Hoofdstuk 4 – Steden en Staten
4.1 De Lage Landen onder Bourgondiërs en Habsburgers
Na Karel de Grote zijn er twee groten staten in Europa:
- Westfrankenland : wordt koninkrijk Frankrijk
- Oostfrankenland: wordt Duitse keizerrijk
In beide rijken geven vorsten in ruil voor trouw en bescherming stukken grond in
leen aan ridders (leenstelsel/feodale stelsel).
De leenmannen gedragen zich steeds onafhankelijker en zelfstandiger.
Ze zien het grondbezit nu als privébezit.
Ze zijn uit op vergroting van hun grondbezit d.m.v. verovering, aankoop en
huwelijken.
Ze vormen zelfs eigen besturen en rechtspraken, eigen muntenstelsel en
eigen rechten voor steden.
Sticht en Oversticht: een periode is de Bisschop van Utrecht hier leider over
geweest. Dit was Overijssel , Drenthe en de stad Groningen.
Friesland en de Groningse Ommelanden: zij hadden geen eigen vorst, maar wel
een aantal machtige edelen: de hoofdlingen
Gelre en Brabant: geldre is een graafschap met flinke inkomsten. Brabant is een
hertogdom hij stimuleert de handel met Antwerpen.
Holland en Zeeland: hier was Floris V de baas. Hij stichten burchten en bouwde
kastelen, het binnenhof, en de Ridderzaal. Later kwam hij in conflict met andere
leenmannen en werd hij vermoord.
Na 1428 komen de Bourgondiërs in Holland, Zeeland, Brabant en Limburg. Deze
vier zelfstandige staatjes worden nu gewesten van het Bourgondische rijk (Filips
de Goede was leider). Als de leiders van alle gewesten samen komen heet dat de
Staten Generaal.
Kenmerken van Bourgondische rijk:
- Filips de goede was koning in Frankrijk en Keizer van Duitsland omdat zijn
gewesten op alle twee de rijken liggen
- Als hij geld te kort had, dan liet hij afgevaardigden belastinggeld heffen in
de dorpen.
- De Orde van het Gulden Vlies: hier zitten alleen aanzienlijke edelen in. Ze
mogen meebepalen met de hertog en ze moeten geraadpleegd worden als
er oorlog komt.
Karel de Stoute: Dit was de zoon van Philips de Goede. Hij veroverde de
Lotharingen, maar Zwitserland is nooit gelukt. Hij hoopte op een koningskroon
van de Duitse keizen kreeg hij niet.
Als hij dan in Nancy overlijd in oorlog met Zwitserland, wordt zijn dochter
opvolger. Zij trouwt met iemand van het Habsburgse Rijk.
Filips de schone wordt hier leider van. Later trouwt hij met een Spaanse
Bourgondische rijk en spanje gaan samen ze krijgen samen Karel V.
4.2 Geestelijke, edelen en ridders
Kenmerk van dit tijdperk; Groei van steden. Waardoor we van agrarisch naar
agrarisch-stedelijk gaan. In deze samenleving zijn verschillende standen:
1. Geestelijkheid (2%)
2. Adel (3%)
3. De rest
4.1 De Lage Landen onder Bourgondiërs en Habsburgers
Na Karel de Grote zijn er twee groten staten in Europa:
- Westfrankenland : wordt koninkrijk Frankrijk
- Oostfrankenland: wordt Duitse keizerrijk
In beide rijken geven vorsten in ruil voor trouw en bescherming stukken grond in
leen aan ridders (leenstelsel/feodale stelsel).
De leenmannen gedragen zich steeds onafhankelijker en zelfstandiger.
Ze zien het grondbezit nu als privébezit.
Ze zijn uit op vergroting van hun grondbezit d.m.v. verovering, aankoop en
huwelijken.
Ze vormen zelfs eigen besturen en rechtspraken, eigen muntenstelsel en
eigen rechten voor steden.
Sticht en Oversticht: een periode is de Bisschop van Utrecht hier leider over
geweest. Dit was Overijssel , Drenthe en de stad Groningen.
Friesland en de Groningse Ommelanden: zij hadden geen eigen vorst, maar wel
een aantal machtige edelen: de hoofdlingen
Gelre en Brabant: geldre is een graafschap met flinke inkomsten. Brabant is een
hertogdom hij stimuleert de handel met Antwerpen.
Holland en Zeeland: hier was Floris V de baas. Hij stichten burchten en bouwde
kastelen, het binnenhof, en de Ridderzaal. Later kwam hij in conflict met andere
leenmannen en werd hij vermoord.
Na 1428 komen de Bourgondiërs in Holland, Zeeland, Brabant en Limburg. Deze
vier zelfstandige staatjes worden nu gewesten van het Bourgondische rijk (Filips
de Goede was leider). Als de leiders van alle gewesten samen komen heet dat de
Staten Generaal.
Kenmerken van Bourgondische rijk:
- Filips de goede was koning in Frankrijk en Keizer van Duitsland omdat zijn
gewesten op alle twee de rijken liggen
- Als hij geld te kort had, dan liet hij afgevaardigden belastinggeld heffen in
de dorpen.
- De Orde van het Gulden Vlies: hier zitten alleen aanzienlijke edelen in. Ze
mogen meebepalen met de hertog en ze moeten geraadpleegd worden als
er oorlog komt.
Karel de Stoute: Dit was de zoon van Philips de Goede. Hij veroverde de
Lotharingen, maar Zwitserland is nooit gelukt. Hij hoopte op een koningskroon
van de Duitse keizen kreeg hij niet.
Als hij dan in Nancy overlijd in oorlog met Zwitserland, wordt zijn dochter
opvolger. Zij trouwt met iemand van het Habsburgse Rijk.
Filips de schone wordt hier leider van. Later trouwt hij met een Spaanse
Bourgondische rijk en spanje gaan samen ze krijgen samen Karel V.
4.2 Geestelijke, edelen en ridders
Kenmerk van dit tijdperk; Groei van steden. Waardoor we van agrarisch naar
agrarisch-stedelijk gaan. In deze samenleving zijn verschillende standen:
1. Geestelijkheid (2%)
2. Adel (3%)
3. De rest