extremiteiten
Inhoudsopgave
Samenvatting Medisch Biologisch -Blok 3 Onderste extremiteiten......................................1
Week 1:............................................................................................................................... 2
Week 2:............................................................................................................................... 5
Week 4:............................................................................................................................. 10
Week 5:............................................................................................................................. 13
Week 6:............................................................................................................................. 17
week 7.................................................................................................................................. 22
,Week 1:
Aantekeningen hoorcollege MB - Heup / Heup prothese
- Bekken / pelvis bestaat uit twee grote botstukken: links en rechts. Een zo’n helft is
een vergroeiing van drie delen: ilium (darmbekken), pubis (schaambeen) en
isschium (zitbeen).
De kom in de pelvis heet het: Acetabulum.
Kop: caput
Nek: collum
Lichaam: corpus
De heup is een synoviaal gewricht;
De heup heeft een grote passieve stabiliteit, aan de botstukken kan je zien dat de kom heel
diep is en de kop helemaal omsloten is. Het heeft dus minder spieren nodig voor stabiliteit,
de schouder had daarvoor de rotator cuff.
Articulatio coxae : heup gewricht
Articulatio acetabulo femural: heup gewricht
Ook in de heup zit een stevig labrum van fibreus kraakbeen.
Het ligament van de heup zit er strakker omheen dan bij de schouder, ze zijn strak en stevig.
Musculus zie atlas,
De bilspieren: de gluteus maximus vooral voor retroflexie, de gluteus medius zit onder de
maximus, daar weer onder zit de gluteus minimus, de functie van deze twee is het
stabiliseren van de heup & abductie .
- Stabilisatie van het bekken is belangrijk voor een normaal looppatroon, je bekken
moeten horizontaal staan.
• TIP: http://www.youtube.com/watch?v=aYP8OLPWJBQ
• http://www.youtube.com/watch?v=qlCvKEOZtpo
Prothese: een onderdeel gemaakt voor mensen met een missend deel van het lichaam.
Bij welke ziektes kan er een heup prothese worden gebruikt:
- Atrose
- Reumatoide atritis
- Avasculaire necrose
- Heupfracturen
- Ziekte van Bechterew
- En andere aanleidingen.
Atrose: degeneratieve aandoening, het is meer dan slijtage, het kraakbeen word aangetast,
dit levert nog geen pijn, het bot daaronder gaat schuren en dat levert wel veel pijn op.
Ook word er extra bot aangemaakt.
,Avasculaire necrose: de bloedvoorziening bij of om een bot word doorgesneden, dit kan
niet altijd terug komen, dan krijg het bot geen bloed meer en sterft het af.
Fracturen: het maakt uit wat voor breuk het is, de een is ernstiger de ander minder ernstig.
Het kan binnen of buiten het kapsel plaats vinden.
Heupprothese: de kom en de kop word vervangen, de kop is relatief kleiner dan de kop van
een echte heup. Toch kan het alle kanten op bewegen, de schacht word zo in het femur
geslagen.
Wat doet de chirurg:
- Hij bijtelt de kop eraf.
- Dan holt hij de kom uit en maakt het wat groter.
- De kom word geplaatst, dit is gemaakt van keihard en slijtvast materiaal.
- Ze hollen de femur uit.
- Slaan de prothese in de femur.
- De kop word erop gezet.
Type heuprotheses:
- Totale heupprothese (replacement).
Alles word vervangen.
- Gedeeltelijke heupprothese
(resurfacing),
Gedeeltelijke prothese: ook wel
sportprothese, bij jonge mensen. Alleen het
gewrichtsoppervlakte is vervangen. Gaat
gemiddeld 10-15 jaar mee. Is redelijk goed te
vervangen.
Voordelen:
- Je spaart bot
- Minder dislocatie
- Weinig slijtage
- Snellere revalidatie (3 maand)
Levensduur is afhankelijk van hoe actief je bent.
Nadelen:
- Kom kan loskomen.
- Er kan kleine slijtage optreden tussen gewrichtsoppervlakten, hierop kan je lichaam
gaan reageren.
Totale prothese:
Twee varianten:
- Gecementeerd, er komt een lijmlaag omheen voordat het, het femur in gaat. Het is
een soort kunsthars waardoor de prothese muurvast komt te zitten. Deze word vooral
bij ouderen gebruikt, want bij de ongecementeerde prothese is een goed bot kwaliteit
nodig. Voordelen: minder pijnlijk / direct stabiel / revalideert goed/ direct vol belasten.
- Ongecementeerd, er is een ruw oppervlak, zit precies goed vast in het femur, het bot
groeit in de poreuze coating. Gebeurt bij mensen jonger dan 50 jaar / meer pijn /
direct stabiel / na 12 week vol belasten / bot moet groeien.
Welke variant word gekozen hangt af van de slijtage.
Het lijkt erop dat het uiteindelijk geen verschil maakt, ze gaan allebei net zo lang mee. Er zijn
nog veel ontwikkelingen en onderzoeken over.
, - Welke weefsels en structuren worden beschadigd bij het plaatsen van een
heupprothese:
Huid, spier, ligament, kapsel, kraakbeen, bot, zenuwen, bloedvaten, fascie.
Ze zijn op zoek gegaan naar manieren waarbij er zo min mogelijk schade word aangedaan
aan het weefsel:
Hierdoor zijn er verschillende technieken:
- Posterior benadering, de abductoren zijn gespaard/ exorotatoren worden
aangedaan / het kapsel is aan de achterkant het zwakst hierdoor is de kans op
luxatie groter.
- Laterale benadering (traditioneel), grote snee / altijd abductoren zijn aangedaan /
de trochantor major is los gemaakt, deze moet weer vastgroeien / de abductoren zijn
belangrijk als stabilisatoren en voor een normale gang.
- Anterior benadering (Frans), tussen tensor fascia latae en rectus femoris / er
worden geen spieren doorgesneden / snellere revalidatie / de zenuw die daar loopt
kan sneller beschadigd raken / de benadering is voor de chirurg lastig want de
voorkant is het stevigst en strakst.
- MIS: minimaal invasive surgery. het is gericht om de snee zo klein mogelijk
gehouden, dit kan posterior, anterior / . MISP/MISA.
Elke techniek heeft consequenties voor welke weefsels er beschadigd raken, en wat de
aanpak is van de revalidatie en de duur ervan.
Iatrogene schade: er is schade van een paramedische of medische behandeling,
bijvoorbeeld een infectie of een doorgesneden zenuw.
Vragen:
• Abduction can be trained right after a lateral approach. O
• Gluteus minimus and medius are important hip stabilisers. J
• Abductors are important hip stabilisers. J
• Rectus femoris is cut in the "French" method. O
• Dislocation risc posterior in anterior approach. O
• Small steps after the "French" method decrease posterior dislocation. O