Commentaar op Blokland en David:
1. Welke onderdelen van de structuur van een inleiding herken je in deze inleiding?
Er is een indeling in vier kopjes. De eerste zin van het eerste kopje introduceert het
onderwerp, het legt namelijk uit wat motorclubs zijn op een beknopte manier. Vervolgens
wordt in de tweede zin de problematiek rondom deze motorclubs aangekondigd. Door deze
probleemstelling krijgt de lezer al snel een indicatie waar het artikel over zou kunnen gaan.
Daarna wordt in de rest van de eerste alinea van de inleiding een duidelijker en uitgebreider
beeld geschetst van deze problematiek aan de hand van bronnen en cijfers, die het
middenstuk van deze alinea goed opvullen. De laatste zin geeft een conclusie en tegelijk
functioneert het als een bruggetje naar de tweede alinea.
Er is ook een onderzoeksvraag gesteld, tegen het einde van de inleiding. Na de centrale
vraagstelling wordt duidelijk gemaakt aan de lezer hoe deze vraag beantwoord zal worden.
Het antwoord zelf wordt echter niet gegeven, dat zal volgen in de rest van het artikel.
2. In hoeverre komt de structuur overeen met het voorbeeld van Kahn?
Dit artikel heeft een kopje met ‘Inleiding’ terwijl Kahn aangeeft dat dit niet nodig is. In de
eerste twee kopjes wordt verder inderdaad het onderwerp van het artikel geïntroduceerd,
daarna volgt een aantal bronnen en cijfers. Er wordt zevenmaal een bron geciteerd. Met
verwijzen wordt erop gelet dat een ‘&’ wordt gebruikt in plaats van ‘en’. De inleiding eindigt
met een onderzoeksvraag, Kahn noemt dit een hypothese. De structuur van de inleiding
komt grotendeels overeen met het voorbeeld van Kahn.
3. Wat vind je schrijfstijl van de auteurs?
Ik ben positief over de schrijfstijl. Er wordt goed gebruik gemaakt van verbindingszinnen,
waardoor de inleiding fijn te lezen is.
4. Van hoeveel verschillende bronnen is gebruik gemaakt?
Er is gebruik gemaakt van acht verschillende bronnen.
5. Wat zou er anders kunnen?
1. Welke onderdelen van de structuur van een inleiding herken je in deze inleiding?
Er is een indeling in vier kopjes. De eerste zin van het eerste kopje introduceert het
onderwerp, het legt namelijk uit wat motorclubs zijn op een beknopte manier. Vervolgens
wordt in de tweede zin de problematiek rondom deze motorclubs aangekondigd. Door deze
probleemstelling krijgt de lezer al snel een indicatie waar het artikel over zou kunnen gaan.
Daarna wordt in de rest van de eerste alinea van de inleiding een duidelijker en uitgebreider
beeld geschetst van deze problematiek aan de hand van bronnen en cijfers, die het
middenstuk van deze alinea goed opvullen. De laatste zin geeft een conclusie en tegelijk
functioneert het als een bruggetje naar de tweede alinea.
Er is ook een onderzoeksvraag gesteld, tegen het einde van de inleiding. Na de centrale
vraagstelling wordt duidelijk gemaakt aan de lezer hoe deze vraag beantwoord zal worden.
Het antwoord zelf wordt echter niet gegeven, dat zal volgen in de rest van het artikel.
2. In hoeverre komt de structuur overeen met het voorbeeld van Kahn?
Dit artikel heeft een kopje met ‘Inleiding’ terwijl Kahn aangeeft dat dit niet nodig is. In de
eerste twee kopjes wordt verder inderdaad het onderwerp van het artikel geïntroduceerd,
daarna volgt een aantal bronnen en cijfers. Er wordt zevenmaal een bron geciteerd. Met
verwijzen wordt erop gelet dat een ‘&’ wordt gebruikt in plaats van ‘en’. De inleiding eindigt
met een onderzoeksvraag, Kahn noemt dit een hypothese. De structuur van de inleiding
komt grotendeels overeen met het voorbeeld van Kahn.
3. Wat vind je schrijfstijl van de auteurs?
Ik ben positief over de schrijfstijl. Er wordt goed gebruik gemaakt van verbindingszinnen,
waardoor de inleiding fijn te lezen is.
4. Van hoeveel verschillende bronnen is gebruik gemaakt?
Er is gebruik gemaakt van acht verschillende bronnen.
5. Wat zou er anders kunnen?