RECHTVAARDIGHEID: WAT
IS DE JUISTE KEUZE?
Samenvatting
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Wat is de juiste handelswijze? 2
Hoofdstuk 2: Het principe van het grootste geluk / het utilitarisme 4
Hoofdstuk 3: Kunnen we over onszelf beschikken? / Het neoliberalisme 7
Hoofdstuk 4: Hulp te huur / markt en moraal 11
Hoofdstuk 5: Het gaat om de beweegreden - Immanuel Kant 15
Hoofdstuk 6: Het pleidooi voor gelijkheid - John Rawls 19
Hoofdstuk 7: Het debat over positieve discriminatie 24
Hoofdstuk 8: Wie verdient wat? - Aristoteles 26
Hoofdstuk 9: Wat zijn we elkaar verschuldigd? 28
Hoofdstuk 10: Rechtvaardigheid en het algemeen belang 30
1
,Hoofdstuk 1: Wat is de juiste handelswijze?
Is er zoiets als een eerlijke prijs?
- In de middeleeuwen bestond deze. Gebaseerd op de intrinsieke waarde van dingen.
Echter, volgens economen worden in vrijemarkteconomieën de prijzen bepaald door vraag en aanbod.
De prijsniveaus waar je toevallig aan gewend bent zijn niet moreel onaantastbaar. Ze zijn niet
‘eerlijker’ dan de prijs die tot stand komt door omstandigheden op de markt, denk hierbij aan de
omstandigheden in de nasleep van een orkaan.
- Er is niets onrechtvaardigs aan de prijzen. Ze staan voor de waarde die kopers en verkopers hechten
aan de dingen die ze uitwisselen.
- Verweer: er is hier geen sprake van een normale, vrije marktsituatie waar kopers vrijwillig iets
kopen. Tijdens noodsituaties staan kopers onder druk.
Betekenis van rechtvaardigheid
Er zijn drie gedachten: maximaliseren van welzijn, respecteren van vrijheid en bevorderen van
deugdzaamheid.
Deugdzaamheid: het bevorderen van de houdingen, neigingen en persoonlijke kwaliteiten waar een
goede samenleving van afhangt.
- Wie bepaalt wat deugd en wat ondeugd is? Moet een rechtvaardige samenleving ernaar streven de
deugdzaamheid van haar burgers te bevorderen?
→ Aristoteles: we moeten eerst nadenken over wat de meest wenselijke manier van leven is.
→ Kant: de principes van rechtvaardigheid waaruit onze rechten voortvloeien mogen niet
gebaseerd zijn op een specifieke opvatting van deugdzaamheid. In plaats daarvan respecteert een
samenleving de vrijheid van iedereen om een eigen opvatting te hebben over wat het juiste leven is.
Wat een samenleving rechtvaardig maakt is gebaseerd op hoe de samenleving de dingen verdeelt die
belangrijk worden gevonden; inkomen, rijkdom, rechten, plichten, macht, mogelijkheden, ambten en
eerbetoon.
→ Wat komt ieder mens toe en waarom? Welzijn, vrijheid en deugdzaamheid vormen ieder
een verschillend antwoord.
Welzijn - het utilitarisme
De filosofische stroming die het meest invloedrijk is geweest bij de beantwoording van de vraag
waarom en hoe we welzijn moeten maximaliseren. Oftewel, hoe we het grootste geluk voor het
grootste aantal mensen moeten nastreven.
2
, Vrijheid - het neoliberalisme (en andere stromingen)
De gedachte dat rechtvaardigheid respect voor de vrijheid en de rechten van het individu inhoudt. Aan
de ene kant meent men dat rechtvaardigheid bestaat uit het respecteren van de vrijwillige keuzes van
volwassenen die weten waarvoor ze kiezen. Anderzijds de egalitaristen die stellen dat
rechtvaardigheid een beleid vereist dat sociale en economische achterstelling opheft en aan iedereen
een eerlijke kans op succes geeft.
Deugdzaamheid - de deugdethiek
Het besef dat een rechtvaardige samenleving bepaalde deugden en ideeën over de beste manier van
leven behoort te ondersteunen.
De gedachte om moreel besef in de wet vast te leggen is voor velen een gruwel. Ze zijn bang voor een
hellend vlak in de richting van onverdraagzaamheid en dwang.
Hoe ontwikkelen deze filosofische argumentaties zich?
→ Moreel redeneren kan op heel veel manieren. Vaak worden hypothetische dilemma’s
bedacht waarbij je op verschillende manieren kunt beredeneren wat de meest rechtvaardige oplossing
is.
Het op hol geslagen treintje
Dit ethische dilemma kent iedereen. Een op hol geslagen treintje rijdt op vijf spoorwegwerkers af. Je
kunt onmogelijk remmen en zij kunnen ook niet weg. Je ziet rechts een zijspoor met maar één werker
erop. Je kunt het treintje naar het zijspoor leiden.
Dit kost één man het leven, maar de andere vijf zouden gered zijn. Wat doe je?
In dit geval lijkt de uitkomst makkelijk. Één leven opofferen om er vijf te redden.
Nu een andere versie van het dilemma: Dit keer ben je een passant op een bovenliggend viaduct. Je
ziet het treintje op de vijf personen afrijden en bent machteloos. Er staat een dikke man voor je. Duw
je hem eraf, zodat hij op het spoor terecht komt en de trein doet stoppen? Dit kost hem het leven, maar
de andere vijf mannen zouden wederom gered zijn. Dit is een veel lastiger dilemma. Waarom lijkt het
principe dat juist was in het eerste geval - één leven opofferen om er vijf te redden - onjuist in het
tweede geval?
Misschien ligt het morele onderscheid niet in de gevolgen voor de slachtoffers, maar in de intentie van
de persoon die de beslissing neemt. Het is niet je intentie om de man te doden, slechts het treintje
tegen te houden. Als hij op de een of andere manier overleeft, is dit alleen maar mooi meegenomen.
3