Hoorcollege Evolutie en Biodiversiteit 2022-2023
Deel 1A, 1B en 2
HET DIERENRIJK
Inleiding (dierlijke diversiteit; hoofdstuk 32)
- Kenmerken dieren
- Ontstaan dierenrijk
- Stamboom dierenrijk
Invertebraten (hoofdstuk 33) → 23 phyla
- Porifera → sponzen
- Cnidaria → neteldieren
- Platyhelminthes → platwormen
- Nematoda → rondwormen
- Annelida → ringwormen
- Mollusca → weekdieren
- Arthropoda → geleedpotigen
Vertebraten (hoofdstuk 34)
- Echinodermata → stekelhuidigen
- Chordata → chordadieren (chorda [NL] = notochord [ENG])
Verschillen planten <-> Fungi <-> Dieren
Dieren zijn:
- Heterotroof
- Multicellulair
- Geen celwanden
- Actieve beweging
o Zenuwcellen
o Spieren/contractiele vezels
- Geslachtelijke voortplanting
o Variëteit aan stijlen
o Diploïde stadium overheerst
- Ontwikkeling zygote → adult
o Vast patroon (hox genen)
o Soms via metamorfose
Hoe verloopt de ontwikkeling van een dierlijke zygote naar een adult dier?
- Zygote ontgaat een aantal klievingen → morula → blastula
- Klievingen = celdelingen waarbij geen celgroei optreedt
- Blastula = een holle bol van cellen,
o Biinnenkant is hol en wordt blastocoel genoemd.
- Dan vindt gastrulatie plaats: het proces waarbij het spijsverteringskanaal wordt
aangelegd.
o Hierbij migreren cellen van buiten naar binnen, het blastocoel in
▪ De opening die hierbij ontstaat, noemen we: blastopores
▪ Cellen die naar binnen migreren: endodermale cellen
▪ Cellen aan de buitenkant: ectodermale cellen
, o Proces van gastrulatie gaat verder en resulteert er in dat de cellen die naar
binnen gaan, aan de andere zijde doorbreken om een totaal
spijsverteringskanaal te vormen.
Ontstaan dierenrijk
- Zo’n 770 jaar geleden is de voorouder van het dierenrijk waarschijnlijk ontstaan uit
een groepje van geflagelleerde cellen, die samen een kolonie vormden van
organismen, die men denkt dat de choanoflagellata waren.
o Bestaan nog steeds
o Choana = kraag
o Flagellata = hebben flagel
3 lijnen van bewijs, waarom wetenschappers denken dat de choanoflagellata de voorouder
van het dierenrijk is:
1. Soortgelijke kraagcellen ook te vinden bij de Porifera (sponzen)
2. Soortelijke kraagcellen ook te vinden bij andere diergroepen (Cnidaria,
Platyhelminthes en Echinodermata), niet bij Protisten, Planten of Fungi
3. Overeenkomsten op DNA niveau (b.v. cadherines)
, Twijfel over oorsprong?
Wie is de oudste?
Cambell gaat ervanuit dat de choanaflagellata de gemeenschappelijke voorouders van het
dierenrijk zijn.
Voordat moleculaire data beschikbaar kwamen, moesten wetenschappers het doen met
alleen maar morfologische gegevens die ze hadden verzameld, om dieren van elkaar te
kunnen onderscheiden.
Gebaseerd op deze gegevens, konden zij een evolutionaire stamboom samenstellen, die
hypothetisch was. Men ging ervanuit dat alle dieren zich hadden ontwikkeld uit 1
gemeenschappelijke voorouder (de choanaflagellata).
Elke evolutionair samenhangende groep organismen die uit één voorouder ontstaan zijn die
noemen we een fylum (fyla)
- Elk fylum bevat een gemeenschappelijk bouwplan.
