1. Begripsbepaling
Om welke ziektebeeld gaat het:
Dementia.
2. Epidemiologie:
Hoe vaak komt de ziekte voor:
De kans in 1 op de 5 van iemand in zijn gehele leven dementie krijgt.
3. Welke anatomie en fysiologie is bij deze ziekte betrokken:
Anatomie:
De voorhoofdskwab en de slaapkwab.
Fysiologie:
De zenuwcellen in de hersenen gaan kapot. Soms ook de verbinding tussen
de cellen.
4. Welke oorzaken zijn er:
Inwendig:
Roken, sterk overgewicht, slechte nierfunctie, hoe bloeddruk en diabetes.
Uitwendig:
Te weinig bewegen en weinig mentale activiteit.
5. Symptomen:
Welke verschijnselen komen voor bij deze ziekte:
Vergeetachtig, moeite met dagelijkse handelingen, het kwijtraken van
spullen, verandering van gedrag en karakter en nog veel meer.
6. Diagnose:
Welke onderzoeken voor een diagnose:
De specialist doet een neurologisch en een neuropsychologisch onderzoek.
Eventueel word verder onderzoek gedaan met een MRI-scan.
7. Therapie:
Welke behandelingen kunnen worden toegepast:
Hersenen actief houden, regelmatig bewegen, psychologische hulp en nog
veel meer.
8. Prognose:
Hoe zal de ziekte vermoedelijk verlopen en wat is de kans op beterschap:
Dementie heeft 4 fases. Beterschap bij dementie is er niet, vaak word het
alleen maar erger. Mensen met dementie leven gemiddeld nog maar 8 jaar.
9. Complicaties:
Welke complicaties kunnen zich voordoen:
Heel veel cognitieve veranderingen.
Om welke ziektebeeld gaat het:
Dementia.
2. Epidemiologie:
Hoe vaak komt de ziekte voor:
De kans in 1 op de 5 van iemand in zijn gehele leven dementie krijgt.
3. Welke anatomie en fysiologie is bij deze ziekte betrokken:
Anatomie:
De voorhoofdskwab en de slaapkwab.
Fysiologie:
De zenuwcellen in de hersenen gaan kapot. Soms ook de verbinding tussen
de cellen.
4. Welke oorzaken zijn er:
Inwendig:
Roken, sterk overgewicht, slechte nierfunctie, hoe bloeddruk en diabetes.
Uitwendig:
Te weinig bewegen en weinig mentale activiteit.
5. Symptomen:
Welke verschijnselen komen voor bij deze ziekte:
Vergeetachtig, moeite met dagelijkse handelingen, het kwijtraken van
spullen, verandering van gedrag en karakter en nog veel meer.
6. Diagnose:
Welke onderzoeken voor een diagnose:
De specialist doet een neurologisch en een neuropsychologisch onderzoek.
Eventueel word verder onderzoek gedaan met een MRI-scan.
7. Therapie:
Welke behandelingen kunnen worden toegepast:
Hersenen actief houden, regelmatig bewegen, psychologische hulp en nog
veel meer.
8. Prognose:
Hoe zal de ziekte vermoedelijk verlopen en wat is de kans op beterschap:
Dementie heeft 4 fases. Beterschap bij dementie is er niet, vaak word het
alleen maar erger. Mensen met dementie leven gemiddeld nog maar 8 jaar.
9. Complicaties:
Welke complicaties kunnen zich voordoen:
Heel veel cognitieve veranderingen.