Les 1: Gebarentalen als natuurlijke talen
Verschillende lagen (taalniveaus)
1. Fonetiek: De manier waarop wij mensen de taal produceren.
2. Fonologie: Hoe zijn woorden/gebaren opgebouwd (bouwstenen).
3. Morfologie: Woordvormingsleer (bijv. boek-je je kan een ander klein stukje woord
toevoegen).
4. Syntaxis: Hoe zijn (delen van) zinnen opgebouwd; zinsopbouw.
5. Semantiek: De betekenis van woorden/zinnen/tekst; betekenislaag.
6. Pragmatiek: Wat zijn de gebruiksregels van de taal (je praat anders tegen vrienden
dan tegen je docent).
Gesproken talen (kenmerken):
- Menselijk communicatiemiddel, interactie
- Natuurlijk ontstaan
- Over alles communiceren
- Ook los van hier en nu
- Conventioneel
, - Arbitrair
- Opgebouwd uit bouwstenen
Spraakklanken (betekenisloos) (fonemen)
Morfemen
Woorden
- Lexicon = woordenschat
- Grammatica (fonologie, morfologie, syntaxis)
- Zelfstandig, niet afgeleid van een andere taal
- Wordt als moedertaal verworven en doorgegeven
- Voortdurende ontwikkeling en verandering
Conventioneel en arbitrair
- Conventioneel: Er zijn stilzwijgende afspraken gegroeid over de betekenis van
woorden.
- Arbitrair: Er is geen relatie tussen de vorm en betekenis van een woord (willekeurig).
- Uitzondering: Onomatopee: Wel een relatie tussen vorm en betekenis
(koekoek/sissen).
Gebarentalen (kenmerken):
- Ook een menselijk communicatiemiddel, gebruikt in interactie
- Ook natuurlijk ontstaan, in gemeenschappen van doven, vanuit de behoefte om te
communiceren (bijv. in steden en rond dovenscholen)
- Ook over alles communiceren (wel soms nog een beperkt lexicon, om historische
redenen)
- Ook los van hier en nu
- Ook opgebouwd uit bouwstenen- bouwstenen van gebaren (betekenisloos)
(fonemen)- morfemen- gebaren
- Ook conventioneel
- Ook een lexicon = gebarenschat
- Ook een grammatica (fonologie, morfologie, syntaxis)
- Ook zelfstandig, niet afgeleid van een andere taal, ook niet van het Nederlands
- Wordt ook als moedertaal verworven en doorgegeven
- Ook voortdurende ontwikkeling en verandering
- Niet arbitrair want arbitrair én iconisch!
,Lexicon van gebarentalen
Arbitraire gebaren
- Er is geen relatie tussen de vorm van een gebaar en de betekenis (OOK, GROENM
WONEN, VERRADEN).
Iconische gebaren
- Er is wel een betekenis tussen de vorm van een gebaar en de betekenis (ETEN,
DRINKEN, POES, MELK DROMEN). [30% van het lexicon]
Modaliteit
- Het kanaal waarin een taal gebruikt wordt.
productie perceptie
Gesproken talen: Oraal Auditief
Gebarentalen: Manueel Visueel
Ook wel de verschijningsvorm van een taal
Mogelijke verschillen als gevolg van modaliteit
- Iconiciteit van gebarentalen
- Simultaneïteit
In gebarentalen vaak meer dingen gelijktijdig uitdrukken (bijv. vragend,
ontkennend).
Een gebaar kost gemiddeld meer tijd.
Maar door simultaneïteit is het tempo van informatie-overdracht toch
hetzelfde als in gesproken talen.
Simultaneïteit
Voorbeelden in gebarentalen: Veel
- Nee schudden (ontkenning)
- Ja knikken (bevestiging)
- Vragende mimiek (vragen)
Bijv. Twee handen verschillend gebruiken.
Voorbeelden in gesproken talen: Weinig
- Intonatie?
- Toontalen
, Gebarensysteem
- Weergave van een gesproken taal d.m.v. gebaren.
- Nederlands (bijv.) spreken en tegelijkertijd ondersteunen met gebaren.
- Vooral gebruikt in het contact tussen doven en horenden en in het onderwijs aan
dove kinderen.
Doelstellingen gebarensysteem in het onderwijs:
- Verbetering van de communicatie (na oraal).
- Betere verwerving van de gesproken taal (lezen/schrijven).
Gebarensysteem in het onderwijs:
- Communicatie wel verbeterd;
Verwerving van een gesproken taal (lezen/schrijven niet).
1980-2004: Tweetalig onderwijs
Vanaf 2004: Tweetalig/ééntalig onderwijs.
Heden: Slechts een paar scholen gebruiken tweetalig onderwijs, meeste scholen gebruiken
NmG/ééntalig onderwijs.
Geen talen:
- Niet natuurlijk ontstaan
- Geen zelfstandige taal, maar afgeleid, weergave van een andere taal
- Geen eigen lexicon en grammatica
Soorten gebarensystemen
- Vrije systemen (NmG)
Spreken en waar mogelijk ondersteunen met een gebaar.
Vooral bedoeld voor de communicatie doof-horend.
- Strikte systemen
Elk woord en zelfs deel van een woord ondersteunen met een gebaar.
Vooral bedoeld voor onderwijs in de gesproken taal.