Samenvatting M&O Blok 1
Week 1
Management accounting houdt zich bezig met (vooral) financieel-economische berichtgeving aan
interne belanghebbenden.
Bij management control gaat het om het uitklokken van gewenst gedrag bij medewerkers, dat wil
zeggen gedrag dat in overeenstemming is met de doelstellingen van de onderneming
(doelcongruentie). Bijvoorbeeld door:
- Het gebruik van budgetten
- Beheersmaatregelen
- Werkinstructies
- Een bepaalde organisatiestructuur te kiezen
- Een bepaald soort leiderschap uit te stralen
- Een bepaalde binding met de werknemers tot stand te brengen
Management control is pas effectief als er een goede richting is, ofwel strategie
1. Afbakening strategie
2. Concretiseren strategische doelen
3. Steeds verder vertalen van strategische doelen naar kleinere ‘instructies’
4. Afleggen van verantwoording
Doelcongruentie
Organiseren van de werkzaamheden waarbij de door het personeel na te streven doelen
overeenkomen met de ondernemingsdoelen.
Management gaat dus over het managen van mensen.
Strategische doelstellingen:
Winstmaximalisatie
Waardemaximalisatie
Continuïteit
Reputatie
Groei
MVO
Visie ondernemingen:
Holistische visie (zelfstandige eenheid, winstmaximalisatie) Shell: ‘’Ik pomp alles op wat ik
kan oppompen”
Behavioristische visie (complexe relatie, PeoplePlanetProfit)
Managementcontrolsysteem op te splitsen in:
- Management-controlstructuur (wat het systeem is, organisatiestructuur,
verantwoordelijkheidscentra)
- Management-controlproces (wat het systeem doet, budgetstandaarden en -doelstellingen)
Soorten ondernemingen:
o Single industry: één product of dienst
o Related diversification: meerdere producten of diensten met één gemeenschappelijk
kenmerk
o Unrelated diversification: meerdere producten of diensten die geen gemeenschappelijk
kenmerk hebben
Vier missies:
- Build: hierbij kijk je veel minder naar de kosten
- Harvest: kosten en opbrengsten zijn beide erg belangrijk
- Divest
- Hold
, Concurrentiestrategie (Porter)
Kostenleiderschap
Differentiatie
Focus
Verantwoordelijkheidscentra:
o Kostencentrum (standaardkostencentrum, discretionair kostencentrum)
o Opbrengstencentrum
o Winstcentrum
o Investeringscentrum
Managementcontrolproces:
- Opstellen ondernemingsplan
- Budgetteren
- Meten
- Rapporteren (verschillenanalyse)
- Evalueren
Functies van een budget:
o Planning
o Taakstelling
o Communicatie
o Coördinatie
o Evaluatie
o Control
Budgetteringsmethoden
- Incrementeel budgetteren
- Zero base budgeting
o Economic performance succes van de onderneming als geheel
o Management performance prestaties van de managers
- Management by objectives
- Overhead value analysis
Opstellen van budgetten:
- Top-downbenadering
- Participatief
o Voordelen: Positievere houding, uitwisselen informatie, betere motivatie
o Nadelen: te weinig kennis, autoritair ingesteld personeel, meer tijd, speling
Evaluatie managementprestaties:
- Budget-constrained style
- Profit-conscious style
- Non-accounting style
Disfunctioneel gedrag
- Smoothing (bewust verschrijven)
- Focusing (overbelichten van goede informatie)
- Informatiemist (te veel aan informatie)
- Gaming (bewust handelen in strijd met de ondernemingsbelangen)
GDP: Gross Domestic Product alle goederen en diensten die een land produceert
Door groei organisaties wordt span of control groter: verwijdering van top en operationeel vlak
(decentralisatie). Wat is het gevolg?
