Frans samenvatting
Imparfait = onvoltooide verleden tijd
-gewoonte of toestand in het verleden beschrijven
neem de nous-vorm van de présent en vervang -ons door de uitgangen
je ais
tu ais
il ait
nous ions
vous iez
ils aient
Passé composé = voltooide tijd
-om eenmalige handeling/gebeurtenis die is afgesloten uit verleden te beschrijven
Met avoir of être?
Etre
huisDe
être-regel
-ook alle
wederkerende
werkwoorden (se) -zich
wassen/ se laver
Paul est arrivé
Madame Dutour est arrivée
Paul et Martine sont arrivés
Eline et Marie sont arrivées
De avoir-regel
Het voltooid deelwoord dat vervoegd wordt met het hulpwerkwoord AVOIR krijgt een uitgang
naar geslacht en getal als het lijdend voorwerp er VÓÓR komt te staan. Dit lijdend voorwerp
is mannelijk of vrouwelijk en staat in het enkelvoud of meervoud, en die vorm geeft dan de
uitgang aan, te weten
- ée, -és, -ées
àElle a vendu ses affaires (staat er niet voor)
Elle les (lv) a vendues (lv staat voor gezegde/ww)
àTu as vu une fille ?
Quelle filles (lv) tu as vue ?
Het lidwoord
, onbepaald lidwoord
een- un/ uneà mv= des (wordt in nl niet vertaald)
des filles-meisjes de + le = du le chien du garcon –
de hond van de
bepaald lidwoord
jongen
de/het- le/la/les/ l’
de + la= de le quai de la gare –
la het perron van het
station
samentrekkingen de + l’= de la réception de l’hôtel-
het bepaald lidwoord soms samengetrokken met de (van/uit) l’ de receptie van het
hotel
de + les= la fête des jeunes- het
het bepaald lidwoord soms samengetrokken met à (in/naar/op..) des feest van de jongeren
à + le= je suis au stade-
au ik ben in het
station
het delend lidwoord:
à + la= à je paye à la
Gebruik het delend lidwoord als het om een onbepaalde hoeveelheid la caisse- ik betaal
gaat. Er is dan in het Nederland geen lidwoord! bij de kassa
à + l’= à je vais à
m= du l’ l’étranger- ik ga
naar het
v= de la
buitenland
klinker/stomme h= de ‘l à+ Il parle aux
mv= des les=aux enfants- hij praat
tegen kinderen
un kilo
Soms veranderd het delend lidwoord: grammes
Na woord v hoeveelheid: Je bois un verre de une tasse =kopje
de/’ café combien
Na een ontkenning: de Je ne bois pas de café énormément
Bijzonderheden rond bepaald lidwoord
soms gebruik v bepaald lidwoord als dat in Nederland niet wordt gebruikt
- voor algemeen gebruikt zelfstandig naamwoord
babys/ sport= les bebes/ le sport
- na de ww aimer,détester, préférer, adorer
mijn ouders zijn dol op thee- mes parents adorent le thé
Landen namen met lidwoord
landennaam in/naar van/uit
v . enkelvoud la France en France de France
m. enkelvoud le Japon au Japon du Japon
mv les Pays-Bas aux Pays-Bas des Pays-Bas
Imparfait = onvoltooide verleden tijd
-gewoonte of toestand in het verleden beschrijven
neem de nous-vorm van de présent en vervang -ons door de uitgangen
je ais
tu ais
il ait
nous ions
vous iez
ils aient
Passé composé = voltooide tijd
-om eenmalige handeling/gebeurtenis die is afgesloten uit verleden te beschrijven
Met avoir of être?
Etre
huisDe
être-regel
-ook alle
wederkerende
werkwoorden (se) -zich
wassen/ se laver
Paul est arrivé
Madame Dutour est arrivée
Paul et Martine sont arrivés
Eline et Marie sont arrivées
De avoir-regel
Het voltooid deelwoord dat vervoegd wordt met het hulpwerkwoord AVOIR krijgt een uitgang
naar geslacht en getal als het lijdend voorwerp er VÓÓR komt te staan. Dit lijdend voorwerp
is mannelijk of vrouwelijk en staat in het enkelvoud of meervoud, en die vorm geeft dan de
uitgang aan, te weten
- ée, -és, -ées
àElle a vendu ses affaires (staat er niet voor)
Elle les (lv) a vendues (lv staat voor gezegde/ww)
àTu as vu une fille ?
Quelle filles (lv) tu as vue ?
Het lidwoord
, onbepaald lidwoord
een- un/ uneà mv= des (wordt in nl niet vertaald)
des filles-meisjes de + le = du le chien du garcon –
de hond van de
bepaald lidwoord
jongen
de/het- le/la/les/ l’
de + la= de le quai de la gare –
la het perron van het
station
samentrekkingen de + l’= de la réception de l’hôtel-
het bepaald lidwoord soms samengetrokken met de (van/uit) l’ de receptie van het
hotel
de + les= la fête des jeunes- het
het bepaald lidwoord soms samengetrokken met à (in/naar/op..) des feest van de jongeren
à + le= je suis au stade-
au ik ben in het
station
het delend lidwoord:
à + la= à je paye à la
Gebruik het delend lidwoord als het om een onbepaalde hoeveelheid la caisse- ik betaal
gaat. Er is dan in het Nederland geen lidwoord! bij de kassa
à + l’= à je vais à
m= du l’ l’étranger- ik ga
naar het
v= de la
buitenland
klinker/stomme h= de ‘l à+ Il parle aux
mv= des les=aux enfants- hij praat
tegen kinderen
un kilo
Soms veranderd het delend lidwoord: grammes
Na woord v hoeveelheid: Je bois un verre de une tasse =kopje
de/’ café combien
Na een ontkenning: de Je ne bois pas de café énormément
Bijzonderheden rond bepaald lidwoord
soms gebruik v bepaald lidwoord als dat in Nederland niet wordt gebruikt
- voor algemeen gebruikt zelfstandig naamwoord
babys/ sport= les bebes/ le sport
- na de ww aimer,détester, préférer, adorer
mijn ouders zijn dol op thee- mes parents adorent le thé
Landen namen met lidwoord
landennaam in/naar van/uit
v . enkelvoud la France en France de France
m. enkelvoud le Japon au Japon du Japon
mv les Pays-Bas aux Pays-Bas des Pays-Bas