(SV BOEK OOK!)
Er wordt directe invloed op organisaties uitgeoefend door partijen uit de
omgeving. Kenmerk is dat de organisatie ook direct invloed heeft op deze
partijen.
De volgende partijen bevinden zich in de directe omgeving:
- Afnemers; Hebben vraag naar producten en diensten, hebben veel
behoeften waardoor de onderneming hier constant op in speelt
- Leveranciers; Elke onderneming maakt gebruik van producten en
diensten van andere organisaties, deze producten en diensten worden
geleverd door de leveranciers.
- Concurrentie; Bijna elke onderneming heeft te maken met concurrentie
en moet hier hevig op inspelen.
- Vermogensverschaffers; organisaties halen hun financiële middelen
uit aandeelhouders, financiële instellingen en de overheid
- Werknemers; belangrijkste kapitaal van de organisatie
- Belangenbehartigingorganisaties; Er zijn veel organisaties die
belangen vertegenwoordigen voor werknemers en werkgevers, milieu, etc.
- Overheidsinstellingen; Beinvloeden organisaties door te controleren
op dingen
- Media; De media volgt tegenwoordig ondernemingen op de voet;
Omgevingsfactoren zijn externe factoren die grote invloed hebben op
een onder-neming, maar de onderneming kan nauwelijks invloed
uitoefenen op deze factoren. DESTEP! - Demografische factoren;
vergrijzing, vergroening, etc.
- Economische factoren; verschuiving inkomen;
conjuncturen, etc.
- Sociaal-maatschappelijke factoren; trends, nieuwe
denkwijze
- Technologische factoren; ontwikkeling;
- Ecologische factoren (milieufactoren); grondstoffen &
milieueisen
- Politieke factoren; regels & wetgevingen
Hoofdstuk 4 – Samenwerking (4.1, 4.3.1, 4.5.1)
Enkele strategische doelen die via een samenwerkingsverband worden
nagestreefd:
- De concurrentie in bedrijfstak te verminderen door samenwerking
aan te gaan
- Samenwerken zorgt voor risicospreiding;
- Het bij elkaar brengen van specifieke ondernemingsgebieden
- Het wegnemen van barrières: Afzet in buitenland? Samenwerking met
lokaal bedrijf!
Oorzaak toename samenwerkingsverband= Mondialisering van kennis
(uitwisselen)
Concurrenten kunnen samenwerken, redenen hiervoor zijn:
a) een zelfstandige productontwikkeling is onbetaalbaar
b) een penetratie op nieuwe onbekende markten wordt mogelijk
c) de productie-efficiëntie wordt vergroot & de kwaliteitsbewaking wordt
verbeterd
, Door een fusie (samengaan; zelfde doel) of overname (kopen) bereik je
een groter marktaandeel (= groei in de onderneming) en dus
waarschijnlijk een grotere winst.
Een ander motief voor fusie of overname is synergie ( 1 + 1 = 3 )
Organisaties vullen elkaar aan doordat kennis wordt gebundeld en daarom
komt er een topresultaat.
Ook persoonlijke motieven zoals prestige, loonsverhoging en status
spelen een rol.
Outsourcing/uitbesteding = VB: Europees bedrijf laat ICT-zaken door
Azië bedrijf doen
Strategische alliantie = 2+ verschillende ondernemingen werken
samen
Joint venture = 2+ ondernemingen richten een gezamenlijke
dochteronderneming op
Organisatorisch netwerk = Cluster van organisaties die samenwerken
> zelfde doel
Licentie = Onderneming geeft andere onderneming het recht om haar
product te maken
Franchising = Detailhandel opereert onder de richtlijnen van een
franchisegever.
Verdedigen = Defensieve strategie om de concurrentiepositie te
beschermen
Handhaven = Defensieve strategie om te handhaven want je bent al
marktleider
De redenen van het opbouwen van een samenwerking heeft verschillende
motieven:
1) Kostengerichte samenwerking = Besparen is hoofddoel v/d
samenwerking
2) Positioneringsgerichte samenwerking = Uitbreiding van bestaande
markten en het penetreren van nieuwe markten (positie ontwikkelen!)
3) Op leren gerichte samenwerking = Kennis uitwisselen is het
hoofddoel
Hoofdstuk 5 – De mens in Organisaties
Motivatie = De bereidheid van een persoon om bepaalde dingen te doen
(willen doen)
Werkintrensieke motivatie = Het gaat hierbij om de dingen rondom het
werk
Werkextrinsieke motivatie = Het gaat hierbij om het werk zelf; zien ‘t
als ‘n uitdaging
Procesgeoriënteerde motivatietheorie = Houd zich bezig met de
vraag hoe en waarom het motivatieproces van medewerkers verloopt
Verwachtingstheorie = Gaat er van uit dat de medewerker is geneigd
om op een bepaalde manier te handelen op basis van verwachting van de
uitkomst
Attitude = De (relatief stabiele) houding ten opzichte van een onderwerp
Je kan mensen extra motiveren door financiële prikkels, verandering in