Woordenlijst – filosofie
- Mind-body probleem – in hoeverre hebben mentale processen en staten te maken
met fysieke staten van ons lichaam en brein
- Substantiedualisme – mens bestaat uit 2 delen: materieel lichaam en immateriële
geest, maar wel continue in interactie
- Principe van Leibniz – x=y, alleen als ze alle eigenschappen delen
- Cartesiaanse twijfel – aan alles twijfelen
- Ontologie – bestuderen van wat er bestaat
- Epistemologie – bestuderen van wat we weten en hoe we dit kunnen weten
- Interactie probleem – hoe is er interactie tussen extended objects (materiele
substantie) en non-extended rijk (immateriële zielen)
- Causale geslotenheid (van het fysieke domein) – idee dat het plaatsvinden elke
fysieke gebeurtenis een geheel fysieke verklaring heeft
- Introspectie – naar binnen kijken in jezelf en subjectieve ervaringen zo nauwkeurig
mogelijk rapporteren
- Behaviorisme – gedragspsychologie
- Logisch/psychologisch behaviorisme – ook wel filosofisch, mentale toestanden zijn
gewoon beschrijvingen van iemands gedrag. Geest verklaren aan de hand van gedrag
- Psychologisch behaviorisme – gedrag bestuderen in plaats van de geest
- Para-mechanische hypothese – gedrag en geest zijn slechts causaal verbonden, de
geest beheerst het gedrag dus gedrag is geen deel van de geest
- Concept of mind – idee dat de geest deel is van ons gedrag en niet de oorzaak ervan
- Dispositie – specifieke neigingen in bepaalde omstandigheden
- Mentaal holisme – mentale staten zijn geen geïsoleerde gebeurtenissen, maar delen
van complexe netwerken
- Ryle – mentale concepten één voor één definiëren
- Identiteitstheorie – geest neemt plaats in immateriële ziel, bewustzijn identiek aan
breinproces
- Type-identiteit theorie – elke mentale staat van een specifiek type identiek aan
breinstaat van een specifiek type
- Token-identiteit theorie – een mentale staat-type is identiek aan een token van een
brein staat-type
- Meervoudige realisatie – verschillende breinen kunnen in eenzelfde soort mentale
staat zijn, serieus probleem voor type-identiteitstheorie
- Functionalisme – erkennen van ‘inner’ aspect. We moeten dingen definiëren niet
door wat ze zijn, maar door wat ze doen. Een mentale staat wordt gedefinieerd door
hoe het is veroorzaakt en wat het zelf weer veroorzaakt
- Volkspsychologie – toekennen van mentale toestanden aan mensen om hun gedrag
te karakteriseren en te voorspellen
- Analytisch functionalisme – betekenis van mentale-staat termen hangt af van de
manier waarop termen elkaar zijn verweven in een theorie die ons gedrag in het
dagelijks leven verklaart, voorspelt, beschrijft en begrijpt.
- Causale rollen die mentale toestanden karakteriseren – zintuigelijke input, output en
andere mentale toestanden
- Computationalisme –
- Concept symbool – fysieke vormen van andere dingen
- Mind-body probleem – in hoeverre hebben mentale processen en staten te maken
met fysieke staten van ons lichaam en brein
- Substantiedualisme – mens bestaat uit 2 delen: materieel lichaam en immateriële
geest, maar wel continue in interactie
- Principe van Leibniz – x=y, alleen als ze alle eigenschappen delen
- Cartesiaanse twijfel – aan alles twijfelen
- Ontologie – bestuderen van wat er bestaat
- Epistemologie – bestuderen van wat we weten en hoe we dit kunnen weten
- Interactie probleem – hoe is er interactie tussen extended objects (materiele
substantie) en non-extended rijk (immateriële zielen)
- Causale geslotenheid (van het fysieke domein) – idee dat het plaatsvinden elke
fysieke gebeurtenis een geheel fysieke verklaring heeft
- Introspectie – naar binnen kijken in jezelf en subjectieve ervaringen zo nauwkeurig
mogelijk rapporteren
- Behaviorisme – gedragspsychologie
- Logisch/psychologisch behaviorisme – ook wel filosofisch, mentale toestanden zijn
gewoon beschrijvingen van iemands gedrag. Geest verklaren aan de hand van gedrag
- Psychologisch behaviorisme – gedrag bestuderen in plaats van de geest
- Para-mechanische hypothese – gedrag en geest zijn slechts causaal verbonden, de
geest beheerst het gedrag dus gedrag is geen deel van de geest
- Concept of mind – idee dat de geest deel is van ons gedrag en niet de oorzaak ervan
- Dispositie – specifieke neigingen in bepaalde omstandigheden
- Mentaal holisme – mentale staten zijn geen geïsoleerde gebeurtenissen, maar delen
van complexe netwerken
- Ryle – mentale concepten één voor één definiëren
- Identiteitstheorie – geest neemt plaats in immateriële ziel, bewustzijn identiek aan
breinproces
- Type-identiteit theorie – elke mentale staat van een specifiek type identiek aan
breinstaat van een specifiek type
- Token-identiteit theorie – een mentale staat-type is identiek aan een token van een
brein staat-type
- Meervoudige realisatie – verschillende breinen kunnen in eenzelfde soort mentale
staat zijn, serieus probleem voor type-identiteitstheorie
- Functionalisme – erkennen van ‘inner’ aspect. We moeten dingen definiëren niet
door wat ze zijn, maar door wat ze doen. Een mentale staat wordt gedefinieerd door
hoe het is veroorzaakt en wat het zelf weer veroorzaakt
- Volkspsychologie – toekennen van mentale toestanden aan mensen om hun gedrag
te karakteriseren en te voorspellen
- Analytisch functionalisme – betekenis van mentale-staat termen hangt af van de
manier waarop termen elkaar zijn verweven in een theorie die ons gedrag in het
dagelijks leven verklaart, voorspelt, beschrijft en begrijpt.
- Causale rollen die mentale toestanden karakteriseren – zintuigelijke input, output en
andere mentale toestanden
- Computationalisme –
- Concept symbool – fysieke vormen van andere dingen