ZSA Moeheid en werk
Overspannen en surmenage zijn hetzelfde. Beschrijft een toestandsbeeld: (a) een overmaat aan
stress als veronderstelde oorzaak, (b) het ontstaan van klachten en (c) sociaal disfunctioneren.
Burnout > 6 maanden bovenstaande klachten (chronisch, relatie tot werkstress en uitputting).
Meten met de Maslach Burnout Inventory (MBI) die in Nederland bekend staat als de Utrechtse
Burnout Schaal (UBOS). De MBI omvat drie schalen: emotionele uitputting, depersonalisatie (een
cynische houding ten opzichte van de mensen met wie men werkt) en verminderde
gepercipieerde bekwaamheid in het werk.
- op lichamelijk gebied (bijv. snel moe, slecht slapen, pijnlijke en gespannen spieren)
- op cognitief gebied (bijv. concentratie- en geheugenproblemen, problemen met plannen)
- op emotioneel gebied (bijv. prikkelbaarheid, snel in tranen uitbarsten, depressie- en
angstklachten)
- op gedragsgebied (bijv. gehaast of ongeduldig gedrag, niet meer kunnen stoppen met werken,
meer drinken, roken, snoepen).
Aanpassingsstoornis / Adjustment disorder
Kernsymptomen
- moeheid
- gestoorde of onrustige slaap
- prikkelbaarheid
- niet tegen drukte/herrie kunnen
- emotionele labiliteit
- piekeren •
- zich gejaagd voelen
- concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid.
Ziektemodel burnout
Het ontstaan van overspanning en burnout begint met ‘stress’. Stressoren zijn omstandigheden of
gebeurtenissen die gepercipieerd worden als bedreigend voor het psychosociale evenwicht. Een
bruikbare indeling van stressoren is die in verplichtingen (weerkerende belasting in werk, studie,
huishouding, zorg, etc.), problemen (ongewenste situaties op diverse gebieden zoals relaties,
nanciën, werk, carrière, etc.) en levensgebeurtenissen (meer of minder ingrijpende veranderingen
in het leven, welke ‘verwerking’ en/of aanpassing van het levenspatroon vereisen).
fi
, Geconfronteerd met een of meer stressoren moet de persoon in kwestie de stressor(en) op de een
of andere manier hanteren (coping) teneinde het psychosociale evenwicht te bewaren of te
herstellen. Een gevoel van onaangename spanning (distress) ontstaat als de persoon veel moeite
heeft met het hanteren van de stressor(en) en normaal te blijven functioneren. Tot zover is dit alles
nog een betrekkelijk normale ervaring: iedereen heeft het wel eens druk (verplichtingen), heeft wel
eens problemen of tegenslagen, of krijgt te maken met ingrijpende veranderingen
(levensgebeurtenissen). Echter als de stresshantering tekort schiet om het evenwicht te herstellen
(falende coping) en de persoon weet niet meer wat te doen (demoralisatie) ontstaat er
controleverlies en is de persoon de grip op de situatie kwijt. Dan neemt de distress ink toe en
rest de persoon in kwestie geen andere optie meer dan het op te geven. Bij dat opgeven stopt de
persoon met verdere pogingen om de stressor(en) het hoofd te bieden, laat belangrijke sociale
rollen vallen, meldt zich ziek en trekt zich terug. Dan is er sprake van overspanning: een
combinatie van distress, controleverlies en sociaal disfunctioneren. In een situatie van
overspanning kunnen lichamelijke spanningsklachten het beeld in meer of mindere mate gaan
meekleuren. Hierdoor kan bij daarvoor gevoelige personen een proces van somatisatie worden
geactiveerd. Somatisatie houdt in dat de distress en de daarmee samenhangende lichamelijke
klachten een vicieus proces worden door preoccupatie met lichamelijke klachten. Aandacht van
de omgeving, inclusief de zorgsector, kan dit proces verder versterken. Wanneer de klachten
langer bestaan en moeheid en uitputting in de beleving van de persoon sterker op de voorgrond
treden, spreken we van burnout.
fl
Overspannen en surmenage zijn hetzelfde. Beschrijft een toestandsbeeld: (a) een overmaat aan
stress als veronderstelde oorzaak, (b) het ontstaan van klachten en (c) sociaal disfunctioneren.
