Week 21
Fysiologie: hoofdstuk 38 tot en met 42
Bij inademing:
- De external intercostals trekken samen
- De internal intercostals ontspannen
- Het middenrif spant
- Andere spieren: Sternocleidomastoid spieren, anterior serrati, scaleni
Bij uitademing:
- Diafragma ontspant
- Buikspieren trekken samen
- Internal intercostales
Druk die voor de beweging van lucht in en uit
de longen zorgt
De longen zijn omgeven door een laag pleurale
vloeistof tussen de viscerale pleura en de parietale
pleura. Ze drijven daardoor in de borstkas en
kunnen een beetje bewegen.
De pleurale druk is de druk van de pleurale
vloeistof. Normaal gesproken is dit een negatieve
druk en zorgt dit voor aanzuiging van de longen.
Aan het begin van de inspiratie is de pleurale druk
ongeveer -5 centimeter H2O, dit is de hoeveelheid
van zuigkracht die nodig is om de longen open te
houden in rust. Tijdens de inspiratie Wordt de druk
negatiever tot ongeveer -7,5 centimeter H2O. De
verandering van druk van -5 centimeter H2O naar
-7,5 centimeter H2O zorgt voor een toename van het longvolume van 0,5 liter. Bij
expiratie gaat het proces andersom.
Alveolaire druk
Als de luchtweg open is en er stroomt geen lucht in of uit de longen, is de druk in
alle delen van de respiratoire boom gelijk aan de druk van de atmosfeer. Om te
zorgen voor een luchtstroom naar binnen toe, moet de druk in de alveoli lager
worden dan de atmosfeer.
Transpulmonaire druk: Dit is het drukverschil tussen die in de alveoli en die in
de pleura. Het is een maat voor de elastische krachten in de long.
Compliantie van de longen
De mate waarin de longen zullen vergroten
per toename van de pranspulmonaire druk.
Totale compliantie van beide longen samen in
een gezonde volwassene is gemiddeld 200
milliliter lucht per centimeter H2O
transpulmonaire druk. Dat betekent dat telkens als
de transpulmonaire druk met 1 centimeter water
toeneemt, het longvolume (na 10-20 seconden) met 200
milliliters toeneemt.
,