Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Begrippenlijst palet van de psychologie H1-H6 H8 H9

Rating
4.0
(4)
Sold
4
Pages
10
Uploaded on
07-02-2016
Written in
2015/2016

Alle begrippen uit het boek Palet van de psychologie geschreven door Ritger. Alle begrippen worden verklaard. Dit document is zeer handig bij het leren voor een tentamen.

Institution
Course

Content preview

Hoofdstuk 1: Psychologie een palet vol theorieën.
Object: studieonderwerp van een wetenschap.
Intern: binnen een wetenschap.
Extern: vanuit andere wetenschappen.
Lifetime prevalentie: de mate waarin een groep ooit in hun leven een bepaalde stoornis
heeft (gehad).
Hedonisme: genieten van het leven.
Psychologie: een wetenschap waarbij zowel het gedrag van mensen word bestudeerd, als
de gevoelens en gedachten die mensen hebben bij het ervaren van hun gedrag en
omstandigheden waarin dat plaatsvindt.
Heuretistische waarde: inzicht van de theorie zorgen ervoor dat er nieuwe voorspellingen
gedaan kunnen worden.
Mensbeeld: hierin komt tot uiting hoe 'de mens' wordt opgevat.
Fijnmazige cultuur: de nadruk op de groep + familie.
De mens als mechanisme: afzonderlijke delen, afzonderlijke eigenschappen.
Mechanistische visie: delen van de mensen kunnen zelfstandig bestudeerd worden.
Lineair causaal: Er wordt een oorzaak voor gedrag gezocht en dat het verband voor gedrag
rechtlijnig is. (A veroorzaakt B: 'er zit een draadje los bij jou').
Organistisch mensbeeld: groeiend organisme, wordt als één geheel gezien.
Interne dynamiek: onderdelen beïnvloeden elkaar, zijn niet los van elkaar te zien.
Externe dynamiek: organisme staat in wisselwerking met zijn omgeving.
Circulair causaal: Er is sprake van een wisselwerking tussen oorzaak en gevolg. (A
veroorzaakt mede B en B veroorzaakt mede A. Kind is oorgehoorzaam waardoor ouders
strenger worden, wat er voor zorgt dat het kind nog ongehoorzamer wordt).
Personalistische visie: benadrukking unieke karakter. Mensen scheppen zelf cultuur.
Betekenis aan het leven geven.
Harde psychologie: gebaseerd op harde cijfers en feiten.
Zachte psychologie: subjectieve psychologie, kijken naar gevoelens en emotie.
Algemene systeemtheorie (AST): Theorie die een kader biedt om verschillende inzichten
van verschillende theorieën te integreren. De mens en omgeving wordt als één systeem
gezien. Er wordt gebruikt gemaakt van het biopsychosociale model.
Biopsychosociale model: een model dat aangeeft dat bij menselijk gedrag altijd
biologische, psychische en sociale factoren een rol spelen.
Psychomatiek: een lichamelijke klacht heeft geen medische (=lichamelijke) oorzaak.
Evidence based: methodieken die bewezen effectief werken.

Hoofdstuk 2: Psychoanalyse
Psychoanalyse (psychodynamische theorie): theorie over het functioneren van mensen
en over een hulpverleningspraktijk.
Symboolfunctie: het symptoom beeldt iets anders uit en verwijst naar een probleem of
innerlijk conflict.
Droomtheorie: de droominhoud die iemand zich herinnert is een vermomming van
onbewuste innerlijke wensen.
Bewuste: deel van het psychische dat alles omvat wat zich op een bepaald moment onder
de aandacht afspeelt (waarnemen, herinneringen, emoties, gedachten).
Voorbewuste: kennis, emoties, etc. die niet op dat moment onder de aandacht spelen, maar
die wel op te roepen zijn.
Onbewuste: deel van het 'psychische' waarvan men 'niet weet' omdat ze bijvoorbeeld te
veel angst oproepen als we ons er wel bewust van zouden zijn.
Primaire proces: kenmerkt het onbewuste, streeft naar het lustprincipe. Primaire proces van
het onbewuste is irrationeel (ongevoelig voor bewuste redenen/overwegingen).
Secundaire proces: kenmerkt het voorbewuste en het bewuste. Is gericht op doelmatigheid.
Wordt gekenmerkt door rationaliteit (overwegingen wat wel en niet kan gebeuren). Streeft
naar realiteitsprincipe.
Drifttheorie: mensen hebben twee aangeboren basisdriften die tegengesteld zijn aan elkaar.

