Blok 2: Biologie casussen
Casus 1: Het ademhalingsstelsel
Anatomie van het ademhalingsstelsel (Macroscopisch)
Luchtpijp: archea. Splitst: 2 longen → lobben (3 of 2). Links het hart: 2 lobben, rechts 3
lobben.
Luchtpijp en de vertakkingen daarvan. Waar het eindigt → in de longblaasjes. Splitsing van
de luchtpijp wordt carina genoemd. 2 bronchie → die splitsen vervolgens verder in een
aantal takjes. Hoofd bronchus links en rechts splitst → lobaire bronchus → segmentale
bronchus → bronchiole → terminale bronchiole → respiratoire bronchiole. Blaas structuren
,→ alveole zak → longblaasjes (alveoli). Allemaal voor het transport van lucht en
gasuitwisselingen → beginnen bij respiratoire bronchiolen.
De boom vertakt zich → ongeveer 23tal vertakkingen.
Luchtpijp: kraakbeen ringen, half open → luchtpijp open houden.
Beneden long beste doorbloeding → door de zwaartekracht. Vervolgens het midden,
daarna de bovenkant → moet hart het hardste pompen. Vat beneden helemaal open,
boven is de druk longblaasjes hoger. Grootste doorbloeding in de basis.
,Anatomie van het ademhalingsstelsel (microscopisch)
Goblet cellen: maken slijm. Trilharen (cilia): slijm naar buiten transporteren.
Deel waar gaswisseling plaatsvindt heb je geen kraakbeenringen meer. Dunne laag van de
cellen: makkelijker om zuurstof de diffunderen. Betere gasuitwisselingen. Alles neemt af als
je dieper gaat in de bronchiale boom. Optimale gaswisseling in de longblaasjes.
, Een groot oppervlak → meer gasuitwisselingen. 2 type cellen: platte cel: kan heel makkelijk
zuurstof doorheen. 2: vloeistoflaag, zit in het blaasje tegen de wand → zo blijft het blaasje
open.
Platte cel: zuurstof bloed in, co2 er uit. Cel → membraan waar de cel op ligt → tussen
ruimte → membraan waar endotheel cellen opliggen.
Type I alvulaire cel → basale membraan → basale membraan endotheel cel → endotheel
cel zelf.
Casus 1: Het ademhalingsstelsel
Anatomie van het ademhalingsstelsel (Macroscopisch)
Luchtpijp: archea. Splitst: 2 longen → lobben (3 of 2). Links het hart: 2 lobben, rechts 3
lobben.
Luchtpijp en de vertakkingen daarvan. Waar het eindigt → in de longblaasjes. Splitsing van
de luchtpijp wordt carina genoemd. 2 bronchie → die splitsen vervolgens verder in een
aantal takjes. Hoofd bronchus links en rechts splitst → lobaire bronchus → segmentale
bronchus → bronchiole → terminale bronchiole → respiratoire bronchiole. Blaas structuren
,→ alveole zak → longblaasjes (alveoli). Allemaal voor het transport van lucht en
gasuitwisselingen → beginnen bij respiratoire bronchiolen.
De boom vertakt zich → ongeveer 23tal vertakkingen.
Luchtpijp: kraakbeen ringen, half open → luchtpijp open houden.
Beneden long beste doorbloeding → door de zwaartekracht. Vervolgens het midden,
daarna de bovenkant → moet hart het hardste pompen. Vat beneden helemaal open,
boven is de druk longblaasjes hoger. Grootste doorbloeding in de basis.
,Anatomie van het ademhalingsstelsel (microscopisch)
Goblet cellen: maken slijm. Trilharen (cilia): slijm naar buiten transporteren.
Deel waar gaswisseling plaatsvindt heb je geen kraakbeenringen meer. Dunne laag van de
cellen: makkelijker om zuurstof de diffunderen. Betere gasuitwisselingen. Alles neemt af als
je dieper gaat in de bronchiale boom. Optimale gaswisseling in de longblaasjes.
, Een groot oppervlak → meer gasuitwisselingen. 2 type cellen: platte cel: kan heel makkelijk
zuurstof doorheen. 2: vloeistoflaag, zit in het blaasje tegen de wand → zo blijft het blaasje
open.
Platte cel: zuurstof bloed in, co2 er uit. Cel → membraan waar de cel op ligt → tussen
ruimte → membraan waar endotheel cellen opliggen.
Type I alvulaire cel → basale membraan → basale membraan endotheel cel → endotheel
cel zelf.