- Decentraliseren
- Wantrouwen
- Meer regels/procedures
- Management stuurt op procesniveau
- Geen/minder binding
Week 1
Management accounting houdt zich bezig met (vooral) financieel-economische berichtgeving aan
interne belanghebbenden.
Bij management control gaat het om het uitklokken van gewenst gedrag bij medewerkers, dat wil
zeggen gedrag dat in overeenstemming is met de doelstellingen van de onderneming
(doelcongruentie). Bijvoorbeeld door:
- Het gebruik van budgetten
- Beheersmaatregelen
- Werkinstructies
- Een bepaalde organisatiestructuur te kiezen
- Een bepaald soort leiderschap uit te stralen
- Een bepaalde binding met de werknemers tot stand te brengen
Management control is pas effectief als er een goede richting is, ofwel strategie
1. Afbakening strategie
2. Concretiseren strategische doelen
3. Steeds verder vertalen van strategische doelen naar kleinere ‘instructies’
4. Afleggen van verantwoording
Doelcongruentie
Organiseren van de werkzaamheden waarbij de door het personeel na te streven doelen
overeenkomen met de ondernemingsdoelen.
Management gaat dus over het managen van mensen.
Strategische doelstellingen:
Winstmaximalisatie
Waardemaximalisatie
Continuïteit
Reputatie
Groei
MVO
Visie ondernemingen:
Holistische visie (zelfstandige eenheid, winstmaximalisatie) Shell: ‘’Ik pomp alles op wat ik
kan oppompen”
Behavioristische visie (complexe relatie, PeoplePlanetProfit)
Managementcontrolsysteem op te splitsen in:
- Management-controlstructuur (wat het systeem is, organisatiestructuur,
verantwoordelijkheidscentra)
- Management-controlproces (wat het systeem doet, budgetstandaarden en -doelstellingen)
Soorten ondernemingen:
o Single industry: één product of dienst
o Related diversification: meerdere producten of diensten met één gemeenschappelijk
kenmerk
o Unrelated diversification: meerdere producten of diensten die geen gemeenschappelijk
kenmerk hebben
Vier missies:
- Build: hierbij kijk je veel minder naar de kosten
- Harvest: kosten en opbrengsten zijn beide erg belangrijk
- Divest
- Hold
, Concurrentiestrategie (Porter)
Kostenleiderschap
Differentiatie
Focus
Verantwoordelijkheidscentra:
o Kostencentrum (standaardkostencentrum, discretionair kostencentrum)
o Opbrengstencentrum
o Winstcentrum
o Investeringscentrum
Managementcontrolproces:
- Opstellen ondernemingsplan
- Budgetteren
- Meten
- Rapporteren (verschillenanalyse)
- Evalueren
Functies van een budget:
o Planning
o Taakstelling
o Communicatie
o Coördinatie
o Evaluatie
o Control
Budgetteringsmethoden
- Incrementeel budgetteren
- Zero base budgeting
o Economic performance succes van de onderneming als geheel
o Management performance prestaties van de managers
- Management by objectives
- Overhead value analysis
Opstellen van budgetten:
- Top-downbenadering
- Participatief
o Voordelen: Positievere houding, uitwisselen informatie, betere motivatie
o Nadelen: te weinig kennis, autoritair ingesteld personeel, meer tijd, speling
Evaluatie managementprestaties:
- Budget-constrained style
- Profit-conscious style
- Non-accounting style
Disfunctioneel gedrag
- Smoothing (bewust verschrijven)
- Focusing (overbelichten van goede informatie)
- Informatiemist (te veel aan informatie)
- Gaming (bewust handelen in strijd met de ondernemingsbelangen)
GDP: Gross Domestic Product alle goederen en diensten die een land produceert
Door groei organisaties wordt span of control groter: verwijdering van top en operationeel vlak
(decentralisatie). Wat is het gevolg?
- Decentraliseren
- Wantrouwen
- Meer regels/procedures
- Management stuurt op procesniveau
- Geen/minder binding