Hoofdstuk 1
Internationaal recht
• De Europese Unie is een internationale organisatie, opgericht volgens de regels van
het internationale recht
• Er wordt een contract opgesteld volgens nationale wet als personen of
rechtspersonen afspraken met elkaar maken, de afspraken worden gemaakt op
grond van het internationale recht
Doelstellingen van de EU (artikel 2 en 3 VEU)
• Vrede en welzijn
• Vrijheid en veiligheid
• Interne markt
• Monetaire unie
• Mensenrechtenbeleid
• Extern beleid
Staatssoevereiniteit
• De overheid heeft staatssoevereiniteit: andere staten kunnen bijvoorbeeld niet
bepalen hoe Nederland zijn regelgeving vormgeeft, deze macht ligt alleen bij de
nationale overheid
• Deze macht kan op twee manieren worden beperkt:
- Soevereiniteit vrijwillig overdragen: staat kan beslissen om de
beslissingsbevoegdheid over te dragen
- Soevereiniteit onvrijwillig overdragen: bijvoorbeeld als een staat wordt
binnengevallen
Internationale organisaties
• Twee soorten internationale organisaties
- Gouvernementele organisatie
à Intergouvernementele organisatie
à Supranationale organisatie
- Non-gouvernementele organisatie
Gouvernementele organisatie
• Samenwerkingsverband tussen staten
• De oprichting gebeurt in een verdrag
Þ Intergouvernementele organisatie: als lidstaten geen soevereiniteit afstaan,
samenwerking tussen de lidstaten. Bijvoorbeeld de Verenigde Naties (VN)
Þ Supranationale organisatie: als lidstaten wel soevereiniteit afstaan aan de
organisatie, staat boven de lidstaten. Bijvoorbeeld de EU
,Non-gouvernementele organisatie
• Is onafhankelijk van staten en heeft vaak een ideële doelstelling
• Een rechtspersoon opgericht door personen. Bijvoorbeeld het Rode Kruis
Bronnen van Europees recht
• De verdagen en het handvest = primair EU recht
• EU-regelgeving = secundair EU recht
• Algemene beginselen van Europees recht
• Jurisprudentie
Twee verdragen die op dit moment gelden
• Het verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
• Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU)
Interne markt
• De interne markt bestaat uit die onderdelen
- Vrij verkeer
- Staatssteun
- Mededinging
Þ Vrij verkeer: de handelsstroom tussen lidstaten mogen niet belemmerd worden
Þ Staatsteun: de overheid kan ipv het verbieden van de invoer ook subsidies
verstrekken aan nationale producenten. Met zo’n subsidie is het mogelijk voor een
bedrijf om goedkoper te produceren
Þ Mededinging: kartelvorming is verboden, maar ook het vragen voor hoge prijzen is
verboden
Voordelen interne markt
• Welvaartsniveau stijgt
• Gemakkelijker over de grens handelen
• Uitbreiding van keuzemogelijkheden
• Prijsdalingen
Nadelen interne markt
• Meer concurrentie
• Verplaatsen van productie met lager loon-niveau
• Productie vindt plaats waar lonen het laagtst zijn
• Mensen in NL worden ontslagen omdat bedrijven in het buitenland produceren
Basisbeginselen
• Loyale samenwerking, artikel 4 lid 3 VEU
• Attributiebeginsel, artikel 5 lid 2 VEU
• Subsidiariteitsbeginsel, artikel 5 lid 3 VEU
• Evenredigheidsbeginsel, artikel 5 lid 4 VEU
• Gelijkheidsbeginsel, artikel 18 VEU
, Loyale samenwerking
• Lidstaten doen niets wat strijdig is met het verdrag en voeren trouw alle
verplichtingen uit die Europees recht voorvloeien
Attributiebeginsel
• De EU is alleen bevoegd als daarvoor een grondslag bestaat in het verdrag
Subsidiariteitsbeginsel
• De lidstaten bepalen zo veel mogelijk zelf. Pas als het beter gezamenlijk geregeld kan
worden, is de EU bevoegd
Evenredigheidsbeginsel
• Wordt ook wel proportionaliteitsbeginsel genoemd
• Het betekent dat altijd het minst belemmerende alternatief gebruikt moet worden
om het doel te bereiken
Gelijkheidsbeginsel
• Het gaat hier om gelijkheid van nationaliteit, er mag geen onderscheid gemaakt
worden op grond van de nationaliteit
Primair Europees recht
• Bestaat uit de verdragen en het Handvest van de grondrechten van de EU
Secundair Europees recht
• Gaat over richtlijnen, verordeningen en besluiten
• Artikel 228 VWEU