Kennismaking met onderzoeksmethoden en statistiek
Hoorcollege 1, Introductie
Bronnen van informatie
Intuïtie
Ervaring
Autoriteit
Wetenschap
Kenmerken wetenschappelijk onderzoek:
Empirisch
o Gebaseerd op systematische waarnemingen, observaties
Controleerbaar
o Peer review: elkaar controleren
Probabilistisch
o Grootste kans is dat het zo is: ondersteunende data
- Deterministisch: iets dat altijd gebeurt – tegenovergestelde van probabilistisch
Theorie:
Geheel van denkbeelden hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. In de wetenschap: theorie = getoetst model ter verklaring van waarnemingen
van de werkelijkheid.
Kenmerken goede wetenschappelijke theorie:
Ondersteund door data
o Data uit wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar
o Moet weerlegd kunnen worden aan hand van verzamelde gegevens.
Spaarzaam (parsimonious)
o Als een eenvoudige theorie volstaat, niet nodig om complex te maken.
Onderzoeksvragen
Fundamenteel (basic)
o Op zoek naar algemene, globale informatie
Toegepast (applied)
o Vaak iets specifieks, speciaal voor gemaakt, externe bron
Translational
o Onderzoek vloeit van een naar ander over
,Theorie data cyclus
Onderzoeksontwerp
Onderzoeksvraag leidt tot onderzoeksontwerp
Wat voor soort empirische gegevens verzameld
Gegevens: kwalitatief/kwantitatief?
Hoe worden de gegevens verzameld?
o Interview, vragenlijst, experiment, etc.
,Kwalitatief hoorcollege 1
Kwalitatief onderzoek
Voornaamste doel kwalitatief onderzoek:
Sociale fenomenen begrijpen vanuit hun natuurlijke context
Om empirische patronen te vinden
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
o Ontwikkeling nieuwe theorie
o Aanpassing of uitbreiding bestaande theorie
Patronen in:
Gesproken of geschreven teksten (bijv. dagboeken, notulen)
Observaties van gedrag en interacties
Beeldmateriaal, etc.
Wat wordt er onderzocht?
Culturele verschillen in zorg voor ouderen
- Is dit overal in de wereld hetzelfde?
- Onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de ouderen
Motieven om te daten onder eerstejaars studenten
- Wie, wat, waar, hoe etc.?
- De onderzoeker is geïnteresseerd in de hele context van de student
- Setting: Nederland
- Perspective: Eerstejaars studenten
- Interest: Daten
- Evaluation: Motieven
De ideeën van Amerikanen over het recht op wapenbezit
- Motieven, ervaringen, houding, gedrag?
- De onderzoeker is geïnteresseerd in het perspectief van de respondent
Kenmerken kwalitatief onderzoek:
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
o De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
o Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen
Inductie – vanuit waarnemingen een theorie ontwikkelen
, SPICE:
Setting: waar, in welke context?
Perspectief (of populatie): voor wie?
Interest: wat?
Comparison: vergeleken met wie/wat? Is er niet altijd!!
Evaluation: met welk resultaat? – Wat beoordeelt de participant over het onderwerp
Kwalitatief interview
Gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde over:
Ideeën
Motieven
Ervaringen
Gedragingen
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
Geïnterviewde = informant (expert/ervaringsdeskundige) of respondent
Interviewer is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling
Soorten interviews:
Welke respondenten worden uitgenodigd voor een interview?
- Populatie: alle mensen uit doelgroep waarin onderzoeker geselecteerd is
- Steekproef: kleine subgroep uit populatie waarvan onderzoeker uiteindelijk data gaat
verzamelen
- Ideaalplaatje dat resultaten terug kunnen worden gekoppeld van steekproef naar
populatie: dus resultaten representatief voor grote groep (populatie)
Hoe worden deelnemers geselecteerd?
- Participanten die eenvoudig te bereiken zijn
- Participanten die al een groepje vormen
- Participanten die al voordoen aan hele specifieke voorwaarden
Bij wie worden data verzameld?
