Hoofdstuk 7 – Pruiken en
Revoluties
7.1 Verdeeldheid in de Republiek
Ware Vrijheid = Na de dood van Willem III willen de regenten geen nieuwe stadhouder, want
dan kunnen ze echt hun gang gaan.
De republiek is vaak betrokken bij het sluiten van verbonden en voeren van oorlogen in EU.
Door deelname aan deze conflicten, verzwakt de Republiek. Dit komt, omdat ze veel
ambities hebben om te groeien maar de financiële mogelijkheden zijn er niet.
Oligarchie= familiereging of een regering van weinigen.
Openvallende functies, worden ingevuld door familie of vrienden staan steeds
minder open voor nieuwkomers.
Winstgevende ambten worden verdeeld.
Buitenhuizen = langs de Amstel en Vlecht en hebben grote tuinen.
Mannen hadden pruiken en vrouwen hadden hoepeljurken. Deze tijd kenmerkt zich door
deftigheid.
Willem IV = De oligarchie kunnen de problemen niet oplossen die ze voorgeschoteld krijgen.
Als Frankrijk Vlaanderen binnenvalt beseffen ze dat ze een leider nodig hebben van Oranje.
Dat wordt Willem IV. Hij wordt stadhouder over alle gewesten en het wordt erfelijk.
Verwachtingen: Ze verwachtte dat Willem IV Frankrijk zou verslaan, maar de Fransen
veroveren Maastricht en Bergen op Zoom.
De regenten willen dat Willem wat doet aan de oligarchie en het belastingsysteem. Hier doet
hij niks mee, maar hij zorgt er wel voor dat hij de enige is die stadsbestuurders mag
aanstellen.
Gevolg; hij zorgt er niet voor dat de belasting wordt aangepakt. Dus er komen rellen.
(Belasting werd geinnt door belastingpachters. Zij maakte hier veel misbruik van door
veel belasting in te voeren op eerste levensmiddelen. Alles wat ze meer kregen was
voor hun.) Na de rellen werd de belasting geinnt door ambtenaren met een vast
salaris.
Willem IV komt te overlijden en zijn zoon Willem V wordt stadshouder, maar dat kan pas
vanaf 1766 want dan is hij oud genoeg, door zijn besluiteloosheid weet hij geen antwoord op
de interne tegenstand de patriotten.
Patriotten = Vaderlandslievenden (teleurgesteld in de Oranjes).
Pleiten voor een vorm van democratie met invloed van het volk op de samenstelling
van de regering. (de kritische geest van de Verlichting)
Er is nog wel plek voor een stadshouder, maar dan als hoofd van de uitvoerende
macht. (dus hij mag geen bestuurder aanstellen)
Revoluties = Er is een revolutie in Amerika en wordt in 1782 onafhankelijk. In Frankrijik is er
een revolutie met de bestorming van de Bastille, 1782.
Revoluties
7.1 Verdeeldheid in de Republiek
Ware Vrijheid = Na de dood van Willem III willen de regenten geen nieuwe stadhouder, want
dan kunnen ze echt hun gang gaan.
De republiek is vaak betrokken bij het sluiten van verbonden en voeren van oorlogen in EU.
Door deelname aan deze conflicten, verzwakt de Republiek. Dit komt, omdat ze veel
ambities hebben om te groeien maar de financiële mogelijkheden zijn er niet.
Oligarchie= familiereging of een regering van weinigen.
Openvallende functies, worden ingevuld door familie of vrienden staan steeds
minder open voor nieuwkomers.
Winstgevende ambten worden verdeeld.
Buitenhuizen = langs de Amstel en Vlecht en hebben grote tuinen.
Mannen hadden pruiken en vrouwen hadden hoepeljurken. Deze tijd kenmerkt zich door
deftigheid.
Willem IV = De oligarchie kunnen de problemen niet oplossen die ze voorgeschoteld krijgen.
Als Frankrijk Vlaanderen binnenvalt beseffen ze dat ze een leider nodig hebben van Oranje.
Dat wordt Willem IV. Hij wordt stadhouder over alle gewesten en het wordt erfelijk.
Verwachtingen: Ze verwachtte dat Willem IV Frankrijk zou verslaan, maar de Fransen
veroveren Maastricht en Bergen op Zoom.
De regenten willen dat Willem wat doet aan de oligarchie en het belastingsysteem. Hier doet
hij niks mee, maar hij zorgt er wel voor dat hij de enige is die stadsbestuurders mag
aanstellen.
Gevolg; hij zorgt er niet voor dat de belasting wordt aangepakt. Dus er komen rellen.
(Belasting werd geinnt door belastingpachters. Zij maakte hier veel misbruik van door
veel belasting in te voeren op eerste levensmiddelen. Alles wat ze meer kregen was
voor hun.) Na de rellen werd de belasting geinnt door ambtenaren met een vast
salaris.
Willem IV komt te overlijden en zijn zoon Willem V wordt stadshouder, maar dat kan pas
vanaf 1766 want dan is hij oud genoeg, door zijn besluiteloosheid weet hij geen antwoord op
de interne tegenstand de patriotten.
Patriotten = Vaderlandslievenden (teleurgesteld in de Oranjes).
Pleiten voor een vorm van democratie met invloed van het volk op de samenstelling
van de regering. (de kritische geest van de Verlichting)
Er is nog wel plek voor een stadshouder, maar dan als hoofd van de uitvoerende
macht. (dus hij mag geen bestuurder aanstellen)
Revoluties = Er is een revolutie in Amerika en wordt in 1782 onafhankelijk. In Frankrijik is er
een revolutie met de bestorming van de Bastille, 1782.