Nl&T ijs en klimaat
, Hoofdstuk 1
Al het ijs op aarde wordt samen de cryosfeer genoemd. Ijs is de vaste vorm van water. Water kent 3 hoofd fasen: ijs (vast), water
(vloeibaar) en waterdamp (gasvormig). Als de temperatuur laag genoeg is en als er voldoende vocht aanwezig is, kunnen zich in de
atmosfeer ijskristallen vormen. Ijskristallen vormen zich net als regendruppels in wolken. Onder invloed van het bovenliggende
gewicht en de langzame groei van ijskristallen neemt de dichtheid. An de sneeuwlaag met tijd toe. Daarom wordt een sneeuwlaag
vanzelf dunner, zonder dat de totale massa van sneeuw afneemt, dit wordt inklinken genoemd. In plaats van smelten van sneeuw
ook sublimeren, dit is veel energie-intensiever dan smelten en daarom alleen belangrijk in gebieden waar het te koud is voor smelt of
waar de lucht extreem droog is, bv over de prairie van Noord-Amerika.
Het zoutgehalte van het zeewater neemt toe bij de vorming van zee-ijs en neemt weer af bij het smelten. Op deze manier beïnvloedt
zee-ijs de vorming van watermassa’s met verschillende zoutgehaltes in de oceaan. Omdat het zeeoppervlak door golven en
stromingen altijd in beweging is, vormt zich zelden in 1x een mooie gladde ijsvloer.
Vorming zee-ijs
- Grease ice is een mengsel van ijskristallen en zeewater en heeft een karakter van een olieachtige laag op het zeewater die golven
dempt.
- Pancake ice waarbij ronde ijsschotsen zijn gevormd en die door onderlinge botsingen een opstaande rand hebben. Uiteindelijk vriezen
ze aan elkaar vast, waardoor een aaneengesloten laag zee-ijs ontstaat wordt pakijs genoemd.
- Fast ice is zee-ijs dat is vastgevroren aan land of ijs platen.
Meerderjarig sneeuw noemen we firn. Op een bepaalde diepte worden de lucht kanaaltjes tussen de individuele ijskristallen afgesloten.
Dit is het moment waarop gletsjerijs is gevormd. De aanwezigheid van luchtbelletjes onderscheidt gletsjerijs van bevroren water. Voor
het vormen van gletsjerijs moet de druk hoog genoeg zijn om de belletjes af te sluiten en moet de sneeuwlaag dik genoeg zijn, dit kan
alleen boven land gebeuren. In de droge sneeuw zone op bv Antarctica is de combinatie van de hoeveelheid sneeuwval en de
temperatuur bepalend voor de diepte waarop gletsjerijs wordt gevormd. In koude gebieden kunnen gletsjers zonder te smelten de zee in
stromen om vervolgens te gaan drijven. Als de omstandigheden gunstig zijn en de ijs aanvoer groot genoeg is kan zich een vlakte van
drijvend ijs vormen: ijs platen.
Hoofdstuk 2
De belangrijkste techniek om informatie over de geschiedenis van het klimaat uit gletsjers te halen is het boren van ijs kernen. Op
enige diepte worden de lucht kanaaltjes tussen de individuele ijskristallen afgesloten waardoor gletsjers ontstaan. De lucht belletjes
staan vanaf dat moment niet meer in contact met de atmosfeer. Ze bevatten dus een monster van de atmosfeer ten tijde van de
afsluiting. Door de lucht op verschillende dieptes uit de belletjes te halen en te analyseren, kan een tijds reeks van de chemische
samenstelling van de atmosfeer worden gemaakt.
Uit de isotopen samenstelling van ijs kan de temperatuur ten tijde van de vorming van het ijskristal worden afgeleid. Dankzij de isotopen
die aanwezig zijn in luchtbelletjes in ijs kernen kunnen we de ouderdom en herkomst van het ijs bepalen. Ijs kernen worden geboord op
ijskappen, gletsjers in het hoogtegebergte en in de poolgebieden. Deze plaarsen zijn niet representatief voor grote gebieden op aarde. Dit
is een nadeel van de ijs kernen, ook wordt ijs niet heel oud. Ijs wordt namelijk niet dan 1,5 miljoen jaar ,omdat ijs onderaan de ijskap
smelt. Onder invloed van de geotherme warmteflux warmt de ijskap vanaf de onderkant een beetje op. Bij dunne ijskappen vind er
weinig smelt plaats en bij dikke ijskappen juist veel.
