Toetstermen verbintenissenrecht
,2.1 de kandidaat stelt voor een situatie de bron van een verbintenis vast {de wet of
overeenkomst/rechtshandeling}. H12
Een verbintenis is een juridische relatie tussen personen.
Verbintenissen ontstaan uit overeenkomsten. Een koopovereenkomst levert een
betalingsverbintenis en een leveringsverbintenis.
De ene partij koopt het product en betaald deze en van de andere partij wordt de levering
verwacht.
De bron van een verbintenis kan dus zijn dat ik een nieuwe auto wil kopen. Hierbij wordt er
van mij verwacht dat ik de prijs overmaak en ik verwacht van de andere partij dat ik waar
voor mijn geld krijg.
Mocht iemand deze auto van mij vernielen dan geld er ook een betalingsverbintenis, maar
deze komt
niet door een overeenkomst. Deze verbintenis is ontstaan uit een wettelijke bepaling.
Zaakwaarneming = art 6:198 BW
Onverschuldigde betaling= art 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking= art 6:212 BW
Onrechtmatige daad= 6:162 BW
2
, 2.2 de kandidaat onderbouwt voor een situatie van wat voor soort overeenkomst er
sprake is.
{Eenzijdig of wederkerig, benoemd of onbenoemd, om baat of om niet, formeel of vormvrij} h17
{en h26}
•Eenzijdig en wederkerig:
-Bij een eenzijdige overeenkomst is één partij tot iets verplicht, de andere partij hoeft geen
Tegenprestatie te leveren. Een van de weinige voorbeelden van een eenzijdige overeenkomst
Is de schenkingsovereenkomst.
-Bij een wederkerige overeenkomst hebben beide partijen verplichtingen. Voorbeelden
Daarvan zijn de koopovereenkomst, de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst
•Om baat en om niet:
-Bij een overeenkomst om baat zijn beide partijen tot iets verplicht. Bijvoorbeeld geld betalen,
arbeid verrichten, of een product leveren.
-Bij een overeenkomst om niet, is één partij tot niets verplicht, alleen de andere partij heeft
een verplichting. Voorbeeld: schenkingsovereenkomst. De schenker heet een verplichting, de
ontvanger niet.
•Benoemd en niet benoemd
-Overeenkomsten die in boek 7 zijn geregeld noemen we benoemde overeenkomsten.
Voorbeelden zijn: koopovereenkomst, de huurovereenkomst, arbeidsovereenkomst.
-Overeenkomsten die niet specifiek in boek 7 zijn geregeld, maar waarvoor alleen de
algemene regels van boek 6 gelden, worden onbenoemde overeenkomsten genoemd. Een
voorbeeld is de leaseovereenkomst.
•Formeel en vormvrij
- Vormvrij: bij de meeste overeenkomsten zijn de partijen vrij hoe ze de overeenkomst sluiten.
Dat kan mondeling of schriftelijk. Partijen zijn hierin vrij. Bijv. koopovereenkomst en
huurovereenkomst.
- Formeel: als de wet voorschriften geeft over de manier waarop de ovk tot stand moet
komen. Voldoen de partijen daar niet aan, dan komt de overeenkomst niet tot stand. Een
voorbeeld is de kredietovereenkomst.
3
,2.1 de kandidaat stelt voor een situatie de bron van een verbintenis vast {de wet of
overeenkomst/rechtshandeling}. H12
Een verbintenis is een juridische relatie tussen personen.
Verbintenissen ontstaan uit overeenkomsten. Een koopovereenkomst levert een
betalingsverbintenis en een leveringsverbintenis.
De ene partij koopt het product en betaald deze en van de andere partij wordt de levering
verwacht.
De bron van een verbintenis kan dus zijn dat ik een nieuwe auto wil kopen. Hierbij wordt er
van mij verwacht dat ik de prijs overmaak en ik verwacht van de andere partij dat ik waar
voor mijn geld krijg.
Mocht iemand deze auto van mij vernielen dan geld er ook een betalingsverbintenis, maar
deze komt
niet door een overeenkomst. Deze verbintenis is ontstaan uit een wettelijke bepaling.
Zaakwaarneming = art 6:198 BW
Onverschuldigde betaling= art 6:203 BW
Ongerechtvaardigde verrijking= art 6:212 BW
Onrechtmatige daad= 6:162 BW
2
, 2.2 de kandidaat onderbouwt voor een situatie van wat voor soort overeenkomst er
sprake is.
{Eenzijdig of wederkerig, benoemd of onbenoemd, om baat of om niet, formeel of vormvrij} h17
{en h26}
•Eenzijdig en wederkerig:
-Bij een eenzijdige overeenkomst is één partij tot iets verplicht, de andere partij hoeft geen
Tegenprestatie te leveren. Een van de weinige voorbeelden van een eenzijdige overeenkomst
Is de schenkingsovereenkomst.
-Bij een wederkerige overeenkomst hebben beide partijen verplichtingen. Voorbeelden
Daarvan zijn de koopovereenkomst, de arbeidsovereenkomst en de huurovereenkomst
•Om baat en om niet:
-Bij een overeenkomst om baat zijn beide partijen tot iets verplicht. Bijvoorbeeld geld betalen,
arbeid verrichten, of een product leveren.
-Bij een overeenkomst om niet, is één partij tot niets verplicht, alleen de andere partij heeft
een verplichting. Voorbeeld: schenkingsovereenkomst. De schenker heet een verplichting, de
ontvanger niet.
•Benoemd en niet benoemd
-Overeenkomsten die in boek 7 zijn geregeld noemen we benoemde overeenkomsten.
Voorbeelden zijn: koopovereenkomst, de huurovereenkomst, arbeidsovereenkomst.
-Overeenkomsten die niet specifiek in boek 7 zijn geregeld, maar waarvoor alleen de
algemene regels van boek 6 gelden, worden onbenoemde overeenkomsten genoemd. Een
voorbeeld is de leaseovereenkomst.
•Formeel en vormvrij
- Vormvrij: bij de meeste overeenkomsten zijn de partijen vrij hoe ze de overeenkomst sluiten.
Dat kan mondeling of schriftelijk. Partijen zijn hierin vrij. Bijv. koopovereenkomst en
huurovereenkomst.
- Formeel: als de wet voorschriften geeft over de manier waarop de ovk tot stand moet
komen. Voldoen de partijen daar niet aan, dan komt de overeenkomst niet tot stand. Een
voorbeeld is de kredietovereenkomst.
3