The Science of Nutrition
Hoofdstuk 1: Linking Food, Function, and Health
Stellingen:
- Een calorie is een maat voor de hoeveelheid vet in voedsel.
Niet waar, een calorie is een maat van de hoeveelheid energie in voedsel.
- Eiwitten zijn niet een primaire bron van energie voor het lichaam.
Waar, koolhydraten en vetten zijn de primaire bron van energie voor het lichaam.
- Alle vitamines moeten dagelijks geconsumeerd worden voor het ondersteunen van een optimale
gezondheid.
Niet waar, de meeste wateroplosbare vitamines moeten dagelijks worden geconsumeerd. De in vet
oplosbare vitamines hoeven we echter niet dagelijks te consumeren, omdat deze kunnen worden
opgeslagen in ons lichaam.
- De Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid is de maximale hoeveelheid van een vitamine of ander
voedselcomponent dat mensen moeten consumeren om normale lichaamsfuncties te ondersteunen.
Niet waar, het is een gemiddeld dagelijkse inname dat geldt voor zo’n 97-98% van de gezonde
personen in een specifieke levensfase en geslachtsgroep.
- Resultaten van observatie onderzoeken geven geen indicatie voor de oorzaak en het effect.
Waar, deze onderzoeken geven relaties aan tussen voeding en factoren, zoals ziekte, maar ze geven
niet de oorzaak en het effect aan.
Leerdoel 1: Definieer de term voeding en beschrijf de geschiedenis van
voedingswetenschap
Voedsel = De planten en dieren die we consumeren. Het bevat de energie en voedingsstoffen die ons
lichaam nodig heeft.
Voeding = De wetenschap die voedsel bestudeert en hoe voedsel ons lichaam voedt en onze
gezondheid beïnvloedt.
Rond 1750 werd er ontdekt dat het consumeren van citrusvruchten scheurbuik kon voorkomen.
Vitamine C was toen nog niet ontdekt
Rond 1850 waren de 3 energie opwekkende voedingsstoffen, koolhydraten, vetten en eiwitten
geïdentificeerd en een aantal essentiële mineralen. Er was nog steeds niet ontdekt dat een
vitaminetekort tot ziekten kon leiden, er werd gedacht dat dit door infecties kwam.
In 1880 deed Christian Eijkman een studie naar de ziekte beriberi (een vitamine B1 tekort). Hij kwam
erachter dat deze patiënten beter werden als zij i.p.v. witte rijst zilvervliesrijst aten. Pas in de 20e eeuw
werd ontdekt dat in zilvervliesrijst de vitamine B1 zat en in witte rijst niet. Vroeg in de 20e eeuw werd
door Dr. Joseph Goldberger vitamine B3 ontdekt. Gedurende de 1e helft van de 20e eeuw bleef men
onderzoek doen naar vitaminetekorten. Na WOII veranderde de focus naar het ondersteunen van
welzijn en het voorkomen en behandelen van chronische ziekten (met name obesitas, hart- en
vaatziekten, diabetes type 2 en diverse kankers). In de laatste decenia van de 20e eeuw kwam de
studie naar onze genen, omgeving en voedingsgewoonten op.
Leerdoel 2: Beschrijf waarom voeding belangrijk is voor de gezondheid
1. Een voedzaam dieet draagt op de volgende manieren bij aan ons welzijn:
Het ondersteunt ons bij onze dagelijkse bezigheden
Het vergroot ons vermogen om te concentreren en mentale taken uit te voeren
Het versterkt ons vermogen om infecties te bestrijden door het onderhouden van het
immuunsysteem
2. Een gezond dieet kan sommige ziektes voorkomen en het risico voor andere ziektes verminderen
Hoofdstuk 1: Linking Food, Function, and Health
Stellingen:
- Een calorie is een maat voor de hoeveelheid vet in voedsel.
Niet waar, een calorie is een maat van de hoeveelheid energie in voedsel.
- Eiwitten zijn niet een primaire bron van energie voor het lichaam.
Waar, koolhydraten en vetten zijn de primaire bron van energie voor het lichaam.
- Alle vitamines moeten dagelijks geconsumeerd worden voor het ondersteunen van een optimale
gezondheid.
Niet waar, de meeste wateroplosbare vitamines moeten dagelijks worden geconsumeerd. De in vet
oplosbare vitamines hoeven we echter niet dagelijks te consumeren, omdat deze kunnen worden
opgeslagen in ons lichaam.
- De Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid is de maximale hoeveelheid van een vitamine of ander
voedselcomponent dat mensen moeten consumeren om normale lichaamsfuncties te ondersteunen.
Niet waar, het is een gemiddeld dagelijkse inname dat geldt voor zo’n 97-98% van de gezonde
personen in een specifieke levensfase en geslachtsgroep.
- Resultaten van observatie onderzoeken geven geen indicatie voor de oorzaak en het effect.
Waar, deze onderzoeken geven relaties aan tussen voeding en factoren, zoals ziekte, maar ze geven
niet de oorzaak en het effect aan.
Leerdoel 1: Definieer de term voeding en beschrijf de geschiedenis van
voedingswetenschap
Voedsel = De planten en dieren die we consumeren. Het bevat de energie en voedingsstoffen die ons
lichaam nodig heeft.
Voeding = De wetenschap die voedsel bestudeert en hoe voedsel ons lichaam voedt en onze
gezondheid beïnvloedt.
Rond 1750 werd er ontdekt dat het consumeren van citrusvruchten scheurbuik kon voorkomen.
Vitamine C was toen nog niet ontdekt
Rond 1850 waren de 3 energie opwekkende voedingsstoffen, koolhydraten, vetten en eiwitten
geïdentificeerd en een aantal essentiële mineralen. Er was nog steeds niet ontdekt dat een
vitaminetekort tot ziekten kon leiden, er werd gedacht dat dit door infecties kwam.
In 1880 deed Christian Eijkman een studie naar de ziekte beriberi (een vitamine B1 tekort). Hij kwam
erachter dat deze patiënten beter werden als zij i.p.v. witte rijst zilvervliesrijst aten. Pas in de 20e eeuw
werd ontdekt dat in zilvervliesrijst de vitamine B1 zat en in witte rijst niet. Vroeg in de 20e eeuw werd
door Dr. Joseph Goldberger vitamine B3 ontdekt. Gedurende de 1e helft van de 20e eeuw bleef men
onderzoek doen naar vitaminetekorten. Na WOII veranderde de focus naar het ondersteunen van
welzijn en het voorkomen en behandelen van chronische ziekten (met name obesitas, hart- en
vaatziekten, diabetes type 2 en diverse kankers). In de laatste decenia van de 20e eeuw kwam de
studie naar onze genen, omgeving en voedingsgewoonten op.
Leerdoel 2: Beschrijf waarom voeding belangrijk is voor de gezondheid
1. Een voedzaam dieet draagt op de volgende manieren bij aan ons welzijn:
Het ondersteunt ons bij onze dagelijkse bezigheden
Het vergroot ons vermogen om te concentreren en mentale taken uit te voeren
Het versterkt ons vermogen om infecties te bestrijden door het onderhouden van het
immuunsysteem
2. Een gezond dieet kan sommige ziektes voorkomen en het risico voor andere ziektes verminderen