- Hoogste categorie (uitgezonderd de term ‘Rijk’)
Fylum
- Klasse
o Ordes
▪ Families
• Genera
o Species
De aftakkingen zijn gebaseerd op 4 hoofdstappen. De hoofdstappen zijn kenmerken waarbij
de verschillende fyla duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
1. Echte weefsels
o Echte dieren: Eumetazoa
o Parazoa (sponzen en plakdiertjes) → geen echte weefsels
2. Radiale versus bilaterale symmetrie
o Radiale symmetrie:
▪ Cnidaira en ctenophora
Deel 1A, 1B en 2
HET DIERENRIJK
Inleiding (dierlijke diversiteit; hoofdstuk 32)
- Kenmerken dieren
- Ontstaan dierenrijk
- Stamboom dierenrijk
Invertebraten (hoofdstuk 33) → 23 phyla
- Porifera → sponzen
- Cnidaria → neteldieren
- Platyhelminthes → platwormen
- Nematoda → rondwormen
- Annelida → ringwormen
- Mollusca → weekdieren
- Arthropoda → geleedpotigen
Vertebraten (hoofdstuk 34)
- Echinodermata → stekelhuidigen
- Chordata → chordadieren (chorda [NL] = notochord [ENG])
Verschillen planten <-> Fungi <-> Dieren
Dieren zijn:
- Heterotroof
- Multicellulair
- Geen celwanden
- Actieve beweging
o Zenuwcellen
o Spieren/contractiele vezels
- Geslachtelijke voortplanting
o Variëteit aan stijlen
o Diploïde stadium overheerst
- Ontwikkeling zygote → adult
o Vast patroon (hox genen)
o Soms via metamorfose
Hoe verloopt de ontwikkeling van een dierlijke zygote naar een adult dier?
- Zygote ontgaat een aantal klievingen → morula → blastula
- Klievingen = celdelingen waarbij geen celgroei optreedt
- Blastula = een holle bol van cellen,
o Biinnenkant is hol en wordt blastocoel genoemd.
- Dan vindt gastrulatie plaats: het proces waarbij het spijsverteringskanaal wordt
aangelegd.
o Hierbij migreren cellen van buiten naar binnen, het blastocoel in
▪ De opening die hierbij ontstaat, noemen we: blastopores
▪ Cellen die naar binnen migreren: endodermale cellen
▪ Cellen aan de buitenkant: ectodermale cellen
, o Proces van gastrulatie gaat verder en resulteert er in dat de cellen die naar
binnen gaan, aan de andere zijde doorbreken om een totaal
spijsverteringskanaal te vormen.
Ontstaan dierenrijk
- Zo’n 770 jaar geleden is de voorouder van het dierenrijk waarschijnlijk ontstaan uit
een groepje van geflagelleerde cellen, die samen een kolonie vormden van
organismen, die men denkt dat de choanoflagellata waren.
o Bestaan nog steeds
o Choana = kraag
o Flagellata = hebben flagel
3 lijnen van bewijs, waarom wetenschappers denken dat de choanoflagellata de voorouder
van het dierenrijk is:
1. Soortgelijke kraagcellen ook te vinden bij de Porifera (sponzen)
2. Soortelijke kraagcellen ook te vinden bij andere diergroepen (Cnidaria,
Platyhelminthes en Echinodermata), niet bij Protisten, Planten of Fungi
3. Overeenkomsten op DNA niveau (b.v. cadherines)
, Twijfel over oorsprong?
Wie is de oudste?
Cambell gaat ervanuit dat de choanaflagellata de gemeenschappelijke voorouders van het
dierenrijk zijn.
Voordat moleculaire data beschikbaar kwamen, moesten wetenschappers het doen met
alleen maar morfologische gegevens die ze hadden verzameld, om dieren van elkaar te
kunnen onderscheiden.
Gebaseerd op deze gegevens, konden zij een evolutionaire stamboom samenstellen, die
hypothetisch was. Men ging ervanuit dat alle dieren zich hadden ontwikkeld uit 1
gemeenschappelijke voorouder (de choanaflagellata).
Elke evolutionair samenhangende groep organismen die uit één voorouder ontstaan zijn die
noemen we een fylum (fyla)
- Elk fylum bevat een gemeenschappelijk bouwplan.
- Hoogste categorie (uitgezonderd de term ‘Rijk’)
Fylum
- Klasse
o Ordes
▪ Families
• Genera
o Species
De aftakkingen zijn gebaseerd op 4 hoofdstappen. De hoofdstappen zijn kenmerken waarbij
de verschillende fyla duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
1. Echte weefsels
o Echte dieren: Eumetazoa
o Parazoa (sponzen en plakdiertjes) → geen echte weefsels
2. Radiale versus bilaterale symmetrie
o Radiale symmetrie:
▪ Cnidaira en ctenophora