HOOFDSTUK 8.3 CALCIUM EN FOSFAATSTOFWISSELINGSSTOORNISSEN (8.3.1 T/M 8.3.4)
8.3.1 INLEIDING
Bij de regulatie van de concentratie Ca2+(calcium) en PO43-(fosfaat) in het bloed spelen: PTH,
afgeleiden van vitamine D en Calcitonine een rol.
Functie PTH: (als de concentratie calcium daalt, stijgt de productie PTH )
- terugresorptie van fosfaat in de nier remmen
- terugresorptie van calcium in de nier bevorderen
- calcium en fosfaat uit de bot mobiliseren
- bevorderen van osteoclasten(activiteit)
- de werking van vitamine D in de darm bevorderen, waardoord calcium wordt opgenomen uit
het voedsel.
Functie vitamine D:
- bevorderen van de opname van calcium en fosfaat in de darm
- bevordert vorming van osteoblasten
- mineralisatie van het bot
- terugresorptie van calcium en fosfaat uit de nier
Functie Calcitonine: (geproduceerd in de schildklier)
- botresorptie
- terugresorptie van calcium en fosfaat in de nier
8.3.2. HYPERCALCIËMIE
= verhoging van het calciumgehalte in het bloed.
Oorzaak: - Primaire hyperparathyreoïdie: verhoogde productie en afgifte van het PTH.
Dit is een gevolg van een hyperplasie of adenoom van de bijschildklier. Gevolg is
het ontstaan van botontkalking/afbraak, met als gevolg:
- ziekte Von Recklinghausen: door cystevorming spontaan fracturen optreden.
- cystevorming in het bot: geven spontane fracturen en botpijnen
Primaire hyperparathyreoïdie, gaat gepaard met hypercalciëmie en hypofosfatemie,
hypercalciurie en hyperfosfaturie. oorzaak ligt in de bijschildklier,
Gevolg: Metastatische verkalking (verkalking in weefsel)
vb. in de nieren: niersteenziekten, in de longen: huid en vaatwanden
Behandeling: Chirurgische extirpatie van de zieke kliertjes.
Oorzaak: - Secundaire hyperparathyreoïdie: treedt op bij rachitis, Osteomalacie, chronische
nierinsufficiëntie, Vitamine D-tekort, een hypervitaminose D (vitamine D vergiftiging
door een overschot aan vitamine D in het lichaam) en een hypocalciëmie.
oorzaak ligt buiten de bijschildklier.
, 8.3.3 HYPOCALCIËMIE
= een tekort aan calcium in het bloed.
Oorzaak: - Te weinig vorming van het PTH bij een hypoparathyreoïdie (na een operatieve
verwijdering van de bijschildklier en schildklier subtotale strumectomie)
- Tekort aan vitamine D (door gebrek aan zonlicht, voeding of slechte resorptie in de
darm)
Gevolg: - Bij kinderen Rachitis: groeistoornis en misvorming van de botten.
- Bij volwassenen Osteomalacie: onvoldoende mineralisatie in het botweefsel van
bekken, wervelkolom en lange pijpbeenderen optreedt.
- Er ontstaat Tetanie: syndroom van aanvallen van tonische spierkrampen.
aan de handen: ‘main d’acoucheur’ en het teken van Trousseau’
aan het gezicht: ‘teken van Chvostek’
- Er kan ‘staar’ ontstaan
Behandeling: Intraveneus toedienen van calcium en het toedienen van een vitamine-D-preparaat.
8.3.4 OSTEOPOROSE
= atrofie van het botweefsel botafbraak is sterker dan de botopbouw (vaak gevolg van ouderdom)
Oorzaak: - Vrouwen: hormonale oestrogeendeficiëntie in de overgang.
- Andere endocriende stoornissen: hyperfunctie van de bijnierschors of schildklier
- Lokale osteoporose ontstaat bij immobilisatie en lokale circulatiestoornissen
Gevolg: - de botmassa neemt af, terwijl er normale mineralisatie van het bot is.
Dystrofische verkalking: kalkneerslag in regressief veranderd weefsel waarbij de serum-
calciumconcentratie normaal is.
deze dystrofische verkalking komt voor bij atherosclerose in de vaatwand, verkalking van een
langbestaand abces, verkalking in littekenweefsel en bij pericarditis.
Lithiase: steenvorming in holle organen (galblaas, nieren). Ook in de afvoergangen van klieren en
klierweefsel (speekselsteen).
Cholelithiase: vorming van galstenen (mengstenen; cholesterol, calciumcarbonaat en
bilirubine).
Nephrolithiase en urolithiase: vorming van nier- en urinestenen.
TOETSVRAGEN:
- het PTH verhoogd het bloedcalcium. J
- PTH bevordert de werking van vitamine D in de darm. J
- PTH remt de fosfaat terugresorptie in de nier. J
- Bij een dystrofische verkalking is het serumcalcium normaal. J
- Bij osteoporose is de mineralisatie van het bot normaal. J
- Osteoporose ontstaat vaak rond de overgang. J
- De beste behandeling voor osteoporose is een calciumrijkdieet + gedoseerde fysieke activiteit. J
- Osteomalacie is een synoniem voor rachitis. J
- Vitamine D bevordert de resorptie van calcium uit de darm en wordt daarom toegediend bij een
hypocalciëmie en hypoparathyreoïdie.
-Infecties kunnen leiden tot steenvorming
- Hypercalciëmie kan leiden tot niersteenvorming.