15.1 Omspanningsvermogen en spanwijdte
Begrippen:
Effectief leidinggeven: leidinggeven dat het doel tegen zo laag mogelijke kosten, met
optimaal gebruik van middelen, gerealiseerd wordt
Omvang van werkterrein van manager aan te geven met:
- Omspanningsvermogen: aantal medewerkers waaraan een leidinggevende effectief
leiding kan geven
- Spanwijdte (span of control): aantal medewerkers waaraan een leidinggevende
feitelijk leiding geeft
Span of control/omspanningsvermogen kan groter worden door:
- Stafdiensten
- Verbeterde communicatiemogelijkheden
- Fysieke nabijheid
- Routinematig werk
- Deskundigheid medewerkers
- Delegatie taken
15.2 Leiderschapsstijlen
Begrippen:
Theorie X: negatief mensbeeld
Theorie Y: positief mensbeeld
Theorie X en Y (McGregor):
- Theorie X (negatief), medewerkers:
● Zijn lui en willen niet werken
● Nemen geen verantwoordelijkheid
● Moeten gedwongen worden om te presteren
Managers betrekken medewerkers niet of nauwelijks bij het werk en besluitvorming. Hij
werkt met belonen en straffen. Vaak self-fulfilling prophecy:
❖ Self-fulfilling prophecy: als een manager vindt dat de medewerkers lui zijn dan gaan
de medewerkers zich ook zo gedragen
- Theorie Y (positief), medewerkers:
● Willen werken
● Willen verantwoordelijkheid dragen
● Worden niet alleen gemotiveerd door geld
● Zijn geneigd creatief mee te denken
Managers betrekken medewerkers bij het werk en zijn meer begeleidend dan leidend bezig
Beste leiderschapsstijl is afhankelijk van:
- Situatie of omstandigheden (rustige meeting of crisis)
- Motivatie en bekwaamheid medewerker