Samenvatting Bewegen
Week 1.........................................................................................................2
HC Veel voorkomende knieklachten in de HA praktijk..............................2
HC Knieklachten bij de reumatoloog.........................................................4
HC Knieklachten (Dijkstra)........................................................................8
WC Letsels rondom de knie....................................................................10
HC Anatomie knie...................................................................................12
HC Fractuurleer.......................................................................................14
HC Botstofwisseling................................................................................19
Week 2.......................................................................................................22
HC Anatomie onderarm en pols..............................................................22
HC Hand- en polsletsels..........................................................................29
HC Chronische klachten vinger/pols (artrose).........................................32
HC Beroepsoverbelasting vinger-elleboog..............................................37
HC Farmacologie.....................................................................................37
HC Kleine kwalen bovenste extremiteit..................................................41
HC Chronische klachten elleboog...........................................................43
HC Reumatoïde artritis...........................................................................48
HC Behandeling Reumatoïde artritis.......................................................51
Week 3.......................................................................................................55
HC Schouder anatomie...........................................................................55
HC Schouderfracturen............................................................................57
HC Chronische schouderklachten artrose / inflammatie.........................61
HC Polymyalgia Rheumatica en Arteritis Temporalis & schouderartrose 63
Week 1
HC Veel voorkomende knieklachten in de HA praktijk
10-30% van de bevolking heeft last van “chronische” knieklachten:
Kinderen 9-10 jaar: 3.9%
Kinderen 14-15 jaar: 18.5%
Volwassenen 40-80 jaar: 28%
De incidentie bij de huisarts is 13.7-31 per 1000 patiënten per jaar.
Valgus knie: X-been
Varus knie: O-been
0-2 jaar Genua vara (O)
2 jaar Rechte beenstand
2-7 jaar Genua valga (X)
7 jaar en ouder Rechte beenstand
1
,Rechte beenstand: mediale femurcondylen en malleoli raken in rugligging.
Wanneer de stand asymmetrisch is dan is dit pathologisch.
Intoeing: geen standsafwijking van de knie, maar versterkte endorotatie van de
heup of endotorsie van het onderbeen.
Niet-traumatische klachten bij kinderen en adolescenten: vaak in het
strekapparaat:
Ziekte van Osgood-Schlatter
o (Druk)pijnlijke zwelling rond tuberositas tibiae
o Pijn hevigst bij knielen
o Gerelateerd aan groeispurt
o Waarschijnlijk door overbelasting en irritatie aanhechting lig.
patellae aan tuberositas tibiae
o Vaker bij sporters
o Duurt enkele maanden
o Spontaan herstel na de groeispurt
Patello-femorale pijnsyndroom
o “Bioscoopknie”
o Leeftijdscategorie: vooral na puberteit
o Pijn op of rond de patella
o Toename pijn bij lang zitten met gebogen knieën, traplopen of
fietsen, afname van klachten bij rust en strekken knie.
o Crepetaties (geknisper in de knie)
o Disfunctioneren van patellofemorale gewricht
o Synoniem: RPCP = retro patellaire chondropathie
o Overbelasting in combinatie met standsafwijkingen
o Spierversterkende oefeningen m. quadriceps
Jumper’s knee
o Overbelastingsblessure strekapparaat knie
o Synoniem apexitis patellae
o Vrijwel uitsluitend bij voltooide groei
o “Springsporten”
o (Druk)pijn onderrand of bovenrand patella
o Pijn bij extensie knie tegen weerstand, pijn bij springen
o Bij vermindering belasting spontane genezing
Differentiaal diagnose niet-acute knie bij volwassenen:
Peri (extra)-articulair:
Bursitis prepatellaris
o Ontstoken slijmbeurs aan de voorkant van de knie
o Door mechanisch trauma (veel zitten op de knie)
Tractus iliotibiales frictiesyndroom
o Sportblessure, met name bij hardlopers
o Tractus iliotibiales schuurt telkens langs de knie bij buigen-strekken
geeft irritatie
o Spontaan herstel
Cellulitus / erysipelas
o Wondroos: bacteriële huidinfectie
Cellulitis is wat dieper in de knie
o Het probleem zit dus meer in de huid, niet in de knie
Intra-articulair:
Gonarthrose
2
, o Ouderen
o Overgewicht is een risicofactor
o Vermindering van de dikte en kwaliteit van het kraakbeen:
osteofytvorming
o Startpijn, soms korte periode van ochtendstijfheid
o Benige verbreding gewricht
o Evt. varus of valgusstand
o Crepitaties bij bewegingsonderzoek
o Foto niet noodzakelijk
o Behandeling: regelmatig bewegen, afvallen, paracetamol, evt.
