Hoofdstuk 5 Hoogbegaafdheid
Hoofdstuk 6 hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid: Een samenspel tussen aangeboren, stabiele mogelijkheden en
andere factoren, eigenschappen van de persoon zelf zoals motivatie en
stressbestendigdheid en van de omgeving bijvoorbeeld: samenstelling van een
gezin het is een complex begrip.
Algemene mentale vaardigheidsfactor G, hiermee wordt de vaardigheid bedoeld
die gebruikt wordt om te leren, redeneerden en problemen op te lossen.
- Kan gemeten worden met een IQ test.
- Erfelijk bepaald (maar er is een adequate omgeving noodzakelijk om G tot
bloei te laten komen)
Gardner
Vroeg zich af of intelligentie wel in één maat kon worden uitgedrukt. Hij
ontwikkelde de theorie van meervoudige intelligenties. Intelligentie wordt daar
gezien als een biopsychologisch potentieel om informatie op verschillende
manieren te verwerken.
Elke intelligentie kan worden geactiveerd in een daarvoor geëigende culturele
setting.
Je hebt acht soorten intelligenties
- Linguïstische intelligentie
- Logisch- mathematische intelligentie
- Ruimtelijke intelligentie
- Muzikale intelligentie
- Lichamelijk-kinesthetische intelligentie
- Interpersoonlijke intelligentie
- Intrapersoonlijke intelligentie
- Naturalistische intelligentie
Sternberg
Intelligentie als de vaardigheid om succes te bereiken in het leven in termen van
iemands persoonlijke norm, binnen diens sociaal-culturele context. De
vaardigheid om succesvol te zijn hangt af van het kunnen gebruikmaken van je
sterke kanten en het compenseren van de zwakke kanten. Succes hangt af van
de mate waarin iemand in staat is zijn omgeving aan te passen, te veranderen en
uit te kiezen. Het kan alleen vanuit een balans van analytische, creatieve en
praktische vaardigheden. Het gaat niet om hoeveel iemand weet maar welke
componenten van intelligentie hij in huis heeft om succesvol te zijn.
- Metacomponenten
- Prestatiecomponenten
- Kennisverwervende componenten
Intelligentie is 50% door erfelijkheid bepaald.
Hoogbegaafdheid is een multidimensionaal dynamisch concept: meerdere
factoren spelen een rol en er treedt verandering op.
1
, Mönks
Het meerfactorenmodel voor hoogbegaafdheid, presenteren, uitgaande van een
otnwikkelings psychologisch perspectief. Het heeft een dynamisch karakter. Er
zijn drie persoonsfactoren
- Hoge capaciteit
- Motivatie
- Creativiteit
- Omgevingsfactoren (school, gezin, vrienden)
Alle
hedendaagse theorieën en modellen hebben een dynamische visie: begaafdheid
uit zich in verschillende levensfasen op verschillende manieren.
Diagnostiek:
- Hoge intelligentie is een voorwaarde
- Schoolprestaties kunnen een indicatie zijn, niet voldoende om conclusies te
trekken over de mate van begaafdheid
- Prestatiestesten geven niet goed weer hoe de intelligentie is van een kind
- Intelligentietests
- voordeel: minder afhankelijk van wat het kind op school heeft geleerd,
meer gericht op mogelijkheden.
- nadeel: kinderen kunnen/willen niet laten zien wat hun werkelijke
capaciteiten zijn. Geen conclusie trekken dus.
Testen ter aanvulling van intelligentietest
- Er moet gekeken worden naar de sociale en persoonlijkheidsontwikkeling.
o Motivatie
- Schoolvragenlijst (SVL): welbevinden op school + zelfconcept
- Zinnen aanvullijst (ZALC): informatie over ego-ontwikkeling
o Creativiteit
- Geen testen in Nederland
- Kijken naar verhalen en tekeningen van het kind.
o Dynamic assessment
- Vorm van testen kan naast de kwantitatieve gegevens van testen en
vragenlijsten veel informatie opleveren
Hoogbegaafdheid in combinatie met ontwikkelingsstoornissen
- ADHD
2
Hoofdstuk 6 hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid: Een samenspel tussen aangeboren, stabiele mogelijkheden en
andere factoren, eigenschappen van de persoon zelf zoals motivatie en
stressbestendigdheid en van de omgeving bijvoorbeeld: samenstelling van een
gezin het is een complex begrip.
