BASISSTOF 1 TRANSPORTSYSTEMEN
Houtvaten: transportkanaal voor water en
zouten, soms organische stoffen van de
wortels via de stengels naar de bladeren.
(anorganische sapstroom)
Bastvaten: transportkanalen in de bast,
vervoert vooral assimilatieproducten en
water vanuit de bladeren naar alle delen
van de plant. (organische sapstroom)
Wortelharen: opperhuid van de wortels die
is uitgegroeid tot haren, deze haren zorgen
voor vertakkingen die het worteloppervlak
sterk vergroten.
Centrale cilinder: centrale deel van een plantenstengel en wortel. Bestaat ui de hout- en bastvaten
Endodermis: de buitenste laag cellen van de centrale cilinder
Worteldruk: druk die ontstaat in de houtvaten als gevolg van osmose door actief zouttransport
Capillaire werking: een vloeistof stijgt omhoog in een smal buisje door onderlinge aantrekking van
moleculen. Bij planten gaat het water in de houtvaten omhoog door capillaire werking
Cohesiekrachten: watermoleculen trekken elkaar aan
Adhesiekrachten: watermoleculen plakken aan de celwanden
Huidmondjes: kleine openingen in de epidermis van bladeren en stengels. Bestaat uit 2 sluitcellen
rond een regelbare spleet. De huidmondjes dienen voor gaswisseling
Open circulatiesysteem: bij geleedpotigen stroomt een vloeistof met opgeloste stoffen rond, ook
hebben ze een buisvormig hart dat lichaamsvloeistof langs de organen laat bewegen.
Bloedsomloop: gewervelde dieren hebben een gesloten systeem
waarin het bloed is gescheiden van de andere
lichaamsvloeistoffen. Transport van stoffen vindt plaats door
bloedvaten de kracht hiervoor wordt geleverd door het hart.
Enkelvoudige bloedsomloop: bloedsomloop waarbij het bloed
per omloop 1x door het hart stroomt
Dubbele bloedsomloop: per omloop stroomt het bloed
tweemaal door het hart
Linkerharthelft: ontvangt en verstuurd zuurstofrijk bloed
Rechterharthelft: ontvangt en verstuurd zuurstofarm bloed
Kleine bloedsomloop: bloedsomloop met de route hart ->
longen -> hart; rechterharthelft pompt zuurstofarm bloed naar
de longen, vanuit de longen stroomt zuurstofrijk bloed naar de
linkerharthelft.
Grote bloedsomloop: bloedsomloop met route: hart -> organen
(zonder longen) -> hart; de linkerharthelft pompt bloed naar alle
organen, vanuit deze organen stroomt het bloed weer terug naar
de rechterharthelft