Verschillen tussen leerlingen en leerbehoeften
Individuele verschillen in intelligentie
● lln worden gelabeld als ze iets ‘speciaals’ hebben
● leerproblemen, communicatiestoornis, emotionele of gedrags-stoornissen, psychische/
intellectuele stoornissen, doof of slechtziend, autisma, traumatische ervaring of een combinatie er
van
Diagnose
Nadelen Voordelen
● diagnose zegt niet direct welke aanpak ● gedrag beter worden begrepen+geaccepteerd
een lk moet gebruiken ● betere mogelijkheden hulpverlening
● een ‘self-fulfilling prophecy’
(zichzelf waarmakende voorspelling) worden
● verkeerd worden geïnterpreteerd als verklaring.
Person-first laguage = ook wel ‘learners with intellectual difficulties’ genoemd
● nadruk op leerling in plaats van het gebrek
Onderscheid in taalgebruik
Disorder (stoornis) Disability (beperking) Handicap
Een brede term voor een Het onvermogen om iets Een nadeel in een bepaalde situatie,
algemene storing in specifieks te doen (horen, soms is de beperking de oorzaak hier
psychische of mentale lopen) van
functies
Niet in alle contexten leidt een
● belangrijk dat mensen geen ‘handicap’ creëren voor mensen beperking tot een handicap. Zo is
op de manier waarop we op hun beperkingen reageren slechtziendheid een handicap als je
auto wilt rijden, maar geen
handicap als je telefoneert.
Intelligence = vermogen of onvermogen om kennis te gebruiken/verwerven
om problemen op te lossen en toepassen in de wereld
● Geen consensus over betekenis van intelligentie
● Nu hoger mentale processen, probleemoplossend, metacognitieve vaardigheden (reflecteren eigen
denken) en executieve processen (controleren eigen denken)
● Sommige theoretici geloven dat intelligentie een vermogen is, dat invloed heeft op de prestatie
van alle cognitieve taken
, Spearman = eerste psycholoog research aanpak intelligentie
General intelligence (g) = nodig bij het maken van alle tests (andere vermogens zijn vereist)
● Spearman stelde dat individuen in zowel algemene intelligentie als specifieke capaciteiten
variëren, en dat deze factoren gezamenlijk bepalend zijn voor de prestatie op tests.
Cattel-Horn = andere theorie > fluid & crystallised
Fluid intelligence (nature) Crystallised intelligence (nurture)
Vereisen soms ook een mix
Mentale werking, non-verbale Vermogen om cultuur toegestane
vermogens, geaard in brein probleem-oplossende methoden toe te
ontwikkeling > gevoelig voor passen > geleerde vaardigheden en kennis
verwondingen, blijft zich zoals woordenschat
ontwikkelen tot de Neemt toe
volwassenheid.
Gaat daarna achteruit
● Meest algemene, geaccepteerde kijk op intelligentie is (net zoals zelfconcept):
Meerdere facetten en een hiërarchie > algemeen vermogen (G) bovenaan, specifieke vermogens
lagere levels Figuur 4.1 op bladzijde 129 > van John Carroll
Theory of Multiple intelligences Gardner = 8 gescheiden vermogens, meervoudige
Intelligenties
1. Linguistic (verbal, taal) 5. Body-kinesthethic (movement)
2. Musical 6. Interpersonal (understanding others)
3. Spatial (visueel-ruimtelijk) 7. Intrapersonal (understanding self)
4. Logical-mathematical 8. Naturalist
● Hij denkt dat er nog meer intelligenties zijn (!) bijv. > existentiële intelligentie (het vermogen om
na te denken over vragen met betrekking tot de zin van het leven)
Wat zijn deze intelligenties volgens Gardner?
● Volgens Gardner is intelligentie het vermogen om problemen op te lossen en om producten of
uitkomsten te creëren, die door een cultuur worden gewaardeerd
● Intelligentie een biologische basis heeft, of een individu zijn of haar potentiële intelligentie
ontwikkelt, is afhankelijk van omgevingservaringen.
● Verschillende culturen en tijdperken hechten in verschillende mate waarde aan de acht
intelligentievormen.
Kritiek
● Sommige intelligenties zijn talenten/ persoonlijkheidstrekken
● De 8 intelligenties zijn niet onafhankelijk (correlatie > vooral visueel-ruimtelijk & wiskundig)
Misconcepties
● Intelligenties zijn hetzelfde als leerstijlen > Gardner gelooft niet in consistente leerstijlen
● Intelligenties weerleggen ‘g’ > Gardner ontkent het bestaan van ‘g’ niet