, Eros (seksuele/levensdrift): de motor van al het gedrag dat als fijn of plezierig wordt
ervaren. Functioneert volgens het lustprincipe.
Thanatos (dood/agressiedrift): bevat agressieve en destructieve driften, vermijding van
spanning.
Energietheorie: elke drift vertegenwoordigd een energie.
Libido: driftenergie van Eros. Energie is eerst gericht op eigen lichaam, kind moet leren om
deze energie te richten op een object/persoon buiten zichzelf.
Id: gericht op bevrediging van de behoeften die veroorzaakt worden door driften en
georiënteerd is op lust. (Duiveltje)
Ego: rede, gezond verstand. Is actief bewust als je redeneert, afweegt, beslissingen neemt.
Superego: opper-ik of geweten. (Engeltje)
Ik-ideaal: het ideale beeld waaraan iemand wil voldoen.
Fixatie: een kind blijft steken in een fase en weet het conflict onvoldoende op te lossen.
Regressie: een kind heeft al één of meerdere fase goed doorlopen, maar kan door allerlei
zaken terugvallen in een eerdere fase.
Polymorf pervers: Kind beleeft seksuele lust op allerlei manieren, via huid, mond, anus en
genitaliën. Omgeving staat puur in dienst in de wensen van het kind.
Aangeboren gedragsrepertoire: huilen, lachen, vastklampen. Lokt zorggedrag en interactie
met een volwassenen uit wat toe neemt in onveilige situaties.
Aangeboren zorginstinct: moeder weet direct hoe ze een kind moet verzorgen als het
geboren is.
Achtmaanden angst: vreemdenangst
Matching: afstemming van signalen tussen de primaire verzorgers en het kind.
Attunement: de matching is geslaagd. Dit gebeurd alleen als beide emotioneel beschikbaar
zijn.
Objecten: de andere personen waarbij je iets beleefd.
Subject: de persoon die iets beleefd.
Symbiotische relatie: intense betrokkenheid en het kind ervaart zich nog niet als zelfstandig
individu.
Separatie individuatieproces: losmaking van de ouder en het verkrijgen van een eigen
identiteit.
Transitionele objecten: knuffelberen, functioneert als tijdelijke vervanging van de moeder.
Psychische stoornis: uitingen van onbewuste conflicten en bij het ontstaan ervan spelen
vroegkinderlijke ervaringen een grote rol.
Weerstand: een mechanisme dat het herinneren van onbewuste wensen, trauma's en
impulsen verhindert. Later verdedigingsmechanisme genoemd.
Neurotische verdedigingsmechanismen: Zorgen dat onbewuste, bedreigende gedachten
niet aan de oppervlakte komen.
Verdringing: verloopt geheel onbewust. Onaanvaardbare wensen, impulsen of fantasieën
worden uit het bewuste verbannen.
Verplaatsing: een mechanisme waarbij gevoelens verbonden zijn aan een bepaalde situatie
of persoon gericht worden op een andere situatie of persoon (Dochter smeert kamer onder,
volgende dag kopje omstoten, moeder slaat kind).
Reactieformatie: een onaanvaardbare wens of impuls wordt geneutraliseerd door juist het
gedrag te vertonen dat er lijnrecht tegenover staat (Jaloers op broertje, zeer bezorg zijn).
Isoleren van gevoel: verdedigingsmechanisme dat voorkomt bij slachtoffers van trauma. De
traumatische herinneringen kunnen gemakkelijk opgehaald worden, emoties niet.
Somatiseren: verdedigingsmechanisme dat onbewuste wensen een uitdrukking krijgen in
lichamelijke klachten.
Vermijding: gedachten of situaties die je confronteren met angst of schaamte worden
vermeden. Ben je vaak van bewust.
Ageren: voorkomen dat gedachten bewust worden. Treedt vooral op als iemand niet over
iets kan praten.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
H1- h6 en h8 en h9
Uploaded on
February 7, 2016
Number of pages
10
Written in
2015/2016
Type
SUMMARY

Subjects

$4.19
Get access to the full document:
Purchased by 4 students

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF


Also available in package deal

Reviews from verified buyers

Showing all 4 reviews
7 year ago

8 year ago

8 year ago

8 year ago

4.0

4 reviews

5
1
4
2
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mirandadijkdrenth Hogeschool Rotterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
133
Member since
10 year
Number of followers
99
Documents
36
Last sold
6 months ago

Hi! Begrippenlijsten vind ik persoonlijk zo handig en fijn om te gebruiken bij het leren voor een tentamen. Meerkeuze toetsen bestaan vooral uit vragen over begrippen en bij toetsen met open vragen komen begrippen altijd van pas. Vanwege deze reden kun je op mijn account altijd een begrippenlijst vinden die hoort bij een bepaald boek, zodat je deze kan leren.

4.1

31 reviews

5
10
4
15
3
5
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions