SBG2 – Leefstijl 1: Energiebalans (HC1)
Datum: 24-11-15
Energie = de mogelijkheid om arbeid te verrichten, om iets te kunnen doen.
… Iets in beweging te zetten.
… Kracht uit te oefenen.
… Iets te veranderen.
… Iets te verwarmen.
… Iets te verplaatsen.
… Etc.
Eenheid: Kilocalorie.
Eén calorie is de hoeveelheid energie die nodig is om de temperatuur van één gram water
met één graad te laten stijgen.
Om arbeid te leveren is energie nodig Inname van voedingsstoffen.
Vetten.*
Koolhydraten.*
Eiwitten.
Mineralen.
Vitaminen.
Water.
* Belangrijkste brandstoffen.
Energie inname
1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraat levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
De Schijf van Vijf
Algemene Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) per voedingsstof.
ADH bepaald door: bevolkingsgroep, geslacht, leeftijd, stofwisseling, erfelijke factoren.
Energie inname – Training
Verhouding Koolhydraten, Eiwitten, Vetten (KEV)?
60% - 15% - 25%
50% - 30% - 20%
40% - 40% - 20%
Zeer persoonlijk trainingsdoel
Van inname naar opslag
Hoge energie inname.
Koolhydraten en vetten.
Opslag in de vorm van:
Glycogeen.
In de spieren.
In de lever.
Energie opslag
, Glycogeen is een polymeer van glucose.
Eenvo
udige aanspreekbare energie voorraad.
In het melkzuursysteem wordt ATP gevormd met hulp van glycogeen.
Koolhydraten stapelen?
Mate van getraindheid.
Spiermassa.
Individualiteit.
Met de glycogeen voorraad in de spier kan een hardloper ongeveer 1,5 uur vooruit.
Juiste training + juiste voeding: glycogeen voorraad kan verdubbeld worden.
Energie opslag: Glycogeen
Glycogeen opgeslagen?
Hormoon glucagon:
o Stimuleert afbraak glycogeen in glucose.
o Werkt bloedsuikerspiegel verhogend.
Hormoon insuline:
o Stimuleert opname van bloedglucose door de cellen.
o Werkt bloedsuikerspiegel verlagend.
Energie opslag: Vet
Ruimte/capaciteit
beperkt:
Lever en spieren verzadigd met glycogeen?
Datum: 24-11-15
Energie = de mogelijkheid om arbeid te verrichten, om iets te kunnen doen.
… Iets in beweging te zetten.
… Kracht uit te oefenen.
… Iets te veranderen.
… Iets te verwarmen.
… Iets te verplaatsen.
… Etc.
Eenheid: Kilocalorie.
Eén calorie is de hoeveelheid energie die nodig is om de temperatuur van één gram water
met één graad te laten stijgen.
Om arbeid te leveren is energie nodig Inname van voedingsstoffen.
Vetten.*
Koolhydraten.*
Eiwitten.
Mineralen.
Vitaminen.
Water.
* Belangrijkste brandstoffen.
Energie inname
1 gram vet levert 9 kcal
1 gram koolhydraat levert 4 kcal
1 gram eiwit levert 4 kcal
1 gram alcohol levert 7 kcal
De Schijf van Vijf
Algemene Dagelijkse Hoeveelheid (ADH) per voedingsstof.
ADH bepaald door: bevolkingsgroep, geslacht, leeftijd, stofwisseling, erfelijke factoren.
Energie inname – Training
Verhouding Koolhydraten, Eiwitten, Vetten (KEV)?
60% - 15% - 25%
50% - 30% - 20%
40% - 40% - 20%
Zeer persoonlijk trainingsdoel
Van inname naar opslag
Hoge energie inname.
Koolhydraten en vetten.
Opslag in de vorm van:
Glycogeen.
In de spieren.
In de lever.
Energie opslag
, Glycogeen is een polymeer van glucose.
Eenvo
udige aanspreekbare energie voorraad.
In het melkzuursysteem wordt ATP gevormd met hulp van glycogeen.
Koolhydraten stapelen?
Mate van getraindheid.
Spiermassa.
Individualiteit.
Met de glycogeen voorraad in de spier kan een hardloper ongeveer 1,5 uur vooruit.
Juiste training + juiste voeding: glycogeen voorraad kan verdubbeld worden.
Energie opslag: Glycogeen
Glycogeen opgeslagen?
Hormoon glucagon:
o Stimuleert afbraak glycogeen in glucose.
o Werkt bloedsuikerspiegel verhogend.
Hormoon insuline:
o Stimuleert opname van bloedglucose door de cellen.
o Werkt bloedsuikerspiegel verlagend.
Energie opslag: Vet
Ruimte/capaciteit
beperkt:
Lever en spieren verzadigd met glycogeen?