(tot 1800)
In de tijd van steden en staten
Rechten van waterschappen
Veengebied van Holland en Utrecht was vrijwel onbewoond, tot de Boeren de grond ontginnen. Ze
groeven kanalen en sloten om het water weg te laten lopen en de grond geschikt te maken voor
landbouw. Ook bouwden ze dijken en dammen om overstromingen van rivieren te voorkomen -->
ontstaan van polders.
Dit waterbeheer was alleen mogelijk door samenwerking, want als een dijk doorbrak. Kon een groot
gebied onderlopen. Er waren organisaties die toezicht hielden en beslissingen namen over het
waterbeheer nodig, de waterschappen. De vorming van de waterschappen werd gesteund door de
graven van Holland. Ze beschouwden zichzelf aanvankelijk als enige eigenaar van de grond, maar
hadden hun onderdanen nodig om de grond te ontginnen en het water te beheersen. Daarom
kregen de onderdanen vrijheidsrechten, zoals eigendomsrechten op de grond, en politieke rechten,
zoals inspraak bij het waterbeheer.
De voorzitter van het plan en bestuur is de dijkgraaf. Verder bestond het bestuur uit
vertegenwoordigers van de inwoners, de heemraden.
Vergaderen, het met elkaar eens worden en inspraak hebben is nog steeds een kenmerk van de
Nederlandse democratie. Dat wordt het poldermodel genoemd.
Rechten, steden en staten
Vorsten, bisschoppen en edelen gaven in heel de EU vrijheidsrechten en politieke rechten aan
steden. Er ontstonden duizenden steden met stadsrechten, zoals het recht zichzelf te besturen, zelf
recht te spreken, belastingen te innen en zichzelf te verdedigen met stadsmuren en een eigen
stedelijke militie. Deze privileges werden vastgelegd en ondertekend door de landheer in een keur
zodat de rechten niet zomaar ingetrokken konden worden en de burgers konden bewijzen dat ze
deze gekregen hadden. Alleen de stadsbewoners die het burgerrecht van hun stad hadden konden
profiteren van de stedelijke rechtbank en bescherming door de stad. De meeste steden werden
bestuurd door patriciërs.
Steden betaalden geld in ruil voor stadsrechten, maar: inkomsten van vorsten groeiden --> begin
vorming van staten --> ze stelde betaalde ambtenaren en rechters aan en vormde eind
middeleeuwen een beroepsleger. Staatsvorming en centralisatie vormde een bedreiging voor
vrijheidsrechten en politieke rechten. Hoge rechters van de vorst konden tegen de rechtspraak van
steden ingaan, beroepslegers schoten verdedigingsmuren van steden kapot en om Ambtenaren,
rechters, militairen en wapens te betalen hadden ze meer geld nodig wat ze aan steden vroegen.
Vorsten dwongen met geweld om meer te betalen maar vaak moesten ze over de belastingen
onderhandelen. Daardoor werden staten gevormd waarbij vertegenwoordigers van steden, adel en
de geestelijkheid zaten in een gewest of provincie. De Staten-Generaal werd gevormd waarbij
burgers indirect invloed kregen op het staatsbestuur en er tegelijk gepraat kon worden met alle
vertegenwoordigers van gewesten.
Begrippenlijst 1.1
coöptatie: systeem waarbij leden van een bestuur zelf nieuwe leden aanwijzen.
dijkgraaf: voorzitter van een waterschap.
heemraad: lid van het bestuur van een waterschap.
inspraak: zeggenschap, je mening mogen geven als een besluit wordt genomen.
patriciër: lid van een vooraanstaande familie.
poldermodel: overleg gericht op overeenstemming.
politiek recht: recht op deelname aan de politieke besluitvorming.
vrijheidsrecht: recht waardoor mensen een bepaalde vrijheid hebben.