Economie Samenvatting Toetsweek 1
Economische Crisis H2
De toegevoegde waarde is de verkoopwaarde van het eindproduct min de ingekochte grondstoffen. Dus
de waarde die is toegevoegd aan de inkoopwaarde. Deze toegevoegde waarde (ook wel productiewaarde)
wordt bepaald door 4 productiefactoren. Deze productiefactoren leiden tot beloningen.
Productiefactor Beloning
Kapitaal Rente/huur
Arbeid Loon
Natuur (bouwgrond) Pacht
Ondernemerschap Winst
Deze leveren inkomen op (Primair inkomen/Factor inkomen)
Bruto toegevoegde waarde = omzet – inkoopwaarde goederen/diensten
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
Netto toegevoegde waarde = productie(waarde) = primair inkomen
Dus het verschil is de afschrijvingen. Dit is het bedrag dat bedrijven opzij leggen voor de
waardeverminderingen van je duurzame productiemiddelen (dpm) (deze gaan langer dan 1 jaar mee en
slijten (moeten dus worden vervangen)).
Een schakel van een bedrijfskolom bestaat uit bedrijven die dezelfde soort productie verrichten, deze
bedrijven vormen een bedrijfstak. Tussen deze bedrijfstakken wordt gehandeld via markten. De totale
productie van de bedrijven in een bedrijfskolom bereken je door de toegevoegde waarde van de
afzonderlijke bedrijfstakken bij elkaar op te tellen.
Om de productie van niet commerciële instellingen (ziekenhuizen, overheid) te bepalen door te stellen:
productie = inkomen.
Alle toegevoegde waarden bij elkaar is het Bruto Binnenlands Product (BBP) (alle productie van de
particuliere sector (bedrijven) en de collectieve sector (overheid)).
Probleem: Hoe bereken je de toegevoegde waarde van de overheid?
-> Ambtenarensalarissen (iedereen die voor de overheid werkt)
Verschillen in BBP
1) Bruto Netto
Afschrijvingen
2) Binnenlands Buitenlands
PSV is een binnenlands voetbalteam (spelers uit buitenland maar in Nederland)
Oranje is een nationaal voetbalteam (spelers uit Nederland maar in het buitenland)
3) Productie Inkomen
Verschil is manier waarop het ontstaat P -> Productiefactoren en Toegevoegde waarde
I -> Beloningen
BBP is een indicator voor de hoogte van de welvaart (in enge zin dus geen rekening gehouden met:
Inkomensverdeling
Informele sector (vrijwilligerswerk/zwart werk)
Negatieve externe effecten
o Leidt tot maatschappelijke kosten (iemand anders
betaald de kosten). Oplossing: internaliseren
Wanneer er wel rekening met deze dingen wordt gehouden heb je de welvaart in ruime zin.
, Economische kringloop:
Reële kringloop: Geeft de goederen- en dienststroom en de stroom van de productiefactoren weer
Monetaire kringloop: Geeft de betalingen weer voor geleverde goederen en diensten
Kringloop:
Economische Crisis H2
De toegevoegde waarde is de verkoopwaarde van het eindproduct min de ingekochte grondstoffen. Dus
de waarde die is toegevoegd aan de inkoopwaarde. Deze toegevoegde waarde (ook wel productiewaarde)
wordt bepaald door 4 productiefactoren. Deze productiefactoren leiden tot beloningen.
Productiefactor Beloning
Kapitaal Rente/huur
Arbeid Loon
Natuur (bouwgrond) Pacht
Ondernemerschap Winst
Deze leveren inkomen op (Primair inkomen/Factor inkomen)
Bruto toegevoegde waarde = omzet – inkoopwaarde goederen/diensten
Netto toegevoegde waarde = bruto toegevoegde waarde – afschrijvingen
Netto toegevoegde waarde = productie(waarde) = primair inkomen
Dus het verschil is de afschrijvingen. Dit is het bedrag dat bedrijven opzij leggen voor de
waardeverminderingen van je duurzame productiemiddelen (dpm) (deze gaan langer dan 1 jaar mee en
slijten (moeten dus worden vervangen)).
Een schakel van een bedrijfskolom bestaat uit bedrijven die dezelfde soort productie verrichten, deze
bedrijven vormen een bedrijfstak. Tussen deze bedrijfstakken wordt gehandeld via markten. De totale
productie van de bedrijven in een bedrijfskolom bereken je door de toegevoegde waarde van de
afzonderlijke bedrijfstakken bij elkaar op te tellen.
Om de productie van niet commerciële instellingen (ziekenhuizen, overheid) te bepalen door te stellen:
productie = inkomen.
Alle toegevoegde waarden bij elkaar is het Bruto Binnenlands Product (BBP) (alle productie van de
particuliere sector (bedrijven) en de collectieve sector (overheid)).
Probleem: Hoe bereken je de toegevoegde waarde van de overheid?
-> Ambtenarensalarissen (iedereen die voor de overheid werkt)
Verschillen in BBP
1) Bruto Netto
Afschrijvingen
2) Binnenlands Buitenlands
PSV is een binnenlands voetbalteam (spelers uit buitenland maar in Nederland)
Oranje is een nationaal voetbalteam (spelers uit Nederland maar in het buitenland)
3) Productie Inkomen
Verschil is manier waarop het ontstaat P -> Productiefactoren en Toegevoegde waarde
I -> Beloningen
BBP is een indicator voor de hoogte van de welvaart (in enge zin dus geen rekening gehouden met:
Inkomensverdeling
Informele sector (vrijwilligerswerk/zwart werk)
Negatieve externe effecten
o Leidt tot maatschappelijke kosten (iemand anders
betaald de kosten). Oplossing: internaliseren
Wanneer er wel rekening met deze dingen wordt gehouden heb je de welvaart in ruime zin.
, Economische kringloop:
Reële kringloop: Geeft de goederen- en dienststroom en de stroom van de productiefactoren weer
Monetaire kringloop: Geeft de betalingen weer voor geleverde goederen en diensten
Kringloop: