Taak04
Groei
,Structuur van
botten
Botten bestaan uit botweefsel: dynamisch weefsel waarin osteoblasten,
osteocyten en osteoclasten voorkomen. Onder invloed van druk en trekkrachten
wordt het bot voortdurend geremodelleerd door opbouw (door osteoblasten) en
afbraak (door osteoclasten) van het botweefsel. Bijvoorbeeld na een botbreuk
weet het botweefsel zich effectief te herstellen en tijdens de groei van het
lichaam ondergaan botten grote veranderingen in vorm. Botweefsel wordt
voorzien van zuurstof en voedingstoffen via het bloed.
Botweefsel komt in twee vormen in de botten voor:
1. Compact bot dat de buitenzijde van de botten vormt en
2. Spongieus bot dat we binnen in de botten aantreffen.
Botmatrix is het harde, verkalkte gedeelte van het bot en wordt gevormd door
osteoblasten. De trekvastheid (de kracht waarmee aan iets getrokken kan
worden) van botmatrix is groot, maar bij een te grote drukbelasting zal een
botbreuk ontstaan.
Kraakbeen is zeer sterk steunweefsel dat wordt gevormd door chondroblasten.
Kraakbeen wordt omgezet tot botmatrix en bevat geen bloedvaten of zenuwen.
Voedingsstoffen en zuurstof worden aangevoerd middels diffusie.
, Verloop botgroei
In de periode vanaf de geboorte tot aan de volwassenheid zijn
Groei = het toenemen in grootte van levende wezens of hun momenten van relatief snelle groei (groeispurten) aan te geve
organen/differentiatie en rijping van de verschillende organen. vroege kindertijd en vervolgens aan het begin van de pubertei
groeispurt kan men beschouwen als een voortzetting van de sne
De groei en ontwikkeling van de verschillende weefsels en organen foetale fase: de snelheid hiervan neemt geleidelijk af. Het g
van het lichaam zijn bijzonder complexe processen waarbij vele over een gelijkmatig proces, soms treedt 60 dagen geen enkele
factoren betrokken zijn die je in drie groepen kunt verdelen: vervolgens binnen enkele dagen 0,5 tot 2,5 centimeter te groe
groeispurt wordt veroorzaakt door de verhoogde productie van
1. Genetische factoren: aangenomen wordt dat het tijdspatroon van oestrogenen en groeihormonen. Het begin van de groeispurt aan
de lichamelijke de puberteit verschilt individueel sterk. Gemiddeld begint de
ontwikkeling (duur van de zwangerschap, begin van de puberteit, bij meisjes twee jaar eerder dan bij jongens. Bij meisjes is
beëindiging van de 10,5 en 13 jaar, bij jongens tussen 12,5 en 15 jaar.
lengtegroei en de maximale leeftijd) genetisch is bepaald en dat
de verschillen tussen de De puberteit wordt, naast een voortgaande lengtegroei, gekenm
menselijke rassen berusten op genetische factoren. verdere groei en ontwikkeling van de geslachtsorganen en het
vruchtbaarheid. Aan de lengtegroei komt een eind als de groei
2. Interne factoren, voornamelijk hormonale: pijpbeenderen tot staan komt en de epifysaire schrijven verbe
Groeihormoon en somatomedine: beïnvloeden in het bijzonder de jaar). Meisjes komen gemiddeld eerder tot rijping dan jongens
groei. van een seculaire groeiverschuiving: kinderen worden steeds l
Thyroïdhormonen, glucocorticoïden en insuline: regelen de toegenomen welvaart.
stofwisseling en daardoor ook de groei.
Androgenen en oestrogenen: stimuleren de rijping.
3. Externe factoren zoals voeding, psychosociale omstandigheden
en economische factoren:
een kwantitatief en kwalitatief voldoende voeding is een
voorwaarde voor een normale groei
en ontwikkeling, armoede, slechte hygiënische omstandigheden en
infectieziekten hebben
een negatieve invloed op groei en ontwikkeling.
De ontwikkeling en groei van kinderen wordt dus beïnvloed door
multidimensionale processen.
Groei
,Structuur van
botten
Botten bestaan uit botweefsel: dynamisch weefsel waarin osteoblasten,
osteocyten en osteoclasten voorkomen. Onder invloed van druk en trekkrachten
wordt het bot voortdurend geremodelleerd door opbouw (door osteoblasten) en
afbraak (door osteoclasten) van het botweefsel. Bijvoorbeeld na een botbreuk
weet het botweefsel zich effectief te herstellen en tijdens de groei van het
lichaam ondergaan botten grote veranderingen in vorm. Botweefsel wordt
voorzien van zuurstof en voedingstoffen via het bloed.
Botweefsel komt in twee vormen in de botten voor:
1. Compact bot dat de buitenzijde van de botten vormt en
2. Spongieus bot dat we binnen in de botten aantreffen.
Botmatrix is het harde, verkalkte gedeelte van het bot en wordt gevormd door
osteoblasten. De trekvastheid (de kracht waarmee aan iets getrokken kan
worden) van botmatrix is groot, maar bij een te grote drukbelasting zal een
botbreuk ontstaan.
Kraakbeen is zeer sterk steunweefsel dat wordt gevormd door chondroblasten.
Kraakbeen wordt omgezet tot botmatrix en bevat geen bloedvaten of zenuwen.
Voedingsstoffen en zuurstof worden aangevoerd middels diffusie.
, Verloop botgroei
In de periode vanaf de geboorte tot aan de volwassenheid zijn
Groei = het toenemen in grootte van levende wezens of hun momenten van relatief snelle groei (groeispurten) aan te geve
organen/differentiatie en rijping van de verschillende organen. vroege kindertijd en vervolgens aan het begin van de pubertei
groeispurt kan men beschouwen als een voortzetting van de sne
De groei en ontwikkeling van de verschillende weefsels en organen foetale fase: de snelheid hiervan neemt geleidelijk af. Het g
van het lichaam zijn bijzonder complexe processen waarbij vele over een gelijkmatig proces, soms treedt 60 dagen geen enkele
factoren betrokken zijn die je in drie groepen kunt verdelen: vervolgens binnen enkele dagen 0,5 tot 2,5 centimeter te groe
groeispurt wordt veroorzaakt door de verhoogde productie van
1. Genetische factoren: aangenomen wordt dat het tijdspatroon van oestrogenen en groeihormonen. Het begin van de groeispurt aan
de lichamelijke de puberteit verschilt individueel sterk. Gemiddeld begint de
ontwikkeling (duur van de zwangerschap, begin van de puberteit, bij meisjes twee jaar eerder dan bij jongens. Bij meisjes is
beëindiging van de 10,5 en 13 jaar, bij jongens tussen 12,5 en 15 jaar.
lengtegroei en de maximale leeftijd) genetisch is bepaald en dat
de verschillen tussen de De puberteit wordt, naast een voortgaande lengtegroei, gekenm
menselijke rassen berusten op genetische factoren. verdere groei en ontwikkeling van de geslachtsorganen en het
vruchtbaarheid. Aan de lengtegroei komt een eind als de groei
2. Interne factoren, voornamelijk hormonale: pijpbeenderen tot staan komt en de epifysaire schrijven verbe
Groeihormoon en somatomedine: beïnvloeden in het bijzonder de jaar). Meisjes komen gemiddeld eerder tot rijping dan jongens
groei. van een seculaire groeiverschuiving: kinderen worden steeds l
Thyroïdhormonen, glucocorticoïden en insuline: regelen de toegenomen welvaart.
stofwisseling en daardoor ook de groei.
Androgenen en oestrogenen: stimuleren de rijping.
3. Externe factoren zoals voeding, psychosociale omstandigheden
en economische factoren:
een kwantitatief en kwalitatief voldoende voeding is een
voorwaarde voor een normale groei
en ontwikkeling, armoede, slechte hygiënische omstandigheden en
infectieziekten hebben
een negatieve invloed op groei en ontwikkeling.
De ontwikkeling en groei van kinderen wordt dus beïnvloed door
multidimensionale processen.