, Hoofdstuk 1
Al het ijs op aarde wordt samen de cryosfeer genoemd. Ijs is de vaste vorm van water. Water kent 3 hoofd fasen: ijs (vast), water
(vloeibaar) en waterdamp (gasvormig). Als de temperatuur laag genoeg is en als er voldoende vocht aanwezig is, kunnen zich in de
atmosfeer ijskristallen vormen. Ijskristallen vormen zich net als regendruppels in wolken. Onder invloed van het bovenliggende
gewicht en de langzame groei van ijskristallen neemt de dichtheid. An de sneeuwlaag met tijd toe. Daarom wordt een sneeuwlaag
vanzelf dunner, zonder dat de totale massa van sneeuw afneemt, dit wordt inklinken genoemd. In plaats van smelten van sneeuw
ook sublimeren, dit is veel energie-intensiever dan smelten en daarom alleen belangrijk in gebieden waar het te koud is voor smelt of
waar de lucht extreem droog is, bv over de prairie van Noord-Amerika.
Het zoutgehalte van het zeewater neemt toe bij de vorming van zee-ijs en neemt weer af bij het smelten. Op deze manier beïnvloedt
zee-ijs de vorming van watermassa’s met verschillende zoutgehaltes in de oceaan. Omdat het zeeoppervlak door golven en
stromingen altijd in beweging is, vormt zich zelden in 1x een mooie gladde ijsvloer.
Vorming zee-ijs
- Grease ice is een mengsel van ijskristallen en zeewater en heeft een karakter van een olieachtige laag op het zeewater die golven
dempt.
- Pancake ice waarbij ronde ijsschotsen zijn gevormd en die door onderlinge botsingen een opstaande rand hebben. Uiteindelijk vriezen
ze aan elkaar vast, waardoor een aaneengesloten laag zee-ijs ontstaat wordt pakijs genoemd.
- Fast ice is zee-ijs dat is vastgevroren aan land of ijs platen.
Meerderjarig sneeuw noemen we firn. Op een bepaalde diepte worden de lucht kanaaltjes tussen de individuele ijskristallen afgesloten.
Dit is het moment waarop gletsjerijs is gevormd. De aanwezigheid van luchtbelletjes onderscheidt gletsjerijs van bevroren water. Voor
het vormen van gletsjerijs moet de druk hoog genoeg zijn om de belletjes af te sluiten en moet de sneeuwlaag dik genoeg zijn, dit kan
alleen boven land gebeuren. In de droge sneeuw zone op bv Antarctica is de combinatie van de hoeveelheid sneeuwval en de
temperatuur bepalend voor de diepte waarop gletsjerijs wordt gevormd. In koude gebieden kunnen gletsjers zonder te smelten de zee in
stromen om vervolgens te gaan drijven. Als de omstandigheden gunstig zijn en de ijs aanvoer groot genoeg is kan zich een vlakte van
drijvend ijs vormen: ijs platen.
Hoofdstuk 2
De belangrijkste techniek om informatie over de geschiedenis van het klimaat uit gletsjers te halen is het boren van ijs kernen. Op
enige diepte worden de lucht kanaaltjes tussen de individuele ijskristallen afgesloten waardoor gletsjers ontstaan. De lucht belletjes
staan vanaf dat moment niet meer in contact met de atmosfeer. Ze bevatten dus een monster van de atmosfeer ten tijde van de
afsluiting. Door de lucht op verschillende dieptes uit de belletjes te halen en te analyseren, kan een tijds reeks van de chemische
samenstelling van de atmosfeer worden gemaakt.
Uit de isotopen samenstelling van ijs kan de temperatuur ten tijde van de vorming van het ijskristal worden afgeleid. Dankzij de isotopen
die aanwezig zijn in luchtbelletjes in ijs kernen kunnen we de ouderdom en herkomst van het ijs bepalen. Ijs kernen worden geboord op
ijskappen, gletsjers in het hoogtegebergte en in de poolgebieden. Deze plaarsen zijn niet representatief voor grote gebieden op aarde. Dit
is een nadeel van de ijs kernen, ook wordt ijs niet heel oud. Ijs wordt namelijk niet dan 1,5 miljoen jaar ,omdat ijs onderaan de ijskap
smelt. Onder invloed van de geotherme warmteflux warmt de ijskap vanaf de onderkant een beetje op. Bij dunne ijskappen vind er
weinig smelt plaats en bij dikke ijskappen juist veel.