Hoofdstuk 4 – Meer taaldidactiek
4.1 Invloeden op taaldidactiek
Je kiest een bepaalde taaldidactiek op basis van: leerpsychologie, pedagogische en
onderwijskundige kennis, overtuigingen en tradities.
De nadruk ligt nu vooral op spreken en luisteren. Vroeger op schrijven en lezen.
Nu wordt ook rekening gehouden worden waarom, wie en waar iemand Engels leert
4.2 Verschillende opvattingen over
vreemdetaaldidactiek
Methode = didactiek of de manier waarop een vak wordt onderwezen
De aanpak vanuit een bepaald theorie
Lespakket (leergang) = Dit is het lesmateriaal
Eclectisch lespakket = er wordt gebruik gemaakt van elementen uit verschillende methodes.
Nu komen er verschillende methoden voor vreemdetalendidactiek
4.2.1 Grammatica-vertaalmethode
Wat is de grammatica-vertaalmethode
De oudste didactiek voor vreemdetalenonderwijs. Er is veel aandacht voor het correct
kunnen toepassen voor de grammaticale regels.
Wat is het doel van de methode?
- Ze kunnen de geleerde woorden en regels correct toepassen, vooral in schriftelijk
taalgebruik
- Het foutloos vertalen naar het Nederlands en ook andersom.
Wat levert de methode op?
- Veel kennis van grammaticale regels.
Hoe kan deze methode in het (basis)onderwijs worden toegepast
Het sluit niet aan op het natuurlijk proces van taalverwerving. Het past niet meer bij de eisen
van deze tijd. Dus kan niet in het basisonderwijs gebruikt worden. Wel zie je het veel terug in
het voortgezet onderwijs.
4.2.2 Audiolinguale methode
Wat is de audiolinguale methode?
- Het komt voort uit het behaviorisme.
- Het luisteren en spreken zijn de belangrijkste vaardigheden.
- Pattern drills= vaste notie of structuur wordt geautomatiseerd.
o Taalverwervingsproces wordt versnelt door grammaticale structuren in te
slijpen.
- Talen practicum = een omgeving waarin leerlingen interactief oefenen met
conversatie en uitspraak. Docent beluistert hen en geeft feedback.
- Het is eentalig, dus er wordt niet vertaald.
Wat is het doel van de methode?
- Biedt authentieke taalinput aan, zodat de leerlingen de taal leren spreken
4.1 Invloeden op taaldidactiek
Je kiest een bepaalde taaldidactiek op basis van: leerpsychologie, pedagogische en
onderwijskundige kennis, overtuigingen en tradities.
De nadruk ligt nu vooral op spreken en luisteren. Vroeger op schrijven en lezen.
Nu wordt ook rekening gehouden worden waarom, wie en waar iemand Engels leert
4.2 Verschillende opvattingen over
vreemdetaaldidactiek
Methode = didactiek of de manier waarop een vak wordt onderwezen
De aanpak vanuit een bepaald theorie
Lespakket (leergang) = Dit is het lesmateriaal
Eclectisch lespakket = er wordt gebruik gemaakt van elementen uit verschillende methodes.
Nu komen er verschillende methoden voor vreemdetalendidactiek
4.2.1 Grammatica-vertaalmethode
Wat is de grammatica-vertaalmethode
De oudste didactiek voor vreemdetalenonderwijs. Er is veel aandacht voor het correct
kunnen toepassen voor de grammaticale regels.
Wat is het doel van de methode?
- Ze kunnen de geleerde woorden en regels correct toepassen, vooral in schriftelijk
taalgebruik
- Het foutloos vertalen naar het Nederlands en ook andersom.
Wat levert de methode op?
- Veel kennis van grammaticale regels.
Hoe kan deze methode in het (basis)onderwijs worden toegepast
Het sluit niet aan op het natuurlijk proces van taalverwerving. Het past niet meer bij de eisen
van deze tijd. Dus kan niet in het basisonderwijs gebruikt worden. Wel zie je het veel terug in
het voortgezet onderwijs.
4.2.2 Audiolinguale methode
Wat is de audiolinguale methode?
- Het komt voort uit het behaviorisme.
- Het luisteren en spreken zijn de belangrijkste vaardigheden.
- Pattern drills= vaste notie of structuur wordt geautomatiseerd.
o Taalverwervingsproces wordt versnelt door grammaticale structuren in te
slijpen.
- Talen practicum = een omgeving waarin leerlingen interactief oefenen met
conversatie en uitspraak. Docent beluistert hen en geeft feedback.
- Het is eentalig, dus er wordt niet vertaald.
Wat is het doel van de methode?
- Biedt authentieke taalinput aan, zodat de leerlingen de taal leren spreken