Burnout > 6 maanden bovenstaande klachten (chronisch, relatie tot werkstress en uitputting).
Meten met de Maslach Burnout Inventory (MBI) die in Nederland bekend staat als de Utrechtse
Burnout Schaal (UBOS). De MBI omvat drie schalen: emotionele uitputting, depersonalisatie (een
cynische houding ten opzichte van de mensen met wie men werkt) en verminderde
gepercipieerde bekwaamheid in het werk.
- op lichamelijk gebied (bijv. snel moe, slecht slapen, pijnlijke en gespannen spieren)
- op cognitief gebied (bijv. concentratie- en geheugenproblemen, problemen met plannen)
- op emotioneel gebied (bijv. prikkelbaarheid, snel in tranen uitbarsten, depressie- en
angstklachten)
- op gedragsgebied (bijv. gehaast of ongeduldig gedrag, niet meer kunnen stoppen met werken,
meer drinken, roken, snoepen).
Aanpassingsstoornis / Adjustment disorder
Kernsymptomen
- moeheid
- gestoorde of onrustige slaap
- prikkelbaarheid
- niet tegen drukte/herrie kunnen
- emotionele labiliteit
- piekeren •
- zich gejaagd voelen
- concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid.
Ziektemodel burnout
Het ontstaan van overspanning en burnout begint met ‘stress’. Stressoren zijn omstandigheden of
gebeurtenissen die gepercipieerd worden als bedreigend voor het psychosociale evenwicht. Een
bruikbare indeling van stressoren is die in verplichtingen (weerkerende belasting in werk, studie,
huishouding, zorg, etc.), problemen (ongewenste situaties op diverse gebieden zoals relaties,
nanciën, werk, carrière, etc.) en levensgebeurtenissen (meer of minder ingrijpende veranderingen
in het leven, welke ‘verwerking’ en/of aanpassing van het levenspatroon vereisen).
fi
, Geconfronteerd met een of meer stressoren moet de persoon in kwestie de stressor(en) op de een
of andere manier hanteren (coping) teneinde het psychosociale evenwicht te bewaren of te
herstellen. Een gevoel van onaangename spanning (distress) ontstaat als de persoon veel moeite
heeft met het hanteren van de stressor(en) en normaal te blijven functioneren. Tot zover is dit alles
nog een betrekkelijk normale ervaring: iedereen heeft het wel eens druk (verplichtingen), heeft wel
eens problemen of tegenslagen, of krijgt te maken met ingrijpende veranderingen
(levensgebeurtenissen). Echter als de stresshantering tekort schiet om het evenwicht te herstellen
(falende coping) en de persoon weet niet meer wat te doen (demoralisatie) ontstaat er
controleverlies en is de persoon de grip op de situatie kwijt. Dan neemt de distress ink toe en
rest de persoon in kwestie geen andere optie meer dan het op te geven. Bij dat opgeven stopt de
persoon met verdere pogingen om de stressor(en) het hoofd te bieden, laat belangrijke sociale
rollen vallen, meldt zich ziek en trekt zich terug. Dan is er sprake van overspanning: een
combinatie van distress, controleverlies en sociaal disfunctioneren. In een situatie van
overspanning kunnen lichamelijke spanningsklachten het beeld in meer of mindere mate gaan
meekleuren. Hierdoor kan bij daarvoor gevoelige personen een proces van somatisatie worden
geactiveerd. Somatisatie houdt in dat de distress en de daarmee samenhangende lichamelijke
klachten een vicieus proces worden door preoccupatie met lichamelijke klachten. Aandacht van
de omgeving, inclusief de zorgsector, kan dit proces verder versterken. Wanneer de klachten
langer bestaan en moeheid en uitputting in de beleving van de persoon sterker op de voorgrond
treden, spreken we van burnout.
fl