Jagers en boeren
1.2 Jagers/verzamelaars: Rendierjagers
Glacialen: ijstijden
Interglacialen: tussen de ijstijden in
700.000 jaar geleden oudste sporen van menselijke activiteit (in Italië).
Neanderthalers: Resten gevonden in de Neanderthal grot bij Dusseldorf (vandaar
de naam)
- Ze leefden in grotten
- Lang gedacht dat het onze voorouders zijn, toch is er veel verschil tussen
Neanderthalers en Homo Sapiens
- Ze leefden van 130.000 tot 35.000 jaar geleden.
Homo Sapiens (Cro Magnonmens):
- Opkomst van de denkende mens
- Ingrijpende cultuurveranderingen:
o Andere vuursteentechniek
o Nieuwe werktuigtypen (harpoenen en naalden)
o Graven voor de doden met grafgiften en kunst.
Kenmerken nomadische levenswijze:
- Het voedsel wordt verkregen door verzamelen, jagen en vissen.
- De mensen wonen in tijdelijke kampementen in de nabijheid van voedsel
- De mensen volgen kudden dieren
- De enige sporen die de mensen achterlaten, zijn sporen van hun
kampementen
Groep/stam: Ze opereren in groepen van ongeveer 25 mensen. Zo’n groep
mensen maakt deel uit van een stam. Die bestaat uit 500 leden. Er vindt ook
fusie en scheiding plaats in de stammen.
Voedsel en verzamelen: verzamelen van voedsel, berust op planning. Door het
rondtrekken, hadden ze weinig spullen bij zich gevolg: weinig sporen
achtergelaten.
Voedsel: Het verzamelen is net zo belangrijk, bijv bessen, wortels, noten enz. In
Zuid-Europa was het minder nomadisch want daar bleef het voedsel vrij constant
door het weer.
Arbeidsverdeling: Sekse gebonden, de vrouwen verzamelen en de mannen jagen.
Cultuur:
30.000 jaar blijkt dat de Cro Magnonmens afbeeldingen te kunnen maken van de
werkelijkheid. De afbeeldingen kun je onderverdelen in 2 groepen:
1. Beeldjes (draagbare kunt)
2. Schilderingen op grot- en rotswanden.
De afbeeldingen hebben enerzijds te maken met de dagelijkse zorg voor voesel
en anderzijds met de zorg voor het voortbestaan van de groep. De meeste
afbeeldingen stellen dieren voor. Heel soms hebben deze dieren ook
mensenhanden. Het is aangebracht met een kwast en blaaspijp.
1.2 Jagers/verzamelaars: Rendierjagers
Glacialen: ijstijden
Interglacialen: tussen de ijstijden in
700.000 jaar geleden oudste sporen van menselijke activiteit (in Italië).
Neanderthalers: Resten gevonden in de Neanderthal grot bij Dusseldorf (vandaar
de naam)
- Ze leefden in grotten
- Lang gedacht dat het onze voorouders zijn, toch is er veel verschil tussen
Neanderthalers en Homo Sapiens
- Ze leefden van 130.000 tot 35.000 jaar geleden.
Homo Sapiens (Cro Magnonmens):
- Opkomst van de denkende mens
- Ingrijpende cultuurveranderingen:
o Andere vuursteentechniek
o Nieuwe werktuigtypen (harpoenen en naalden)
o Graven voor de doden met grafgiften en kunst.
Kenmerken nomadische levenswijze:
- Het voedsel wordt verkregen door verzamelen, jagen en vissen.
- De mensen wonen in tijdelijke kampementen in de nabijheid van voedsel
- De mensen volgen kudden dieren
- De enige sporen die de mensen achterlaten, zijn sporen van hun
kampementen
Groep/stam: Ze opereren in groepen van ongeveer 25 mensen. Zo’n groep
mensen maakt deel uit van een stam. Die bestaat uit 500 leden. Er vindt ook
fusie en scheiding plaats in de stammen.
Voedsel en verzamelen: verzamelen van voedsel, berust op planning. Door het
rondtrekken, hadden ze weinig spullen bij zich gevolg: weinig sporen
achtergelaten.
Voedsel: Het verzamelen is net zo belangrijk, bijv bessen, wortels, noten enz. In
Zuid-Europa was het minder nomadisch want daar bleef het voedsel vrij constant
door het weer.
Arbeidsverdeling: Sekse gebonden, de vrouwen verzamelen en de mannen jagen.
Cultuur:
30.000 jaar blijkt dat de Cro Magnonmens afbeeldingen te kunnen maken van de
werkelijkheid. De afbeeldingen kun je onderverdelen in 2 groepen:
1. Beeldjes (draagbare kunt)
2. Schilderingen op grot- en rotswanden.
De afbeeldingen hebben enerzijds te maken met de dagelijkse zorg voor voesel
en anderzijds met de zorg voor het voortbestaan van de groep. De meeste
afbeeldingen stellen dieren voor. Heel soms hebben deze dieren ook
mensenhanden. Het is aangebracht met een kwast en blaaspijp.