27. 1 Variabele en constante kosten
Begrippen:
Capaciteit: - Maximale aantal goederen dat een handelsonderneming kan verkopen
- Maximale aantal diensten dat een dienstverlenende onderneming kan leveren
- Maximale aantal producten dan een dienstverlenende onderneming met de
productie kan maken
Soorten kosten:
- Constante kosten (CK): liggen op korte termijn vast en zijn onafhankelijk van de
productie
● Kunnen wel veranderen door wijziging van productie capaciteit en prijs!
○ Voorbeeld: machines, afschrijvingskosten, huurkosten
- Variabele kosten (VK): veranderen op korte termijn, afhankelijk van de productie
● Doorgaans proportioneel = VK nemen toe/af in dezelfde mate als de afzet,
dus evenredig → nemen toe als afzet stijgt, nemen af als afzet daalt
○ Voorbeelden: inkoopprijs, inkoopkosten, energie,
verpakkingsmateriaal
Totale kosten (TK) = TCK + TVK
Voorbeeld:
De totale kosten van een onderneming is bij productie en afzet van 10000 diensten
€300000. Bij een productie en afzet van 9000 diensten zijn de totale kosten €280000. De
totale kosten bestaan uit proportioneel variabele kosten en uit constante kosten
a. Bereken de variabele kosten per dienst
b. Bereken de constante kosten
a. Productie/afzet 10000 diensten → €300000
Productie/afzet 9000 diensten → €280000
Daling 1000 diensten → €20000
€20000/1000 = €20
b. 10000 x €20 = €200000
€300000 - €200000 = €100000
27.2 Break-evenanalyse
Begrippen:
Break-evenanalyse: doel van deze analyse is om te bepalen bij welke omzet of afzet de
kosten terug worden verdiend
● Omzet- of afzet prognoses zijn altijd onzeker, zeker in het begin
Break-even: wanneer de opbrengsten gelijk zijn aan de kosten TO = TK
- Afzet of omzet waarbij de nettowinst precies 0 is
- Er precies sprake is van kostendekking (TO = TK)
- Dekkingsbijdrage = constante kosten