Hoorcollege Fys week 1......................................................................................................2
Hoorcollege Fys week 2......................................................................................................3
Hoorcollege Fys week 3......................................................................................................8
Hoorcollege Fys week 4......................................................................................................9
Hoorcollege Fys week 5....................................................................................................19
,Hoorcollege Fys week 1
Acute hartpathologie kan leiden tot
* doorbloedingsstoornissen
* ritmestoornissen
* klepstoornissen
Acute longpathologie
* muscusretentie
* ademspierzwakte
Chronische longpathologie
* ventilatiestoornis
* obstructiestoornis
* diffusiestoornis
Chronische hartpathologie chronische hartfalen
* doorbloedingsstoornissen & ritmestoornissen & klepstoornissen
* ook zorgt het voor diffusiestoornissen, dit zorgt voor longfalen en pompfalen
,De aorta kan niet al het bloed aan, daardoor stroomt er ook wat bloed de coronaire vaten. Dit
past er net niet helemaal in waardoor het terug stroomt deze vaten in.
Windkessel effect
Het linker ventrikel heeft 8 lagen spier terwijl de rest van het hart er maar een heeft.
- Diagnose groepen:
Klassieke categorieën:
Post AMI, post PTCA en post CABG.
Post hartklepoperatie (tricuspidaalklep, mitraalklep, aortaklep)
Objectieve of subjectieve AP (angina pectoris)
Mobilisanten (hartklachten die niet in de bovengenoemde groepen plaats vind)
Moderne patiënten:
Post ICD
Post harttransplantatie (HTX)
Post PM (Pacemaker)
Chronisch hartfalen
Plak gaat makkelijk vlak voor of vlak na een bifurcatie van een arterie,
Hartoperarties:
- Vene … (halen de veine uit een arm of been en plaatsen het rond het hart)
- LIMA / RIMA (omleggen van een arterie, linker of rechter arterie of maagslagader)
- PTCA /stent
Geen een hartinfarct is hetzelfde!
Als de voorwand van het hart aangedaan word, dan geeft dat het band gevoel, kan gevoeld
worden in de arm tot zelfs de pink.
Maar ook kan het geen symptomen hebben, kriebelen op de achterkant van het hart.
Kan dus ook al die symptomen los van elkaar bekijken.
Stil hartinfarct:
Nonverbale communicatie:
- Slikken op verkeerde momenten slikken. (midden in de zin)
- Even naar beneden kijken.
Bekijk de filmpjes over : stories of the heart om meer te leren over de GC kant.
Richtlijnen!
Training op maat is een uitdaging waard.
Klinisch redeneren is van belang verantwoording van de richtlijnen
, Hoorcollege Fys week 2
Onderzoek hartpatiënten:
Fase 1 = Pulmonaal functioneren & Cardiovasculaire functioneren ADL
Eerste 6 weken na het infarct
In die eerste fase ga je eerst iemand geruststellen.
Je wil complicaties verminderen of vermijden.
Ook wil je kijken op welk niveau van performance iemand zit.
In de eerste fase wil je trainenen op maximaal 20 slagen boven de basis, bijvoorbeeld
hartslag van 100 is bewegen tot 120.
Je doel is: iemand kan thuis functioneren.
Fase 2 = Confrom doelstellingen richtlijn (thuis/werk/sport/participatie/doelen)
Je doel is : thuis/werk hervatting + starten sportgericht
– Screeningsvragen
– Doelstellingen (6 doelen, tabel 2 richtlijn)
Fase 3: (12 weken na infarct of operatie) conform doelstellingen richtlijn
Je doel is hetzelfde als fase 2, alleen je bent een paar weken verder en je kan je meer
richten op sport en grote inspanning.
Fase 1: hoe voorkom je complicaties:
- Risicofactoren: COPD of eerdere longinfecties, inactiviteit.
- Chirurgische complicaties: Wond nabloedingen, infecties.
Werk schoon als fysio, handen wassen etc.
Rode en gele vlaggen vraag je uit.
Screening: doet de cardioloog eigenlijk, dit is in de tweede fase.
De cardioloog doet:
- ECG
- Maximale inspanningstest
- Anamnese
- Lichamelijk onderzoek
Als de medicijnen veranderen moet er ook een nieuwe maximale inspanningstest worden
gedaan.
Algemene contra-indicaties:
- Instabiele cardiale medische fase (normale hartslag etc)
- Ernstige psychische problemen (ernstige depressie etc)
- Ernstige cognitieve stoornissen (geheugen, aandacht, concentratie, handicap)
- Ernstig instabiele emotionele toestand
- In hoge mate bagatelliseren emoties
- Onvoldoende motivatie