vooral een politiek(e) oorzaak/gevolg/kenmerk
vooral een sociaal-economisch(e) oorzaak/gevolg/kenmerk
vooral een cultureel-mental(e) oorzaak/gevolg/kenmerk
Keizerrijk
situatie: Qingdynastie aan de macht (oorspronkelijk uit Mantsjoerije); keizer als absoluut
leider met een hemels mandaat, ondersteund door veel ambtenaren (essentieel in zo’n groot
rijk!), geselecteerd na zwaar staatsexamen
! vereiste veel studie alleen toegankelijk voor rijken
staatsleer gebaseerd op confucianisme:
laaggeplaatsten moesten hooggeplaatsten gehoorzamen
verhoudingen worden van bovenaf bepaald
de mens moet zijn plaats kennen; staat gaat boven het individu
harmonie & consensus; Chinezen accepteerden de hiërarchische structuur
China beschouwde de eigen cultuur als superieur weinig nieuwsgierigheid andere
‘barbaarse’ culturen hen werd toegang tot Chinese markt ontzegd
Verandering: keizerrijk verzwakt door:
o overbevolking hongersnoden opstanden
o corruptie door ambtenaren
o moeizame strijd tegen Europese mogendheden
Verandering: toenemende buitenlandse inmenging (modern imperialisme) door:
o industrialisatie: behoefte aan grondstoffen & grotere afzetmarkt
o Europees superioriteitsgevoel
GB smokkelde opium naar China samenleving ontwricht keizer greep in,
verbrandde opium Eerste Opiumoorlog (1839-1842); China kansloos
verslagen eerste ongelijke verdrag (Verdrag van Nanking):
o Hongkong overgedragen aan de Britten
o meer Chinese havens werden toegankelijk voor de Britten
o Chinese keizer erkende gelijkwaardigheid Britse koning
Gevolg: ook FR & VS wilden meer invloed concurrentie
o importheffingen China liep inkomsten mis
o buitenlandse handelaren namen overheidstaken over
o meer Chinese havens toegankelijk voor buitenlandse handelaren
Gevolg: toenemende onvrede, onrust & verzet van de Chinese bevolking
Voorbeeld: Taipingopstand (1851-1864); vooral nationalistisch & religieus
o doel: meer gelijkheid, sociale hervormingen
o tegen westerse invloeden
o kende ook christelijke elementen
Voorbeeld: Nianopstand (1851-1868)
o hongerlijdende boeren op plundertocht
o was vooral gericht tegen ambtenaren & grootgrondbezitters
opstanden, invloeden, nederlagen ---> noodzaak tot modernisering
! wel naar westers voorbeeld
Gevolg: Zelfversterkingsbeweging vanaf 1861; doelen:
o opening industrie, grondstoffen ontginnen
o uitbreiding infrastructuur
o modern wapenarsenaal creëren
o ambtenarenexamens werden afgeschaft
o begin opstellen grondwet (vanwege democratische invloeden)
o verbetering onderwijs & militaire organisatie