De Griekse Wereld
§2.2
Griekse filosofen en ideeën:
- Protagoras -> ‘De mens is de maat van alles’
- Socrates -> ‘als je weet wat rechtvaardig is, kan je ook rechtvaardig handelen’
- Plato -> leerling Socrates; Basisbegrippen zijn wel aangeboren, maar de meeste mensen kunnen het
begrip niet bevatten, dus een filosoof die het wel begrijpt kan het beste een polis besturen.
De theorie rond atomen wordt nu ook gebruikt, de stelling van Pythagoras en andere verhoudingen
en het begin van de medische wetenschap was er waardoor we nu meer weten.
Atheense democratie:
- Mensen met burgerrecht (vrije Atheense mannen) die fysiek aanwezig konden zijn bij de
vergaderingen mochten stemmen.
- Meeste functies werden verloot -> geen ervaring
- Om invloed te krijgen moest je goed kunnen spreken en overtuigen -> sofisten
- Schervengericht (verbannen machtige voor 10 jaar)
Spartaanse aristocratie:
- De elite had de macht
- Dagelijks bestuur: 2 koningen, raad oude wijze mannen en 5 eforen (gekozen bestuurders)
- Spartaanse opvoeding; alles draaide om soldaten (-> zo kreeg je ook status)
Democratie Athene - Democratie nu
Directe democratie Indirecte democratie
Burgerschap mag stemmen (bijna) Iedereen mag stemmen
Dezelfde groep krijgt steeds alle functies Trias Politica
Schervengericht om machtsmisbruik te Grondwet om machtsmisbruik te voorkomen
voorkomen