verwijzen
Arthritis (bacterieel, jicht, reuma, reactief), kan ook acuut
Meniscusletsel (kan ook acuut)
Ossaal probleem is zeldzaam in de huisartsenpraktijk.
Trauma’s:
Intra-articulair: tibiaplateau, kruisband, meniscus
Peri-articulair: collaterale banden
Stand van Bonnet: voorkeursstand bij intra-articulaire zwelling 15-25 graden
flexie (meeste ruimte voor het synoviale vocht).
Zwelling:
Hydrops: vocht, komt traag op gang
Haemarthros: bloed, komt snel (binnen enkele uren). Fikse intra-articulaire
schade, vaak voorste kruisband.
Ballottement patella: test of er vocht in de knie zit.
Testen die niet geadviseerd worden door de NHG standaard:
Voor-achterwaartse stabiliteit: schuifladetest, Lachmantest
Meniscustesten: McMurray, Apley (buikligging)
HC Knieklachten bij de reumatoloog
Oorzaak reumatische aandoeningen ligt in het immuunsysteem: auto-
immuunziektes
3
,TNF-alfa is een belangrijk pro-inflammatoir cytokine. Biologics grijpen hierop aan.
De kosten zijn nog wel erg duur:
Humira = adilumamab (€1400)
Enbrel = etanercept (€7500)
Methotrexaat: minimale dosis p.o.: €90
Artritis = synovitis = gewrichtsontsteking.
De synoviale membraan bestaat normaal gesproken uit een enkele of dubbele
cellaag van synoviocyten met daartussen enkele lymfocyten en macrofagen. In
geval van een ontsteking komt er influx van meer lymfocyten, monocyten,
granulocyten. Het kapsel wordt dan dikker. Al deze ontstekingscellen scheiden
cytokinen uit, waardoor er ook in de gewrichtsholte influx komt van
ontstekingscellen. Dan krijg je verdikking van het synovium en toename van de
hoeveelheid intra-articulair vocht.
Kenmerken ontsteking:
1. Calor: warmte
2. Rubor: roodheid
3. Tumor: zwelling
4. Dolor: pijn
5. Functio laesa: verlies van functie
a. Een gewricht met artritis verzet zich tegen overstrekking
b. Knie: stand van Bonnet (20-30 graden flexie)
c. Meestal gecombineerde flexie- en extensiebeperking
De pijn bij artritis is vlammend, stekend en is erg hevig. Ook is er vaak
nachtelijke pijn en rustpijn.
4
,Bij een hydrops is er ‘normaal’ gewrichtsvocht zonder warmte en bij een artritis
zijn er veel ontstekingscellen en warmte.
Waarom is vroege herkenning van artritis belangrijk?
1. Invaliderend
2. Potentieel dodelijk (kan bacterieel kunnen zijn)
3. Potentieel blijvend invaliderend
4. Vroege herkenning biedt kans op vroege behandeling
5. Vroege behandeling kan 2 en 3 voorkomen
Monoartritis
Septische artritis:
o Onbehandeld hoge mortaliteit: tot 15%
o 50% van de gevallen van septische artritis betreft de knie
o Niet iedere patiënt met septische artritis heeft koorts!!
