Nederlands samenvattin
Poëzie analys
Metrum en ritm
Kenmerken van poëzie zijn: rijm, beeldspraak/stijl guren, metrum/ritme, het gaat vaak over gevoel,
maar al deze kenmerken zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde van poëzie is proza. Bij proza is
het blad vaak uitgevuld tot de rechterkantlijn, bij poëzie niet
Het woord metrum betekent maat -> vaste regelmaat; de regelmatige afwisseling van sterker en
zwakker beklemtoonde lettergrepen. Een - boven een woord = sterker beklemtoond, een v is
zwakke klemtoon. (Ge-, Ver- en -lijk zijn altijd onbeklemtoond.
Meest bekende maatschema’s
Jambe: v
Trochee: -
Dactylus: - v
Anapest: v v
Nederlands is van nature een jambische taal
Niet alle gedichten zijn op een vast maatschema gebouwd, zeker een groot aantal moderne
gedichten niet.
Het enjambement : het door laten lopen van de grammaticale zin aan het einde van de versregel
op zo’n manier dat de daar verwachte pauze opgeheven wordt. Het wordt meestal door dichters
gebruikt om saaiheid te voorkomen.
Om te bepalen of er sprake is van een enjambement moet er worden bekeken of het noodzakelijk
is om door te lezen. Kun je als lezer zelf een leesteken neerzetten, wordt er aan het i=begin van de
regel het voegwoord ‘en’ gebruikt of is het een scheiding tussen twee hoofdzinnen of een hoofdzin
en een bijzin dan is er geen sprake van enjambement.
Er zijn vier enjambementen te onderscheiden. Sterkste = midden in een woord, iets minder sterk =
binnen een zinsdeel, nog iets minder sterk = tussen persoonsvorm en onderwerp, minst sterk is
tussen zinsdelen.
Antimetrie is als de dichter ineens een ander ritme/metrum gebruikt
Klankverschijnsele
We spreken van rijm wanneer op vergelijkbare plaatsen in woorden steeds dezelfde klanken staan.
Je hebt klinkerrijm en medeklinkerrijm
Klinkerrijm
- Volrijm: wanneer klinkers of tweeklanken in beklemtoonde lettergrepen plus de eventueel
volgende klanken gelijk zijn. (sta-ga, loer-rumoer, stand-wand, duwen-gruwen
- Halfrijm (assonantie): wanneer wel de klinkers of tweeklanken van de lettergrepen gelijk zijn,
maar niet de daarna volgende klanken. (hand-markt-was, boom-sloot-rodelen, nu-ruw-muur
Medeklinkerrijm (alliteratie): wanneer medeklinkers aan het begin van beklemtoonde
lettergrepen gelijk zijn. (met man en muis, huis en haard, hij gehoorzaamt helemaal niet.
Rijmschema’
AAAA = slagrij
ABAB = gekruist rij
AABB = gepaard rij
ABBA = omarmend rij
ABAC = gebroken rij
ABCB = gebroken rij
-
v
:
s
-
v
e
m
e
n
m
m
m
m
g
:
.
.
fi
.
)
.
)
)
)
Poëzie analys
Metrum en ritm
Kenmerken van poëzie zijn: rijm, beeldspraak/stijl guren, metrum/ritme, het gaat vaak over gevoel,
maar al deze kenmerken zijn niet exclusief. Het tegenovergestelde van poëzie is proza. Bij proza is
het blad vaak uitgevuld tot de rechterkantlijn, bij poëzie niet
Het woord metrum betekent maat -> vaste regelmaat; de regelmatige afwisseling van sterker en
zwakker beklemtoonde lettergrepen. Een - boven een woord = sterker beklemtoond, een v is
zwakke klemtoon. (Ge-, Ver- en -lijk zijn altijd onbeklemtoond.
Meest bekende maatschema’s
Jambe: v
Trochee: -
Dactylus: - v
Anapest: v v
Nederlands is van nature een jambische taal
Niet alle gedichten zijn op een vast maatschema gebouwd, zeker een groot aantal moderne
gedichten niet.
Het enjambement : het door laten lopen van de grammaticale zin aan het einde van de versregel
op zo’n manier dat de daar verwachte pauze opgeheven wordt. Het wordt meestal door dichters
gebruikt om saaiheid te voorkomen.
Om te bepalen of er sprake is van een enjambement moet er worden bekeken of het noodzakelijk
is om door te lezen. Kun je als lezer zelf een leesteken neerzetten, wordt er aan het i=begin van de
regel het voegwoord ‘en’ gebruikt of is het een scheiding tussen twee hoofdzinnen of een hoofdzin
en een bijzin dan is er geen sprake van enjambement.
Er zijn vier enjambementen te onderscheiden. Sterkste = midden in een woord, iets minder sterk =
binnen een zinsdeel, nog iets minder sterk = tussen persoonsvorm en onderwerp, minst sterk is
tussen zinsdelen.
Antimetrie is als de dichter ineens een ander ritme/metrum gebruikt
Klankverschijnsele
We spreken van rijm wanneer op vergelijkbare plaatsen in woorden steeds dezelfde klanken staan.
Je hebt klinkerrijm en medeklinkerrijm
Klinkerrijm
- Volrijm: wanneer klinkers of tweeklanken in beklemtoonde lettergrepen plus de eventueel
volgende klanken gelijk zijn. (sta-ga, loer-rumoer, stand-wand, duwen-gruwen
- Halfrijm (assonantie): wanneer wel de klinkers of tweeklanken van de lettergrepen gelijk zijn,
maar niet de daarna volgende klanken. (hand-markt-was, boom-sloot-rodelen, nu-ruw-muur
Medeklinkerrijm (alliteratie): wanneer medeklinkers aan het begin van beklemtoonde
lettergrepen gelijk zijn. (met man en muis, huis en haard, hij gehoorzaamt helemaal niet.
Rijmschema’
AAAA = slagrij
ABAB = gekruist rij
AABB = gepaard rij
ABBA = omarmend rij
ABAC = gebroken rij
ABCB = gebroken rij
-
v
:
s
-
v
e
m
e
n
m
m
m
m
g
:
.
.
fi
.
)
.
)
)
)