IMMUNOLOGIE DT2
Claire Snel
Gezondheid en Leven jaar 1
,Inhoudsopgave
HC 1 – CEL 3 Cytoskelet/ weefsel ...................................................................................................................... 2
Part 1 Cytoskelet ................................................................................................................................................ 2
Part 2 Weefsel .................................................................................................................................................. 14
HC 2 – CEL 4 Epigenetics ................................................................................................................................. 21
HC 3 – CEL 5 Toxicologie en kanker ................................................................................................................. 38
HC 4 – IMM 5 B cel ontwikkeling en de productie van antilichamen .............................................................. 52
Part 1 Intro and recap ...................................................................................................................................... 52
Part 2 Structure of antibodies ......................................................................................................................... 56
Part 3 Generation of BCR and TCR diversity ................................................................................................... 63
HC 5 – IMM 6 B cel ontwikkeling en de productie van antilichamen (2) ......................................................... 68
Part 1 Recap ..................................................................................................................................................... 68
Part 2 Development of B cells in bone marrow .............................................................................................. 69
Part 3 Negative and positive selection ........................................................................................................... 74
Part 4 Signaling via the BCR ............................................................................................................................ 79
Part 5 Induction of immune respons ............................................................................................................... 80
HC 6 – IMM 7 B cel activatie en effectorfuncties van antilichamen ................................................................ 85
Part 1 Induction of immune responses............................................................................................................ 85
Part 2 T cell independent B cell response ........................................................................................................ 92
Part 3 Function of immunoglobulin isotypes .................................................................................................. 93
Part 4 Fc receptors ......................................................................................................................................... 101
1
,HC 1 – CEL 3 Cytoskelet/ weefsel
Part 1 Cytoskelet
Bouwstenen
➢ Atomen
➢ Moleculen
➢ Macromoleculen
o Koolhydraten, Eiwitten, Vetten/membranen, Nucleine zuren/DNA,RNA
o Cytoskelet
Cytoskelet:
- Stabiele conformatie = vouwing
- Interactie tussen macromoleculen (macromoleculaire
structuren) en met het cytoskelet
Cytoskelet
>> op het rechter plaatje zie je het aangekleurde cytoskelet
- Stevigheid en vorm
- Beweging van cellen
- Transport van moleculen binnen cellen
- Locatie organellen
- Cytoskelet bestaat uit drie typen eiwit filamenten
Cytoskeleton is formed by 3 types of protein filaments
Verschillen in samenstelling, mechanische eigenschappen en rol binnen de cel
Intermediate filaments
➢ 10 nm diameter
- Zijn opgebouwd uit vezelachtige eiwitten die
eerst om elkaar heen worden gewikkeld
- Vervolgens worden ze zodanig gerangschikt dat
ze lange structuren vormen van enkelvoudige
filamenten
- Vervolgens worden ze zo om elkaar heen
gewikkeld dat ze hele stevige filamenten
worden, die later een netwerk kunnenvormen
De reden dat deze filamenten zo stevig zijn:
- Doordat ze om elkaar heen zijn gewikkeld,
manier waarop scheepstouwen zijn opgebouwd
➢ Weerstand tegen mechanische stress
2
, o Deze stevigheid is belangrijk zodat ze cellen weerstand geven tegen mechanische
stress
Rechter kant plaatje:
- Cellen in epitheellaag zijn met elkaar verbonden via cell-cell-junctions, ze zitten in basale
lamina
Op het moment dat er mechanische stress optreedt
➢ bijv door doorslikken van eten >> voedsel moet door je darm >> bloeddruk stijgt
➢ Als de cellen alleen via celmembraan aan elkaar zaten zouden ze makkelijk van elkaar
loscheuren (want celmembraan is een vloeibare structuur van een lipide bilaag die geen
stevigheid geeft)
➢ Cellen zijn bestand tegen mechanische stress door celll-cell-junctions (zwarte stipjes) die met
elkaar verbonden zijn met intermediate filamenten (blauw)
➢ Bij stress vangen intermediate filamenten de kracht op
➢ In cytoplasma van de meeste cellen
Filamenten zijn vezelachtige eiwitten, kunnen we verdelen:
o Drie klassen
▪ Keratine filamenten (epitheel cellen)(haar/veren)
▪ Vimentin/ vimentin related filamenten (bind weefsel cellen; spier cellen;
neurogliale cellen)
▪ Neuro filamenten (zenuw cellen)
>> zijn allemaal opgebouwd op de bovenstaande manier
Keratins and desmosome
- Blauw zijn de intermediate filamenten
- Het lijkt in het linker plaatje alsof ze
doorlopen
- Op het rechter plaatje is de cel onder een
elektronen microscoop gelegd >> je ziet
twee membranen en je ziet dat de
intermediate filamentenvan de
naastgelegen cellen apart in die cel zitten
>> Ze lopen dus niet in elkaar over!!
3