Kristalartritis
o Jicht, vooral in grote teen
Reactieve artritis
Osteoartritis (flare bij artrose)
Artritis mimics: hemartros, bursitis, cellulitis
o Niet intra-articulair
5
,Artritis zie je niet goed op een röntgenfoto. Wel doe je het soms om te kijken of er
ook artrose aanwezig is of om te kijken of de artritis al schade heeft aangericht.
Diagnose artritis m.b.v: punctie synoviaal vocht
6
,Septische artritis: verwekkers:
S. Aureus (50%)
o Kunst- en beschadigde gewrichten (ouderen)
N. gonorrhoeae / N. meningitis
o Jong, gezond, verspringend, rash
(Streptococcen, E. Coli, andere)
Risicofactoren septische artritis:
Immunosuppressie of afweer verminderd
Kunstgewrichten / implantaten
Beschadigde gewrichten
Cellulitis
Persisterende strooihaarden (pacemaker, ander vreemd lichaam)
Wat doe je bij een monoartritis?
Altijd een punctie!! Cito gram, kweken, leuco’s, kristallen
Verdenking septisch: bloedkweken
7
, HC Knieklachten (Dijkstra)
1. Osteofyten
2. Subchondrale cysten
3. Sclerose
4. Verminderde gewrichtsspleet
Conservatieve behandeling
gewrichtsklachten:
Gewichtsvermindering
Oefentherapie
Sporten
Hulpmiddel
o Krukken / brace
Pijnstillers
o Paracetamol
o NSAID
o Tramadol
o Injectie
Lidocaine met corticosteroïd in het gewricht
Artrose: operatieve behandeling
Arthroscopie: kijkoperatie
Osteotomie
o Voornamelijk <55 jaar
o Om tijd te winnen voor prothese
o Belastingsas niet meer mediaal, maar lateraal zetten
o Er wordt een stukje bot verwijderd
o Heeft alleen maar zin als de artrose met name in het mediale
gewricht zit
Arthrodese
o Zelden toegepast (eigenlijk was dit nog voordat de knieprotheses op
de markt kwamen)
o Laatste redmiddel na mislukte protheseplaatsing
o Fixatie met pen, plaat of externe fixateur
Knieprothese
8
Week 1.........................................................................................................2
HC Veel voorkomende knieklachten in de HA praktijk..............................2
HC Knieklachten bij de reumatoloog.........................................................4
HC Knieklachten (Dijkstra)........................................................................8
WC Letsels rondom de knie....................................................................10
HC Anatomie knie...................................................................................12
HC Fractuurleer.......................................................................................14
HC Botstofwisseling................................................................................19
Week 2.......................................................................................................22
HC Anatomie onderarm en pols..............................................................22
HC Hand- en polsletsels..........................................................................29
HC Chronische klachten vinger/pols (artrose).........................................32
HC Beroepsoverbelasting vinger-elleboog..............................................37
HC Farmacologie.....................................................................................37
HC Kleine kwalen bovenste extremiteit..................................................41
HC Chronische klachten elleboog...........................................................43
HC Reumatoïde artritis...........................................................................48
HC Behandeling Reumatoïde artritis.......................................................51
Week 3.......................................................................................................55
HC Schouder anatomie...........................................................................55
HC Schouderfracturen............................................................................57
HC Chronische schouderklachten artrose / inflammatie.........................61
HC Polymyalgia Rheumatica en Arteritis Temporalis & schouderartrose 63
Week 1
HC Veel voorkomende knieklachten in de HA praktijk
10-30% van de bevolking heeft last van “chronische” knieklachten:
Kinderen 9-10 jaar: 3.9%
Kinderen 14-15 jaar: 18.5%
Volwassenen 40-80 jaar: 28%
De incidentie bij de huisarts is 13.7-31 per 1000 patiënten per jaar.
Valgus knie: X-been
Varus knie: O-been
0-2 jaar Genua vara (O)
2 jaar Rechte beenstand
2-7 jaar Genua valga (X)
7 jaar en ouder Rechte beenstand
1
,Rechte beenstand: mediale femurcondylen en malleoli raken in rugligging.
Wanneer de stand asymmetrisch is dan is dit pathologisch.