Algemene mentale vaardigheidsfactor G, hiermee wordt de vaardigheid bedoeld
die gebruikt wordt om te leren, redeneerden en problemen op te lossen.
- Kan gemeten worden met een IQ test.
- Erfelijk bepaald (maar er is een adequate omgeving noodzakelijk om G tot
bloei te laten komen)
Gardner
Vroeg zich af of intelligentie wel in één maat kon worden uitgedrukt. Hij
ontwikkelde de theorie van meervoudige intelligenties. Intelligentie wordt daar
gezien als een biopsychologisch potentieel om informatie op verschillende
manieren te verwerken.
Elke intelligentie kan worden geactiveerd in een daarvoor geëigende culturele
setting.
Je hebt acht soorten intelligenties
- Linguïstische intelligentie
- Logisch- mathematische intelligentie
- Ruimtelijke intelligentie
- Muzikale intelligentie
- Lichamelijk-kinesthetische intelligentie
- Interpersoonlijke intelligentie
- Intrapersoonlijke intelligentie
- Naturalistische intelligentie
Sternberg
Intelligentie als de vaardigheid om succes te bereiken in het leven in termen van
iemands persoonlijke norm, binnen diens sociaal-culturele context. De
vaardigheid om succesvol te zijn hangt af van het kunnen gebruikmaken van je
sterke kanten en het compenseren van de zwakke kanten. Succes hangt af van
de mate waarin iemand in staat is zijn omgeving aan te passen, te veranderen en
uit te kiezen. Het kan alleen vanuit een balans van analytische, creatieve en
praktische vaardigheden. Het gaat niet om hoeveel iemand weet maar welke
componenten van intelligentie hij in huis heeft om succesvol te zijn.
- Metacomponenten
- Prestatiecomponenten
- Kennisverwervende componenten
Intelligentie is 50% door erfelijkheid bepaald.
Hoogbegaafdheid is een multidimensionaal dynamisch concept: meerdere
factoren spelen een rol en er treedt verandering op.
1
, Mönks
Het meerfactorenmodel voor hoogbegaafdheid, presenteren, uitgaande van een
otnwikkelings psychologisch perspectief. Het heeft een dynamisch karakter. Er
zijn drie persoonsfactoren
- Hoge capaciteit
- Motivatie
- Creativiteit
- Omgevingsfactoren (school, gezin, vrienden)
Alle
hedendaagse theorieën en modellen hebben een dynamische visie: begaafdheid
uit zich in verschillende levensfasen op verschillende manieren.
Diagnostiek:
- Hoge intelligentie is een voorwaarde
- Schoolprestaties kunnen een indicatie zijn, niet voldoende om conclusies te
trekken over de mate van begaafdheid
- Prestatiestesten geven niet goed weer hoe de intelligentie is van een kind
- Intelligentietests
- voordeel: minder afhankelijk van wat het kind op school heeft geleerd,
meer gericht op mogelijkheden.
- nadeel: kinderen kunnen/willen niet laten zien wat hun werkelijke
capaciteiten zijn. Geen conclusie trekken dus.
Testen ter aanvulling van intelligentietest
- Er moet gekeken worden naar de sociale en persoonlijkheidsontwikkeling.
o Motivatie
- Schoolvragenlijst (SVL): welbevinden op school + zelfconcept
- Zinnen aanvullijst (ZALC): informatie over ego-ontwikkeling
o Creativiteit
- Geen testen in Nederland
- Kijken naar verhalen en tekeningen van het kind.
o Dynamic assessment
- Vorm van testen kan naast de kwantitatieve gegevens van testen en
vragenlijsten veel informatie opleveren
Hoogbegaafdheid in combinatie met ontwikkelingsstoornissen
- ADHD
2