18.1 Onderhandse lening
Begrippen:
Onderhandse lening: lening op lange termijn die door één geldgever wordt verstrekt
● Eén geldgever die geld uitleent aan één geldnemer (bank aan bedrijf, familielid aan
bedrijf)
● In principe geen mogelijkheid tussentijds te verkopen (kan bij obligaties vaak wel)
● Voordelen: rechtstreeks contact, onderhandelen over rente en aflossing is dus
mogelijk
● Nadeel: kans op dat afspraken niet goed worden vastgelegd
Achtergestelde lening: lening die pas terugbetaald wordt nadat andere schulden zijn betaald
● Telt als eigen vermogen
● Vaak van familieleden
Soorten vreemd vermogen:
- Lang termijn:
● Onderhandse lening (lang)
● Hypothecaire lening (lang)
● Obligatielening (lang)
- Kort termijn:
● Leverancierskrediet (kort)
● Afnemerskrediet (kort)
● Rekening-courantkrediet (kort)
18.2 Hypothecaire lening
Begrippen:
Hypothecaire lening: geldlening op onderpand van een onroerende zaak (pand) of
schip/vliegtuig
Hypotheekgever: degene die iets in onderpand geeft
2 meest voorkomende vormen van hypothecaire leningen:
- Lineaire hypotheek: gelijke aflossing per jaar of maand
● Aflossing is het terugbetalen van de schuld (dus zijn geen kosten)
● Interest is de vergoeding die aan de bank betaald moet worden voor de
lening. Dit zijn kosten
● De onderneming vermindert interest en dus de winst en dus de te betalen
Vennootschapsbelasting
➔ Een lineaire lening is gunstig voor oudere mensen en mensen die gepensioneerd zijn
- Annuïteiten hypotheek: interest en aflossing is ieder jaar een gelijk bedrag
● De interest wordt ieder jaar kleiner en de aflossing wordt ieder jaar groter
➔ Een annuïteitenlening is gunstig voor jonge mensen die net zijn begonnen met
werken en loonsverwachtingen kunnen ontvangen