Intoeing: geen standsafwijking van de knie, maar versterkte endorotatie van de
heup of endotorsie van het onderbeen.
Niet-traumatische klachten bij kinderen en adolescenten: vaak in het
strekapparaat:
Ziekte van Osgood-Schlatter
o (Druk)pijnlijke zwelling rond tuberositas tibiae
o Pijn hevigst bij knielen
o Gerelateerd aan groeispurt
o Waarschijnlijk door overbelasting en irritatie aanhechting lig.
patellae aan tuberositas tibiae
o Vaker bij sporters
o Duurt enkele maanden
o Spontaan herstel na de groeispurt
Patello-femorale pijnsyndroom
o “Bioscoopknie”
o Leeftijdscategorie: vooral na puberteit
o Pijn op of rond de patella
o Toename pijn bij lang zitten met gebogen knieën, traplopen of
fietsen, afname van klachten bij rust en strekken knie.
o Crepetaties (geknisper in de knie)
o Disfunctioneren van patellofemorale gewricht
o Synoniem: RPCP = retro patellaire chondropathie
o Overbelasting in combinatie met standsafwijkingen
o Spierversterkende oefeningen m. quadriceps
Jumper’s knee
o Overbelastingsblessure strekapparaat knie
o Synoniem apexitis patellae
o Vrijwel uitsluitend bij voltooide groei
o “Springsporten”
o (Druk)pijn onderrand of bovenrand patella
o Pijn bij extensie knie tegen weerstand, pijn bij springen
o Bij vermindering belasting spontane genezing
Differentiaal diagnose niet-acute knie bij volwassenen:
Peri (extra)-articulair:
Bursitis prepatellaris
o Ontstoken slijmbeurs aan de voorkant van de knie
o Door mechanisch trauma (veel zitten op de knie)
Tractus iliotibiales frictiesyndroom
o Sportblessure, met name bij hardlopers
o Tractus iliotibiales schuurt telkens langs de knie bij buigen-strekken
geeft irritatie
o Spontaan herstel
Cellulitus / erysipelas
o Wondroos: bacteriële huidinfectie
Cellulitis is wat dieper in de knie
o Het probleem zit dus meer in de huid, niet in de knie
Intra-articulair:
Gonarthrose
2
, o Ouderen
o Overgewicht is een risicofactor
o Vermindering van de dikte en kwaliteit van het kraakbeen:
osteofytvorming
o Startpijn, soms korte periode van ochtendstijfheid
o Benige verbreding gewricht
o Evt. varus of valgusstand
o Crepitaties bij bewegingsonderzoek
o Foto niet noodzakelijk
o Behandeling: regelmatig bewegen, afvallen, paracetamol, evt.
verwijzen
Arthritis (bacterieel, jicht, reuma, reactief), kan ook acuut
Meniscusletsel (kan ook acuut)
Ossaal probleem is zeldzaam in de huisartsenpraktijk.
Trauma’s:
Intra-articulair: tibiaplateau, kruisband, meniscus
Peri-articulair: collaterale banden
Stand van Bonnet: voorkeursstand bij intra-articulaire zwelling 15-25 graden
flexie (meeste ruimte voor het synoviale vocht).
Zwelling:
Hydrops: vocht, komt traag op gang
Haemarthros: bloed, komt snel (binnen enkele uren). Fikse intra-articulaire
schade, vaak voorste kruisband.
Ballottement patella: test of er vocht in de knie zit.
Testen die niet geadviseerd worden door de NHG standaard:
Voor-achterwaartse stabiliteit: schuifladetest, Lachmantest
Meniscustesten: McMurray, Apley (buikligging)
HC Knieklachten bij de reumatoloog
Oorzaak reumatische aandoeningen ligt in het immuunsysteem: auto-
immuunziektes
3
,TNF-alfa is een belangrijk pro-inflammatoir cytokine. Biologics grijpen hierop aan.
De kosten zijn nog wel erg duur:
Humira = adilumamab (€1400)
Enbrel = etanercept (€7500)
Methotrexaat: minimale dosis p.o.: €90
Artritis = synovitis = gewrichtsontsteking.
