Coordinator: Marije Elferink-Gemser Marinea Schoemaker
Kinderen met een bewegingsproblematiek
Minder ernstig gehandicapt - DCD
Ernstig gehandicapt
Wetenschappelijk onderzoek:
- Diagnostiek: wat zijn de problemen van kinderen?
- Motoriek (meten + ontwikkelen meetinstrumenten)
- Nevenproblematiek, problemen naast het motorische gedeelte
- Interventie: ontwikkelen en evalueren van programma’s
Theoretisch model: constraints model
Prestatie staat centraal
Constraints - factoren die het gedrag mogelijk maken of
inperken.
- Taak constraints, bijvoorbeeld type taak (bal vangen,
schrijven)
- Omgeving constraints, bijvoorbeeld het stimuleren van
ouders, leefomgeving
- Structuele constraints, bijvoorbeeld leeftijd van kind,
geslacht, motorisch niveau
- Functionele constraints, bijvoorbeeld concentratie,
faalangst.
Wetenschappelijk artikel opbouw:
- Samenvatting +- 250 woorden
- inleiding/introductie
- Methode
- Resultaten
- Discussie:
- Koppelen resultaten aan theorie / eerdere bevindingen
- Beperkingen van onderzoek
- Implicaties voor praktijk
1
,Onderzoek 1
Wat is Developmental Coordination Disorder (DCD)?
4 criteria:
1. Het verwerven van uitvoeren van gecoördineerde vaardigheden onder het niveau ligt dat
op die leeftijd verwacht mag worden
- Afname motorische test: Movement ABC
- Kinderen met DCD moeten voldoende gelegenheid hebben gehad om te oefenen
2. Problemen met ADL
- Kind moet problemen ervaren in dagelijks leven
- Ouders moeten problemen ervaren (motorische vragenlijst)
- Leerkracht moet problemen ervaren (motorische vragenlijst)
3. De symptomen beginnen in de vroege ontwikkelingsperiode
4. Een arts gaat ernaar kijken
- Arts sluit neurologische aandoening uit
- IQ > 70
Er zijn meer jongens met DCD dan meisjes
Onderzoeksvragen:
Wat zijn de prestaties van kinderen met DCD op ADL taken vergeleken met kinderen zonder
DCD?
1. Hoe presteren kinderen met DCD op ADL taken?
2. Doen ze er langer over om deze taken te leren?
3. Participeren ze minder vaak in deze taken?
Methode:
- Deelnemers:
- 25 kinderen met DCD (21 j, 4 m, 5-8j)
- Score op Movement ABC < 16e precentieel
- Problemen met motoriek in dagelijks leven
- Geen neurologische aandoening volgens revalidatie arts.
- 25 controle kinderen (geen DCD)
Ontwikkeling DCDDaily-Q
- Literatuur
- Interviews met experts
- Focusgroep
2
,Methode:
- 23 vragen over:
- Zelfverzorging (10 vragen)
- Fijne motoriek (7 vragen)
- Grove motoriek (6 vragen)
- Ouders vullen per item in:
- Hoe doet hun kind deze taak?
- Hoe lang heeft hun kind erover
gedaan om deze taak te leren?
- Hoe vaak voert hun kind deze taak
uit?
Resultaten
- Ze hebben er langer over gedaan om een
beweging te leren
- Hoe vaak de beweging is uitgevoerd zit minder
verschil
- Vaak een verschil als de ouder het overnemen
- DCD is niet hetzelfde bij elk kind, verschillende problemen bij verschillende kinderen
- De meeste hebben problemen met het leren van de activiteit
- Kinderen die moeite hebben met leren van de bewegingen zijn ook de kinderen die
slecht presteren volgens de ouders.
- Als ze slecht zijn is geen voorspeller van participatie.
- Dcd groep:
- Trager in leren van ADL → slechtere prestaties
- DCD:
- Minder participatie in ADL → slechtere prestaties
- Controle groep:
- Minder participatie in ADL → slechtere prestaties
Discussie
1. Kinderen met DCD presteren slechter in alle ADL activiteiten die in de DCDDaily zijn
opgenomen
Participatie: kinderen met DCD presteren minder vaak in activiteiten die:
- Het spel van andere kinderen kunnen verstoren
- Ouder over kunnen nemen
2. DCD is een heterogene aandoening: niet alle kinderen hebben problemen met dezelfde
ADL activiteiten.
3. Trager leren van ADL leidt tot slechtere prestaties → kinderen die traag ADL leren vroeg
opsporen en hulp bieden
3
, Minder participatie in ADL leidt niet tot slechtere prestaties → DCD is dus niet het gevolg
van te weinig oefening
Klinische implicatie
- Behandeling is nodig om kinderen met DCD te helpen beter te bewegen
- Behandeling is niet meer en meer oefenen
- Behandeling = kinderen met DCD leren bewegen
- Leren fouten detecteren
- Leren oplossingen te bedenken voor foute taakuitvoering
Beperkingen van het onderzoek
- Vragenlijst onderzoek → subjectief
- Kleine steekproef (n=25)
Onderzoek 2
Aanleiding onderzoek:
Vangen van een bal
Test:
- Kwantitatieve score: hoe vaak vangt een kind de 10 gegooide pittenzakjes?
- Kwaliteit: wijze van vangen
4