Hoofdstuk 6 Faalangst, angst
Beschrijving van het probleemgebied
Faalangst is een vorm van angst, maar dan specifiek en taakgebonden. De
persoon bevindt
zich in een situatie waarin prestatie geleverd moet worden en hij zich beoordeeld
voelt. Men
is bang om te falen.
Positieve faalangst/gezonde spanning is een belangrijke factor bij de
prestatiemotivatie.
Als we over faalangst spreken, bedoelen we meestal de negatieve vorm:
spanning en
angstgevoelens leiden tot onderprestatie.
We kennen drie soorten faalangsten (kunnen in onderlinge samenhang
voorkomen):
- Cognitieve faalangst: schoolse taken, proefwerken, scriptie.
- Sociale faalangst: sociale taken, spreken in gezelschap.
- Motorische faalangst: motorische/competitieve taken, gymnastiek.
Kenmerken:
- Belemmerende gedachten over zichzelf: negatieve zelfbeoordeling, gebrek aan
zelfacceptatie en zelfverwerping.
- Lichamelijke reacties zoals: transpireren, rood aanlopen, toiletteren, hoofdpijn
enz.
- Gedragsreacties zoals: chaotisch werken, traag werktempo, afdwalen.
Oorzaken
Negatieve schoolervaringen, sfeer van competitie, vergelijking met slimmere
kinderen,
gebrek aan positieve verwachtingen, niet geaccepteerd voelen, te veel
bescherming, te hoge
eisen vanuit de omgeving zijn een aantal mogelijke oorzaken van faalangst.
Bronnen voor het aanleren van hulpeloosheid:
- Overbescherming: een kind krijgt al het goeds zonder bepaald gedrag te laten
zien. Ze
zijn snel gefrustreerd wanneer ze geen bescherming krijgen.
- Verwaarlozing: kinderen krijgen aangeleerd dat gebeurtenissen onvoorspelbaar
zijn. Ze
ontwikkelen een negatief zelfbeeld. Ze vertonen aangeleerde hulpeloosheid: ze
nemen
een slachtofferhouding aan.
Volgens de gedragstheorie: faalangst is aangeleerd gedrag. Faalangst kan worden
afgeleerd
door positieve versterking van gewenst gedrag en door negatieve versterking
van ongewenst
gedrag.
Begeleiding en behandeling
Kinderen met faalangst moeten begeleid worden om een positief zelfbeeld en
zelfvertrouwen
te creëren. Blijf als begeleider nuchter, maar neem het probleem wel serieus.
Behandelplan:
- Veilig klimaat op school en in de groep.
- Leerstof op niveau aanbieden.
Beschrijving van het probleemgebied
Faalangst is een vorm van angst, maar dan specifiek en taakgebonden. De
persoon bevindt
zich in een situatie waarin prestatie geleverd moet worden en hij zich beoordeeld
voelt. Men
is bang om te falen.
Positieve faalangst/gezonde spanning is een belangrijke factor bij de
prestatiemotivatie.
Als we over faalangst spreken, bedoelen we meestal de negatieve vorm:
spanning en
angstgevoelens leiden tot onderprestatie.
We kennen drie soorten faalangsten (kunnen in onderlinge samenhang
voorkomen):
- Cognitieve faalangst: schoolse taken, proefwerken, scriptie.
- Sociale faalangst: sociale taken, spreken in gezelschap.
- Motorische faalangst: motorische/competitieve taken, gymnastiek.
Kenmerken:
- Belemmerende gedachten over zichzelf: negatieve zelfbeoordeling, gebrek aan
zelfacceptatie en zelfverwerping.
- Lichamelijke reacties zoals: transpireren, rood aanlopen, toiletteren, hoofdpijn
enz.
- Gedragsreacties zoals: chaotisch werken, traag werktempo, afdwalen.
Oorzaken
Negatieve schoolervaringen, sfeer van competitie, vergelijking met slimmere
kinderen,
gebrek aan positieve verwachtingen, niet geaccepteerd voelen, te veel
bescherming, te hoge
eisen vanuit de omgeving zijn een aantal mogelijke oorzaken van faalangst.
Bronnen voor het aanleren van hulpeloosheid:
- Overbescherming: een kind krijgt al het goeds zonder bepaald gedrag te laten
zien. Ze
zijn snel gefrustreerd wanneer ze geen bescherming krijgen.
- Verwaarlozing: kinderen krijgen aangeleerd dat gebeurtenissen onvoorspelbaar
zijn. Ze
ontwikkelen een negatief zelfbeeld. Ze vertonen aangeleerde hulpeloosheid: ze
nemen
een slachtofferhouding aan.
Volgens de gedragstheorie: faalangst is aangeleerd gedrag. Faalangst kan worden
afgeleerd
door positieve versterking van gewenst gedrag en door negatieve versterking
van ongewenst
gedrag.
Begeleiding en behandeling
Kinderen met faalangst moeten begeleid worden om een positief zelfbeeld en
zelfvertrouwen
te creëren. Blijf als begeleider nuchter, maar neem het probleem wel serieus.
Behandelplan:
- Veilig klimaat op school en in de groep.
- Leerstof op niveau aanbieden.