De synoviale membraan bestaat normaal gesproken uit een enkele of dubbele
cellaag van synoviocyten met daartussen enkele lymfocyten en macrofagen. In
geval van een ontsteking komt er influx van meer lymfocyten, monocyten,
granulocyten. Het kapsel wordt dan dikker. Al deze ontstekingscellen scheiden
cytokinen uit, waardoor er ook in de gewrichtsholte influx komt van
ontstekingscellen. Dan krijg je verdikking van het synovium en toename van de
hoeveelheid intra-articulair vocht.
Kenmerken ontsteking:
1. Calor: warmte
2. Rubor: roodheid
3. Tumor: zwelling
4. Dolor: pijn
5. Functio laesa: verlies van functie
a. Een gewricht met artritis verzet zich tegen overstrekking
b. Knie: stand van Bonnet (20-30 graden flexie)
c. Meestal gecombineerde flexie- en extensiebeperking
De pijn bij artritis is vlammend, stekend en is erg hevig. Ook is er vaak
nachtelijke pijn en rustpijn.
4
,Bij een hydrops is er ‘normaal’ gewrichtsvocht zonder warmte en bij een artritis
zijn er veel ontstekingscellen en warmte.
Waarom is vroege herkenning van artritis belangrijk?
1. Invaliderend
2. Potentieel dodelijk (kan bacterieel kunnen zijn)
3. Potentieel blijvend invaliderend
4. Vroege herkenning biedt kans op vroege behandeling
5. Vroege behandeling kan 2 en 3 voorkomen
Monoartritis
Septische artritis:
o Onbehandeld hoge mortaliteit: tot 15%
o 50% van de gevallen van septische artritis betreft de knie
o Niet iedere patiënt met septische artritis heeft koorts!!
Kristalartritis
o Jicht, vooral in grote teen
Reactieve artritis
Osteoartritis (flare bij artrose)
Artritis mimics: hemartros, bursitis, cellulitis
o Niet intra-articulair
5
,Artritis zie je niet goed op een röntgenfoto. Wel doe je het soms om te kijken of er
ook artrose aanwezig is of om te kijken of de artritis al schade heeft aangericht.
Diagnose artritis m.b.v: punctie synoviaal vocht
6
,Septische artritis: verwekkers:
S. Aureus (50%)
o Kunst- en beschadigde gewrichten (ouderen)
N. gonorrhoeae / N. meningitis
o Jong, gezond, verspringend, rash
(Streptococcen, E. Coli, andere)
Risicofactoren septische artritis:
Immunosuppressie of afweer verminderd
Kunstgewrichten / implantaten
Beschadigde gewrichten
Cellulitis
Persisterende strooihaarden (pacemaker, ander vreemd lichaam)
Wat doe je bij een monoartritis?
Altijd een punctie!! Cito gram, kweken, leuco’s, kristallen
Verdenking septisch: bloedkweken
7
, HC Knieklachten (Dijkstra)
1. Osteofyten
2. Subchondrale cysten
3. Sclerose
4. Verminderde gewrichtsspleet
Conservatieve behandeling
gewrichtsklachten:
Gewichtsvermindering
Oefentherapie
Sporten
Hulpmiddel
o Krukken / brace
Pijnstillers
o Paracetamol
o NSAID
o Tramadol
o Injectie
Lidocaine met corticosteroïd in het gewricht
Artrose: operatieve behandeling
Arthroscopie: kijkoperatie
Osteotomie
o Voornamelijk <55 jaar
o Om tijd te winnen voor prothese
o Belastingsas niet meer mediaal, maar lateraal zetten
o Er wordt een stukje bot verwijderd
o Heeft alleen maar zin als de artrose met name in het mediale
gewricht zit
Arthrodese
o Zelden toegepast (eigenlijk was dit nog voordat de knieprotheses op
de markt kwamen)
o Laatste redmiddel na mislukte protheseplaatsing
o Fixatie met pen, plaat of externe fixateur
Knieprothese
8