- Doelgerichte steekproef: purposive sample
Hoorcollege 1, Introductie
Bronnen van informatie
Intuïtie
Ervaring
Autoriteit
Wetenschap
Kenmerken wetenschappelijk onderzoek:
Empirisch
o Gebaseerd op systematische waarnemingen, observaties
Controleerbaar
o Peer review: elkaar controleren
Probabilistisch
o Grootste kans is dat het zo is: ondersteunende data
- Deterministisch: iets dat altijd gebeurt – tegenovergestelde van probabilistisch
Theorie:
Geheel van denkbeelden hypothesen en verklaringen die in onderlinge samenhang worden
beschreven. In de wetenschap: theorie = getoetst model ter verklaring van waarnemingen
van de werkelijkheid.
Kenmerken goede wetenschappelijke theorie:
Ondersteund door data
o Data uit wetenschappelijk onderzoek
Falsifieerbaar
o Moet weerlegd kunnen worden aan hand van verzamelde gegevens.
Spaarzaam (parsimonious)
o Als een eenvoudige theorie volstaat, niet nodig om complex te maken.
Onderzoeksvragen
Fundamenteel (basic)
o Op zoek naar algemene, globale informatie
Toegepast (applied)
o Vaak iets specifieks, speciaal voor gemaakt, externe bron
Translational
o Onderzoek vloeit van een naar ander over
,Theorie data cyclus
Onderzoeksontwerp
Onderzoeksvraag leidt tot onderzoeksontwerp
Wat voor soort empirische gegevens verzameld
Gegevens: kwalitatief/kwantitatief?
Hoe worden de gegevens verzameld?
o Interview, vragenlijst, experiment, etc.
,Kwalitatief hoorcollege 1
Kwalitatief onderzoek
Voornaamste doel kwalitatief onderzoek:
Sociale fenomenen begrijpen vanuit hun natuurlijke context
Om empirische patronen te vinden
Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming
o Ontwikkeling nieuwe theorie
o Aanpassing of uitbreiding bestaande theorie
Patronen in:
Gesproken of geschreven teksten (bijv. dagboeken, notulen)
Observaties van gedrag en interacties
Beeldmateriaal, etc.
Wat wordt er onderzocht?
Culturele verschillen in zorg voor ouderen
- Is dit overal in de wereld hetzelfde?
- Onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de ouderen
Motieven om te daten onder eerstejaars studenten
- Wie, wat, waar, hoe etc.?
- De onderzoeker is geïnteresseerd in de hele context van de student
- Setting: Nederland
- Perspective: Eerstejaars studenten
- Interest: Daten
- Evaluation: Motieven
De ideeën van Amerikanen over het recht op wapenbezit
- Motieven, ervaringen, houding, gedrag?
- De onderzoeker is geïnteresseerd in het perspectief van de respondent
Kenmerken kwalitatief onderzoek:
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker
o De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
o Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen
Inductie – vanuit waarnemingen een theorie ontwikkelen
, SPICE:
Setting: waar, in welke context?
Perspectief (of populatie): voor wie?
Interest: wat?
Comparison: vergeleken met wie/wat? Is er niet altijd!!
Evaluation: met welk resultaat? – Wat beoordeelt de participant over het onderwerp
Kwalitatief interview
Gesprek waarin de interviewer vragen stelt aan de geïnterviewde over:
Ideeën
Motieven
Ervaringen
Gedragingen
Met betrekking tot een sociaal fenomeen
Geïnterviewde = informant (expert/ervaringsdeskundige) of respondent
Interviewer is nadrukkelijk aanwezig bij de dataverzameling
Soorten interviews:
Welke respondenten worden uitgenodigd voor een interview?
- Populatie: alle mensen uit doelgroep waarin onderzoeker geselecteerd is
- Steekproef: kleine subgroep uit populatie waarvan onderzoeker uiteindelijk data gaat
verzamelen
- Ideaalplaatje dat resultaten terug kunnen worden gekoppeld van steekproef naar
populatie: dus resultaten representatief voor grote groep (populatie)
Hoe worden deelnemers geselecteerd?
- Participanten die eenvoudig te bereiken zijn
- Participanten die al een groepje vormen
- Participanten die al voordoen aan hele specifieke voorwaarden
Bij wie worden data verzameld?
- Doelgerichte steekproef: purposive sample