element het atoom behoort.
Isotopen; atomen van hetzelfde element met een verschillend aantal neutronen > hetzelfde
atoomnummer, maar verschillende massagetallen. Hoeveelheid elektronen bepaalt
chemisch gedrag atoom, dus isotopen hebben dezelfde chemische eigenschappen. Ze
worden als volgt genoteerd:
§1.1 Atoombouw en periodiek systeem
Volgens atoommodel bestaat een atoom uit positief geladen atoomkern met in
elektronenschillen daaromheen bewegende, negatief geladen elektronen. In elke schil past
een specifiek aantal elektronen: van binnen naar buiten telkens meer.
- Atoomkern: positief geladen protonen, daartussen ongeladen neutronen; hebben
positieve lading, bepalen massa atoom, maar hebben geen invloed op
eigenschappen. Massa neutron = massa proton. Massa elektron verwaarloosbaar in
vergelijking met massa proton/neutron. Worden allemaal uitgedrukt in de atomaire
massa-eenheid, u (unit) -> 1,00 u = 1,66 x 10–27 kg.
Tussen atoomkern/elektronen zit lege ruimte. Grootte atoom > elektronenwolk.
Atoomnummer = aantal protonen = aantal elektronen > atoom = elektrisch neutraal.
Massagetal = aantal protonen + aantal neutronen.
Aantal protonen in atoomkern bepaalt tot welk element het atoom behoort.
Isotopen; atomen van hetzelfde element met een verschillend aantal neutronen > hetzelfde
atoomnummer, maar verschillende massagetallen. Hoeveelheid elektronen bepaalt
chemisch gedrag atoom, dus isotopen hebben dezelfde chemische eigenschappen. Ze
worden als volgt genoteerd: