Kwalitatief onderzoek
Doelen kwalitatief onderzoek:
> Sociale fenomeen in natuurlijke context begrijpen
> Empirische patronen vinden (kan ook om observaties gaan)
> Basis voor vormen van (nieuwe of aangepaste) theorieën
Belangrijk!
1. Bij kwalitatief onderzoek draait het veel meer om het begrijpen van de natuurlijke
leefomgeving.
2. Meer geïnteresseerd in de context. (Hoe gaat dat in relatie tot in de omgeving: In het
holisme; het geheel)
3. Het perspectief van respondent zelf staat centraal; diepgaand.
4. Via specifieke observaties proberen te onderzoeken. Doel: voorlopige theorieën te
vormen / bredere uitspraken te kunnen maken, ook wel inductie.
Theorie data cyclus:
Stap 1. Idee / theorie
Algemeen:
Wat is het motief? Waar heeft het betrekking tot?
> Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie:
- Ondersteund door data: data uit wetenschappelijk onderzoek
- Falsifieerbaar zijn: een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van
verzamelde gegevens. Een hypothese kan dus fout zijn en in tegendeel bewezen
worden door de verzamelde data. VB: menselijk ziel valt niet te bewijzen.
- Spaarzaam (parsimonious): als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig
om deze complexer te maken. Een eenvoudige simpele theorie is beter. Maar soms
moet je wel meer diepgang brengen.
, Stap 2. Onderzoeksvragen
Algemeen:
In wetenschappelijk onderzoek zijn er twee soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (Basic). Verzamelen van kennis zonder dat er een praktijkprobleem
moet worden opgelost. Je wil gewoon meer kennis vergaren over het onderwerp. Je
bent nieuwsgierig naar dyslectie. Hier breng je de werkelijkheid in kaart.
2. Toegepast. (Applied). Hier wil je echt wat mee bereiken. Een directeur van een
basisschool wil kijken of hij met een bepaalde leesmethode kinderen met dyslectie
kan helpen. Hij wil een praktisch probleem oplossen. Hier weet je al dat het een
probleem is.
Kwalitatief onderzoek:
Onderzoeksvraag van kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E
- Setting: waar in welke context?
- Perspective (of population): voor wie?
- Interest: wat wordt er bekeken?
- (Comparison: vergeleken met wie of wat?)
- Evaluation: met welk resultaat wil je weten?
Je zou als het ware deze elementen moeten kunnen afstrepen bij het vormen van een
onderzoeksvraag.
Voorbeeld onderzoeksvraag:
Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
(... in vergelijking met ouderen) door dit erachter te plakken zou je er nog een comparison
van kunnen maken.
Stap 3. Onderzoeksontwerp
Algemeen:
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp. Hoe kun je zo goed mogelijk
antwoord geven op je onderzoeksvraag.
- Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? Op welke manier? Bij wie?
- Kwalitatieve of kwantitatieve gegevens?
Kwalitatief: analyse van data gegevens. Tekst achtige gegevens (interviews,
verslagen, observatie).
Kwantitatief: metingen met cijfers.
- Bij wie worden empirische gegevens verzameld? Wie worden er geïnterviewd? Bij
welke kinderen ga ik IQ meten? Hoe selecteer ik de deelnemers van mijn
onderzoek?
Doelen kwalitatief onderzoek:
> Sociale fenomeen in natuurlijke context begrijpen
> Empirische patronen vinden (kan ook om observaties gaan)
> Basis voor vormen van (nieuwe of aangepaste) theorieën
Belangrijk!
1. Bij kwalitatief onderzoek draait het veel meer om het begrijpen van de natuurlijke
leefomgeving.
2. Meer geïnteresseerd in de context. (Hoe gaat dat in relatie tot in de omgeving: In het
holisme; het geheel)
3. Het perspectief van respondent zelf staat centraal; diepgaand.
4. Via specifieke observaties proberen te onderzoeken. Doel: voorlopige theorieën te
vormen / bredere uitspraken te kunnen maken, ook wel inductie.
Theorie data cyclus:
Stap 1. Idee / theorie
Algemeen:
Wat is het motief? Waar heeft het betrekking tot?
> Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie:
- Ondersteund door data: data uit wetenschappelijk onderzoek
- Falsifieerbaar zijn: een theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van
verzamelde gegevens. Een hypothese kan dus fout zijn en in tegendeel bewezen
worden door de verzamelde data. VB: menselijk ziel valt niet te bewijzen.
- Spaarzaam (parsimonious): als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig
om deze complexer te maken. Een eenvoudige simpele theorie is beter. Maar soms
moet je wel meer diepgang brengen.
, Stap 2. Onderzoeksvragen
Algemeen:
In wetenschappelijk onderzoek zijn er twee soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (Basic). Verzamelen van kennis zonder dat er een praktijkprobleem
moet worden opgelost. Je wil gewoon meer kennis vergaren over het onderwerp. Je
bent nieuwsgierig naar dyslectie. Hier breng je de werkelijkheid in kaart.
2. Toegepast. (Applied). Hier wil je echt wat mee bereiken. Een directeur van een
basisschool wil kijken of hij met een bepaalde leesmethode kinderen met dyslectie
kan helpen. Hij wil een praktisch probleem oplossen. Hier weet je al dat het een
probleem is.
Kwalitatief onderzoek:
Onderzoeksvraag van kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de volgende elementen:
SPI(C)E
- Setting: waar in welke context?
- Perspective (of population): voor wie?
- Interest: wat wordt er bekeken?
- (Comparison: vergeleken met wie of wat?)
- Evaluation: met welk resultaat wil je weten?
Je zou als het ware deze elementen moeten kunnen afstrepen bij het vormen van een
onderzoeksvraag.
Voorbeeld onderzoeksvraag:
Wat zijn motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?
(... in vergelijking met ouderen) door dit erachter te plakken zou je er nog een comparison
van kunnen maken.
Stap 3. Onderzoeksontwerp
Algemeen:
De onderzoeksvraag leidt tot een onderzoeksontwerp. Hoe kun je zo goed mogelijk
antwoord geven op je onderzoeksvraag.
- Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? Op welke manier? Bij wie?
- Kwalitatieve of kwantitatieve gegevens?
Kwalitatief: analyse van data gegevens. Tekst achtige gegevens (interviews,
verslagen, observatie).
Kwantitatief: metingen met cijfers.
- Bij wie worden empirische gegevens verzameld? Wie worden er geïnterviewd? Bij
welke kinderen ga ik IQ meten? Hoe selecteer ik de deelnemers van mijn
onderzoek?