HF1: hoe kun je mensen motiveren, waarom zijn ze anders, wat bepaald het gedrag van mensen.
Er zijn vier motivatietheorieën waarnaast een verdeling loopt tussen intrinsieke en extrinsieke
motivatie.
- Intrinsiek: jij wordt gemotiveerd doordat je iets heel graag wilt, lange termijn motivatie
- Extrinsiek: jij wordt gemotiveerd doordat je er iets voor krijgt, korte termijn motivatie
Maslov; behoeftepiramide
- De behoeften waar je aan moet voldoen om een mens te
motiveren.
- Essentieel is dat elke op een volgende stap bevredigd moet zijn
om een hogere stap te kunnen bereiken.
Deze drie motivatietheorieën borduren voort op de theorie van Maslov
Alderfer: Ja maar, al deze behoeften zijn belangrijk en moeten allemaal
bevredigd worden wil je iemand kunnen motiveren, dus ze hoeven niet op
elkaar gestapeld te worden.
- Existentieel: zekerheid
- Relationeel: goede relaties
- Groei: persoonlijke groei
McClelland: Ja maar, iedereen heeft wel een ding wat voor hem of haar het allerbelangrijkste is
(driver).
- Prestatiebehoefte: de beste zijn
- Machtsbehoefte: de baas zijn
- Affiliatiebehoefte: aardig zijn
Vroom: de verwachtingstheorie. Een bepaalde actie leidt tot een bepaald resultaat.
- Actie/reactie, input/resultaat.
ASE-model verklaart waarom mensen bepaalde soort gedrag vertonen.
(De Kok, De Vries, Mudde en Strecher)
- Attitude: Wat je basiskarakter is, zo zitten ze in elkaar.
- Sociale invloed: Waar je vandaan komt
- Eigen effectiviteit: Hoe goed je ergens in bent